Er hat eine Beziehung mit Maria Bouliou.
Kind(er):
Doop (Akte)datum: 24-12-1606
Plaats: Amsterdam
Kerk: Lutherse Kerk
https://archief.amsterdam/archief/5001/138
Kind Abraham
Vader Caspar van Wickevoort
DTB Dopen, archiefnummer 5001, inventarisnummer 138, blad p.72, aktenummer DTB 138
Gemeente: Amsterdam Periode: 1590-1623 Religie: Evangelisch-Luthers
https://archief.amsterdam/indexen/deeds/5325b6ee-8e67-4f45-84db-7751659f477b
Een van de zonen van Caspar/Jasper van Wickevoort is Abraham van Wickevoort die op 24
december 1606 in Amsterdam is gedoopt. Hij werd in 1621 als student in de filosofie in Leiden ingeschreven; in 1627 studeerde hij af. Hierna is hij waarschijnlijk voor korte tijd naar Parijs geweest want zijn vader maakte op 27 juli 1629 een afspraak met Joannis Wils een koopman in Parijs om zijn zoon Abraham in dienst te nemen. Hij zal hier niet lang geweest zijn want in 1635 behaalde hij de doctorsgraad in de rechten.
Hij heeft als student al op grote voet geleefd want op 22 april 1635 verkocht hij zijn hele bibliotheek aan zijn broer Joachim van Wickevoort voor een bedrag van 2000 gulden om een schuld te voldoen die hij bij zijn broer had.
Hij had al wel zakelijke belangen weten op te bouwen zoals te lezen valt in een notariële akte waarin hij aan zijn broer Samuel van Wickevoort het recht op levering van wapens aan Hans Stuerse, kapitein onder het regiment van Josua van Rantsau in dienst van de Koning van Frankrijk overdraagt.
Hij vertrok hierna naar Parijs waar hij staatskunde studeerde. Hier kwamen zijn bijzondere talenten ter ore van de keurvorst van Brandenburg die hem in 1646 tot zijn resident aan het Franse hof benoemde.
Hij heeft deze betrekking tot 1659 uitgevoerd. Toen hij in ongenade viel van kardinaal Mazarin die hem er van beschuldigde dat hij geheime informatie over zijn familie en speciaal over hetliefdesleven van Lodewijk XIV naar Holland overgebriefd had. Kardinaal Mazarin liet hem in de Bastille opsluiten. Een jaar later werd hij op voorspraak van de Brandenburgse gezant naar Calais overgebracht. Drie maanden later riep de kardinaal hem terug en beloofde hem een jaarwedde van 1000 kronen, die hem uitbetaald werden tot aan de oorlog tussen Lodewijk XIV en de Staten van Holland.
Hij vertrok via Calais naar Engeland en van daar naar Den Haag, waar hij een machtige beschermer vond in de raadspensionaris De Witt, met wie hij gedurende zijn verblijf te Parijs gecorrespondeerd had en die hem tot geschiedschrijver van Holland benoemde. In een resolutie van de Staten van Holland van 2 april 1672 werd aan Abraham van Wickevoort, als historieschrijver, de som van drie duizend, honderd vijftig gulden (of duizend zilveren ducatons) toegezegd voor het schrijven van de geschiedenis van de Republiek in de periode 16481651. En nog duizend gulden voor elke twee daarop volgende jaren.
In 1665 was hij resident van de koning van Polen en minister van de Hertogen van Brunswijk-Luneburg in Den Haag. Toen de Staten van Holland in 1674 nog in oorlog waren met Frankrijk, werd Abraham van Wickevoort beschuldigd van het sturen van berichten naar Engeland, waarvan de inhoud de Prins van Oranje in een kwaad daglicht stelde en die strijdig waren met de belangen van de Republiek. Uit de correspondentie zou kunnen worden opgemaakt dat de Prins van Oranje een opstand in Engeland aan het voorbereiden was. Abraham had toegang tot geheime informatie omdat hij sinds 1666 door de Staten van Holland betaald werd om geheime papieren te vertalen. Op 20 maart 1675 werd hij hiervoor op verzoek van de Prins van Oranje gevangen genomen, veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf en opgesloten in Den Haag. Er werd een speciale cel voor hem getimmerd op
de zolder van de Gevangenpoort. Hij heeft daar tot 11 februari 1679 gevangen gezeten toen hij met hulp van de dienstmeid van de cipier wist te ontsnappen.
Hij vluchtte naar Luneburg-Celle waar hij tot Raad van de Hertog van BrunswijkLuneburg werd aangesteld. Twee jaar later is hij met verlof van de Staten van Holland toch weer voor een korte periode teruggekeerd naar Den Haag en een jaar daarna op 23 februari 1682 in Luneburg-Celle overleden.
Abraham van Wickevoort is beroemd geworden door het schrijven van het standaardboek over het werk van diplomaten, dat invloed heeft gehad op het denken over diplomatie en de organisatie van ambassades. Hij schreef niet in de zin van wat ze zouden moeten doen, maar wat ze deden.
Zijn boek: L'ambassadeur et ses fonctions (De taken van de ambassadeur) werd dan ook het meest gelezen handboek voor de diplomaat in de 18e eeuw. Het is in het Engels vertaald als The Embassador and His Functions en als zodanig nog steeds te koop in Engeland en Amerika. En er bestaat een oude Duitse vertaling uit 1682 Lambassadeur oder Staats-Bothschaffter und dessen hohe Fonctions. Abraham van Wickevoort was in Frankrijk gehuwd met Maria Bouliou en liet een
zoon Abraham en drie dochters na.
WIKIPEDIE:
Abraham van Wickevoort of Wicquefort (Amsterdam, 24 december 1606 Celle, 23 februari 1682) was een Nederlandse diplomaat, in dienst van Georg Willem van Brandenburg, nieuwsagent en historiograaf. Hij bewoog zich op het gebied van illegale nieuwsvoorziening en werd daarvoor twee keer veroordeeld. Wickefort zat opgesloten in de Bastille en de Gevangenpoort.
Biografie
Abraham was de zoon van de Antwerpse koopman Caspar van Wickevoort en Catharina Rendorp die zich in 1603 in de Warmoesstraat hadden gevestigd.[1] In 1621 werd hij student filosofie in Leiden en studeerde vijf jaar later af. Abraham begaf zich naar Parijs om zich op de staatkunde toe te leggen en schreef nieuwsbrieven aan stadhouder Frederik Hendrik.[2] Zijn talenten, die niet gering waren, brachten hem in contact met de keurvorst van Mark Brandenburg, die hem in 1626 tot zijn resident aan het Franse hof van Lodewijk XIII van Frankrijk benoemde. Gedurende 32 jaren was hij als zodanig werkzaam, was aanwezig bij de besprekingen over de Vrede van Westfalen en beschreef La Fronde onder leiding van de Prins van Condé, totdat hij in ongenade viel van Mazarin. Van Wickevoort stond in contact met Lieuwe van Aitzema, die een internationale nieuwsvoorziening had opgezet.
De kardinaal beschuldigde Van Wickevoort dat hij geheime berichten omtrent zijn vijf nichten, in het bijzonder omtrent de minnaressen van Lodewijk XIV, naar Holland overgebriefd had. Van Wickevoort beschuldigde Willem Boreel, sinds 1650 ambassadeur in Parijs, een onderhoud met Mazarin, die een oorlog met Spanje wilde voortzetten, verzonnen te hebben. Van Wickevoort vroeg en verkreeg zijn overplaatsing (1658), maar Mazarin deed hem, met verachting van het volkenrecht, in de Bastille werpen en liet hem een jaar later, op voorspraak van de Brandenburgse gezant naar Calais brengen. Drie maanden later riep de kardinaal hem terug en beloofde hem een jaarwedde van 1.000 kronen [bron?], die hem uitbetaald werden tot de Hollandse Oorlog tussen Lodewijk XIV en de Staten-Generaal der Nederlanden uitbrak. Hij vertrok via Calais naar Engeland en van daar naar Den Haag, waar hij een machtige beschermer vond in de raadpensionaris Johan de Witt, met wie hij gedurende zijn verblijf te Parijs briefwisseling gehouden had en die hem in 1662 tot geschiedschrijver van Holland benoemde. De Wicquefort had daardoor toegang tot alle vertrouwelijke stukken.
In 1665 werd hij door Jan Casimir, koning van Polen, onder voorbehoud tot resident in Den Haag benoemd. Ook Rudolf August van Brunswijk-Wolfenbüttel stelde hem aan. Mogelijk was Wicquefort actief bij de Triple Alliantie (1668), want de Staten-generaal benoemden hem tot vertaler van buitenlandse stukken (1669).
Den Haag
Beschuldigd van een verstandhouding met Hugues de Lionne, een geheime briefwisseling ten behoeve van Engeland met Joseph Williamson, en met de Zweedse rijkskanselier Magnus Gabriel de la Gardie werd hij de 20e maart 1675, op initiatief van stadhouder Willem III, door de Staten van Holland in de Gevangenpoort gevangengezet, evenals Pieter de Groot.[6] Hij werd 36 maal verhoord. Wicquefort werd op de pijnbank gelegd, bleef bij zijn verklaring, en is terug naar zijn kamer gebracht.[7] Wicquefort werd veroordeeld tot levenslang met verbeurdverklaring van zijn goederen en er is een aparte kamer voor hem op zolder getimmerd.
Zijn zoon verschafte zich een afschrift van het vonnis, liet het in Duitsland - met zijn aanmerkingen - drukken en zond het naar de gevolmachtigden tot de vrede van Nijmegen, met verzoek zijn vader te verdedigen en hem uit de gevangenis te doen ontslaan. Dit had geen gevolg. Zijn dochter mocht tegen betaling af en toe bij hem logeren.
De 11e februari 1679, na vier jaar gevangenschap, ontsnapte hij uit de Gevangenpoort met hulp van Jannetje van Egeren, de dienstmeid van de cipier. Wicquefort reed met een wagen naar Leiden, van daar naar Utrecht en voorts over Arnhem en Nijmegen naar Celle, waar hij tot raad van Ernst August van Brunswijk-Lüneburg werd aangesteld.Van Wickevoort zette zich aan het schrijven van zijn Mémoires, en L'ambassadeur et ses fonctions, een boek dat in Engelse vertaling veel invloed op 18e-eeuwse diplomaten uitoefende. Drie koffers met correspondentie en aantekeningen waren hem teruggegeven. Zijn boeken kwamen terecht in de hofbibliotheek van Celle.
Großeltern
Eltern
Geschwister
Kinder
Abraham van Wickevoort | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Maria Bouliou | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Die angezeigten Daten haben keine Quellen.