Notitie bij de geboorte van Hendrick: als getuige in een proces op 14-2-1668 (Archief Huize Almelo inv. nr. 2932) verklaart hij omtrent 55 jaar oud te zijn. Dus moet hij ca. 1613 zijn geboren.
Echter ook als getuige in een proces in 1653 (Archief Huize Almelo inv. nr. 3224) genoemd, dan is Hendrick "omtrent 38 jaeren", dat zou inhouden dat hij rond 1615 geboren zou zijn. Met deze ouderdomsverklaringen lijkt het zeer aannemelijk dat Hendrick in 1614 geboren moet zijn.
Notitie bij Hendrick: Bewoonde een erf aan het Oosteinde, noordelijk van de dorpsstraat (huidige nummering vermoedelijk 393 of nr. 409). Dit erf besloeg 4 akkers.
Is in 1636 één van de 14 beschuldigde jongeren van het Oosteinde, die had deelgenomen aan het oude gebruik om op vastenavond "vastenavondsbier" te verzamelen langs de huizen (een soort Sint Maarten, alleen dan niet voor snoep, maar voor bier en aanvulleende versnaperingen). Zijn vader verklaart tijdens het proces dat zijn zoon niets verkeerds heeft gedaan. Wordt een paar keer Berrichaves Hendrick genoemd. Zijn vader wordt overigens wel gewoon onder de naam Berrichoff vermeld. Berrichaves lijkt een soort verkleinwoord te zijn en het lijkt erop dat dit de naam was, waaronder Hendrick in deze tijd bekend stond. Het heeft wat karakterkenmerken van een bijnaam. Een andere gedaagde is Brouwers Hendrick, in 1639 worden alle 14 personen veroordeeld. (HAA inv. nr. 3222).(foto 30112006c.089.jpg).
13-09-1652 treedt Hendrick Berckhoff mede namens zijn broers en zusters, (dit betekent dat er in elk geval twee nu nog onbekende zusters moet zijn geweest) contra Jan Otten. Deze was een oom van zijn vrouw. Jan Otten was gehuwd met een dochter van Egbert Berends Schulten. De verwantschap kan dus zowel via de bloedlijn van Jan Otten als die van de familie Schulten lopen (AHA inv. nr. 2963) ( foto. 124).
Ook in 1652 (juli) doen Hendrik Berckhof en Jan Otten kennelijk (erg duidelijk is de akte niet) aanspraak op tegoeden die zij hebben op wijlen Hermen Roelofs en Fenne Luickens. Hiervoor spreken zij namenlijk de erfgenamen aan, te weten Hindrik Pleihus en Hindrik Roelofs. Deze verweren zich door te stellen dat bij hun geen geld is te halen. Zij zijn "schamele luiden" (bron: AHA inv. nr. 3202).
-1636 of 1639 ondertekenaar van een protest tegen de Drost van Thil (Bron: Archief dr. Jonker/Herman Jansen).
10 juni 1645 lenen Hendrik Berentsen Berkhoff en Janna zijn huisvrouw van Vriezenveen 100 daalders a 30 stuivers rente aan Derk Arentse Grubbe en Lyeda (Rechtsprotocollen stad Almelo).
-In 1654 als pachter van het Huis van Almelo genoemd. Pacht in 1658 en 1661 de zgn. Plaijlanden. t Laatst als pachter vermeld op 17-2-1679 (Bron oa garvenregisters Archief Huize Almelo).
Wordt in de Boterpachtregisters vermeld vanaf 1645 tot en met 1671. In 1658 (boterpachtregister) had hij 5 1/2 akkers land. Een halve akker had hij verworven uit de landerijen van Hermen Roelofs die op het Westeinde, bij het Midden, had gewoond. Mogelijk is deze Hermen Roelofs de schoonvader van Hendrik. Heel opmerkelijk wordt de zoon "Berendt Hendricsen Berckhoff" tussendoor in 1670 al genoemd als boterpachtplichtige, terwijl zijn vader Hendrik toen nog geleefd moet hebben. Vanaf 1678 wordt zijn zoon uitsluitend nog genoemd.
Op 25-08-1662 beklaagt Hendrick zich voor het breukgericht over Lephart, de zoon van Court Lepharts, die hem op de maandag van Almelose kermis, tot bloedens toe had geslagen (AHA inv. nr. 3232).
Op 14-2-1668 is Hendrick samen met een groot aantal Oosteinders getuige in een onderzoek, waarbij alle getuigen, ook nog eens verdachte zijn. Er was geknoeid met de turf, die voor de Heer van Almelo was bestemd, er was onder de turf vuiligheid gestopt, zodat het leek alsof het allemaal goede turf was. Ook broer Berend treedt in dit onderzoek als getuige op (Archief Huize Almelo inv. nr. 2932).
Hendrick wordt ook op 17-2-1679 in de rechtsprotocollen van de Stad Almelo genoemd, doet dan opsage van de penningen die hij uit heeft staan bij Jan Bruynholt. Vervolgens op 12-5-1679 van de penningen welke hij uit heeft staan bij Geert ter Weel.
Hendrik Berentsen Berkhoff is waarschijnlijk kerkmeester van Vriezenveen geweest (1659), hij is namelijk keurnoot in een rechtszaak 13-1-1658 (Statenarchief Almelo inv. nr. 4053), dergelijke functies waren doorgaans bestuurders voorbehouden. In het kasboek van de koster wordt genoemd de kerkmeester Berent Hendricks, echter zonder de familienaam te noemen. Ook wordt in het breukregister van Almelo op 3-1-1659 Berckhof en de scholtis genoemd inzake de nalatigheid bescheiden te tonen inzake de rechtszaak tegen de drost van Thil. Het komt hen op een breuck (boete) van 8 mudde haver te staan. Ook deze boete en de vermelding van de naam Berkhof duidt erop dat (hoewel hier de voornaam niet vermeld staat) in deze tijd een Berkhof in het bestuur moet hebben gezeten als kerkmeester. 100% zeker was Hendrick Berentsen Berkhoff in elk geval in augustus 1666 één van de sestienen van Vriezenveen (bron: breukregsiter Almelo inv.nr. 3245).
In 1636 of 1639 ondertekenaar van een protest tegen de Drost van Thil.
Op 10 juni 1645 lenen Hendrik Berentsen Berkhoff en Janna zijn huisvrouw van Vriezenveen 100 daalders a 30 stuivers rente aan Derk Arentse Grubbe en Lyeda (Protocollen stad Almelo).
In 1654 als pachter van het Huis van Almelo genoemd. Pacht in 1658 en 1661 de zgn. plaijlanden. 't Laatst als pachter vermeld op 17-2-1679.
Großeltern
Eltern
Geschwister
Kinder
Hendrick Berentsen Berckhoff | ||||||||||||||||||
Die angezeigten Daten haben keine Quellen.