Kind(er):
JOOST VAN DEN ENDE
Hij werd waarschijnlijk te Zierikzee geboren en was één der moedigstebevelhebbers in den worstelstrijd tegen Spanje. Wij ontmoeten hem heteerst in 1573 bij de belegering van het kasteel Rammekens, waar hij, alsLuitenant tegenwoordig, een der eerste was die langs de opgerichtestormladders naar boven klom. Toen in 1574 Requesens plan had omZierikzee te veroveren, en daartoe te Rozendaal een vloot wel bemandekromstevens liet in gereedheid brengen, bood van den Ende zich bij denPrins aan om deze zoo gevreesde onderneming te verijdelen. Aan hem werddan ook de uitvoering van het plan toevertrouwd. Hij wachtte daarmedezolang tot de gehele vloot in gereedheid en met tweehonderd soldaten vanMondragons regiment bemand was. Na een scherp en langdurig gevecht, werdde verraste vijand genoodzaakt te wijken met een verlies van elf schepen,die merendeels verbrand werden, en enige honderden matrozen
en soldaten, waaronder verscheidene kapiteinen en bevelhebbers. Tijdenshet beleg van Zierikzee door de Spanjaarden in 1575 en 1576 had hij metNicolaas Ruychaver het bevel over twaalf vaandels voetvolk binnen debelegerde stad. Ook daar was hij in de gelegenheid een blijk van zijnedapperheid te geven. Toen namelijk Mondragon de schans op het hoofdingenomen had en van daar met enige sloepen naar Brouwershaven voer,zette hem van den Ende, die juist de wacht had, met enige pontjesachterna, achterhaalde hem bij Kerkwerve en geraakte in een hevig gevechtmet de Spanjaarden, die meest allen over boord sprongen en door de onzenwerden afgemaakt. Vreemd is het, dat de juiste dag van dit roemrijk feitniet wordt vermeld en dat het niet blijkt of Mondragon hierbij gekwetstof gevangen genomen werd. De nood in de belegerde stad al grooter engroter geworden zijnde, werd van den Ende te rade zijne huisvrouw erbuiten te brengen. Niet zonder gevaar werd dit volbracht. Maar weinigtijd daarna, bij gelegenheid van een alarm des nachts, bijna half naaktden degen in de
vuist naar de wallen lopende, werd h ij door zijn lichaam geschoten enmoest op pieken huiswaarts worden gebracht, aan welke wonden hij kort nade overgave der stad in 1576 overleed. Hij liet na een dochter Mariagenaamd, bij wier nakomelingen bewaard werd een gouden fluitje, een draakvoorstellende, hetgeen koningin Elisabeth gewoon was op haar borst tedragen en aan van den Ende vereerd had om zijne betoonde bravoures.
Die angezeigten Daten haben keine Quellen.