Er hat eine Beziehung mit Hendrina Berends Cohen.Quelle 2
Kind(er):
Ereignis (nomen).
{geni:about_me} In het boek "LAND LOOPT NIET WEG". Drie eeuwen sociaal-economisch leven in Hoogeveen van Max de
Hes wordt op bladzijde 20 het volgende geschreven: Hij vestigde zich rond 1773 in Hoogeveen. Het
ging Mendel zeker niet altijd voor de wind, hij kende veel perioden vanbarre armoede. Bij
voortduring moest hij geld lenen wat niet altijd lukte. Het (algemene) koopmanswerk was zwaar, er
waren tijden dat de zaken niet wilde vlotten. Mendel had er daarom nog een specialisme bij, een
niet zo normaal werkterrien voor Joden in die jaren, hij was namelijk ook beiker (imker). Mendel
had een opvliegend karakter en belandde daardoor nogal eens in conflictsituaties, meestal van
niet al te ernstige aard: zaken die binnen het werkterrein van de Goorspraken vielen. Zo bracht
Antonie Jacobs (v.d.Wijk) tijdens de Goorspraken van 8 april 1873 aan dat Mendel dagelijks
loterijbriefjes verkocht [D. de Hes-Marbus: "Joden in de Goorspraken", pagina 72]. Ook bij ruzies
in de sjoel was Mendel steevast van de partij [idem, pagina 78]. De jaren 1782/83 moeten barre
tijden voor hem zijn geweest; tijdens zittingen van de etstoel werden namelijk vrij ernstige
zaken tegen hem behandeld: a. Mendel Philips werd beschuldigd van diefstel ten huize van Antonie
Jacobs (v.d.Wijk). Tijdens de zitting in 1782 getuigden velen tegen Mendel; maar tot een
veroordeling kwam het gelukkig niet want het gerecht raakte niet overtuigd van zijn schuld
[RAD/Etstoel 9, (38) nr. 411 jaar 1782]. b. Mendel was failliet; een van zijn schuldeisers, ene
Lambert Dodevis uit Hoogeveen, werd blijkens een protocol van 22 maart 1783 eigenaar van zijn
tilbaren (roerende zaken). Al de spullen van Mendel werden geïnventariseerd. Veel van waarde was
dit niet: het betrof alleen maar de dagelijkse gebruiksvoorwerpen zoalseen servies en een
hakmes, verder een bed, een wieg en dekens en kussens, enz. Arme Mendel, hij moest nog huur
betalen aan Dodevis voor het gebruik van zijn onmisbare spullen, maar eigenaar ervan was hij niet
meer [RAD/Schultengerechten inv. nr. 91, protocol 22-03-1783]. Latere generaties kwamen in (veel)
betere doen. De familie nam als vaste familienaam aan Van Rhijn. Op bladzijde 83 lezen we verder:
Mendel Philip, geboren ca. 1737 in 't Dierborgsche Graafschap (Duitsland), had voor zijn
vestiging omstreeks 1773 in Hoogeveen, circa twintig jaar als knecht inTecklenburg gewerkt. Hij
had het moeilijk, was onbemiddeld, maakte schulden en kon moeilijk in Hoogeveen geld lenen. Hij
had een voor Joden in die tijd ongewoon neven-beroep: hij was koopman en beiker (imker). En
verder: Het onroerend goed van de eerste generaties Van Rhijn in Hoogeveen laat zich samenvatten
als volgt: Een perceel bouwland van bijna 0,5 ha aan het Krakeelse Opgaande, al in 1807 op naam
van Mendel Philip van Rhijn, werd in 1857 door erfgenamen toegescheidenaan: David Mendel en Aäron
Großeltern
Eltern
Geschwister
Kinder
Mendel Philip van Rhijn | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hendrina Berends Cohen | ||||||||||||||||||||||||||||||||||