Van der Ende stamboom » Cornelis Cornelisz. Maen (1634-1716)

Persoonlijke gegevens Cornelis Cornelisz. Maen 

Bronnen 1, 2

Aanknopingspunten in andere publicaties

Deze persoon komt ook voor in de publicatie:

Voorouders (en nakomelingen) van Cornelis Cornelisz. Maen


Gezin van Cornelis Cornelisz. Maen

Hij is getrouwd met Maertje Maertge Jans van der Ende(n).

.


Kind(eren):

  1. Leendert Cornelisz. Maen  1663-1732 


Notities over Cornelis Cornelisz. Maen

Generatie III C. 2

 

Cornelis Cornelisz. de Jonge

 

De naam van Cornelis Cornelisz. de Jonge wordt het eerst aangetroffen in archiefstukken van het jaar 1659. Onder een copie van een resolutie van “beide de Collegiën van Delfland” d.d. 26 Maart van dat jaar, opgenomen in het “Electie- en Resolutieboek” van Vlaardinger-ambacht, staat aangetekend “in kennis van mijn ondert. Cornelis de Jonge 1659”. De inhoud van die resolutie is voor ons van weinig belang - het betreft een kostenverdeling van het onderhoud van een wetering en een kade -, maar de zelfstandige ondertekening door Cornelis wijst erop, dat hij op 26 Maart 1659 meerderjarig, dus ouder dan 25 jaar was. Hij moet derhalve zijn geboren voor 26 Maart 1634. Op 15 Januari 1662 gaat Cornelis de Jonge als jongman - dus nog niet gehuwd geweest zijnde - in ondertrouw met Maertje (Maritgen) Jans van der Ende, jongedochter wonende te Pijnacker (3). Zij is de op 1 Januari 1637 te Zoetermeer geboren dochter van Jan Arentsz. van den Ende(n) en diens vrouw Maartje Sdr. Marck. Een neef van Maertje Jans, nl. Huybrecht Cornelisz. van den Ende(n), is getrouwd met Neeltje Cornelisdr. (zuster van de jonge Cornelis).

De familierelaties zien er aldus uit:

 

Cornelis Arentsz. v.d. Ende(n)broersJan Arentsz. v.d. Ende(n)

 

zoon:dochter:

 

Huybrecht Cornelis v.d. Ende(n). neef en nicht Maertje Jansdr. v. d. Ende(n)

 

gehuwd met: gehuwd met:

 

Neeltje Cornelisdr. Maenzuster en broerCornelis Cornelisz. de Jonge

 

zoon uit dit huwelijk:

 

Ary Huybrechtsz. v.d. Ende(n)

 

Kort na de ondertrouw van Cornelis en Maertje (ook wel Maritgen of Maergen geheten) wordt op 26 Januari 1662 te Delft voor notaris J. Ranck een akte van huwelijkse voorwaarden gepasseerd (129).

 

De jongelui worden door de wederzijdse vaders goed bedacht zoals wij reeds vermeldden in de beschrijving van Cornelis de Oude.

Waar en op welke datum het huwelijk is gesloten is (nog) niet gevonden.

In Augustus 1670 achtte het echtpaar de tijd gekomen om een testament te maken (194). Curiositeitshalve volgt hier het begin ervan. (Maar vooraf dit: Mocht U soms denken dat tegenwoordig de tekst van notariële akten wijdlopig is, dan zult U bemerken dat men er in vroeger eeuwen ook raad mee wist!)

 

“In den name ons Heeren Amen. Kennelijk sij eenen igelijck dat in den jaere nae de geboorte ons Heeren ende Salichmakers Jesu Christy duysent ses hondert tseventich op den VII-en Augustus des naermiddachs de clocque halff een uyre voor mij Johannes Ranck openbaar nots bij den Hove van Holland geadmitteert, binnen der stad Delft residerende, in presentie van de ondergeschreven getuygen in eygener persoonen gecomen ende gecompareert sijn den eersamen Cornelis Cornelisz. Maen ende de eerbare Maritgen Jans echte man ende vrou woondende in Vlaerdingerambacht mijn nots wel bekent beyde klouck ende gesont van lichamen gaende ende staende, hun verstant reedenen ende memorie seer wel hebbende ende volcomentl. gebruyckende soo opentl. scheen ende bleeck ende men anders niet en conde bemercken, te kennen gevende niet seeckerder te sijn dan de doot ende niet onseeckerder dan de tijt ende uyre van dien willende daeromme van dese werelt niet scheyden voor ende aleer sij gedisponeert hadden van heuren tijdelijcke goederen, hen bij God almachtich op deser aerde verleent ofte noch te verleenen, verclaerden tselve te doen uyt heure vrije eygen ende onbedwongen wille sonder inductie ofte persuatie van imant bevelende alvooren haere ziel uyt desen sterffelijcken lichaeme gescheyden sijnde in de grondeloose barmherticheyt Godes in haer lichaem de Christelijcke begravinge ter aerden, ende comende hiermeede tot haere voorgenomen dispositie, hebben sij testateuren.......”.

 

In het testament wordt dan verder ondermeer bepaald, dat degeen die het eerst sterft de ander niet alleen tot enig en universeel efrgenaam, maar ook tot enig voogd(es) zal aanwijzen. Voorts, dat de langstlevende de kinderen zal hebben “op te voeden ende groot te maecken in eeten ende drincken kleeden ende reeden sieck ende gesontheyt, te laten leeren leesen ende schrijven, oock een goed ambacht ofte hantwerck daer deselve nut ende bequaem toe sal ofte sullen worden bevonden”.

Dat en Cornelis en Maertje ten tijde van het opmaken van hun testament in 1670 inderdaad kloek en gezond naar lichaam en geest waren wordt bevestigd door het feit, dat zij eerst 45 jaar daarna, na een huwelijk van bijna 54 jaar, zijn overleden. In Januari 1716 zijn zij vrijwel gelijktijdig in Vlaardingen gestorven (5).

Het naspeuren van de uit hun huwelijk geboren kinderen levert nogal wat moeilijkheden op, omdat in dezelfde tijd waarin zij leefden er in Vlaardingen of directe omgeving nog een echtpaar moet zijn geweest, waarvan de man Cornelis Cornelisz. heette en de vrouw de voornamen Maertje Jans droeg. De moeilijkheden schuilen nu hierin, dat in verschillende geboorte-aangiften alleen de voornamen van de ouders worden genoemd en niet hun achternamen, zodat niet aanstonds is vast te stellen met welk echtpaar men te doen heeft. Door vergelijking van de onderlinge geboortedata en het natrekken van familierelaties tussen ouders en doopgetuigen kan men echter wel tot verantwoorde conclusies komen. Met de kinderen die wel met de familienaam Maan in de doopregisters van Vlaardingen zijn ingeschreven zijn de volgende geboorten vastgesteld:

 

Leendert gedoopt 4 Februari 1663

Arije (Arie) gedoopt 7 December 1664

Abraham Maen gedoopt 19 Mei 1666

Trintge (Trijntje) Maen gedoopt 25 September 1667

Simon gedoopt 10 December 1670

Cornelis gedoopt 2 Maart 1672

Cornelis gedoopt 28 October 1676

Cornelis gedoopt 19 Maart 1679

 

Over gebeurtenissen in het familieleven van de jonge Cornelis is maar zeer weinig bekend. In Juni 1667 assisteert hij, met zijn vader, zijn zuster Maertgen Cornelis bij het notarieel vastleggen van de voorwaarden voor haar huwelijk met Jan Arentsz. Lely (130).

Op 1 Mei 1669 wordt zijn vrouw door de Schout van Vlaardinger Ambacht bekeurd wegens “misbruyck van de brouwerstonnen”.

In haar woning was nl. gevonden “een deurgesaeght halff vat, daer een tonne van gemaeckt was ende daer inne vleesch te weycken (=weken) was geset”. (Een soort keuringsonderzoek van waren blijkbaar!). Cornelis wordt daarvoor door de Schout beboet met maar liefst vijftig car. gulden plus betaling van kosten! De zaak wordt daarna echter aan de Schepenen voorgelegd en deze “uyt consideratie dat de gedaegde voor de eerste maal is bekeurt” beslissen, dat hij slechts een boete zal hebben te betalen van vijf car. guldens “mitsgaders voor costen vijfthien stuyvers” (185). Hij kwam er dus genadig af.

In het openbare leven van het Ambacht heeft Cornelis de Jonge zich weinig bewogen. In de jaren 1678 tot en met 1680 was hij in “de Parochiale Kerk der Steede Vlaerdingen” Kerkmeester “vanwege Vlaerdinger Ambacht” (4). Ook schijnt hij “achteman” van dat Ambacht geweest te zijn. De enige aantekening die hierop overigens wijst is de volgende, veelzeggende, aangetroffen in het Electie- en Resolutieboek van Vlaardinger Ambacht: Cornelis (Cornelisz.) Maen (de Jonge), achteman absent 2-8-1687 (179).

 

Over zijn handelingen op het gebied van het landbouwbedrijf, de geldleningen die hij heeft afgesloten en wat de gevolgen daarvan zijn geweest is heel wat meer bekend. Het oudste gegeven daarover stamt uit het jaar 1660 toen hij van de N.H. Kerk te Kethel een bedrag van

f 600,- leende. Deze lening vermeerderd met de daarop verschuldigde interest, blijkt in 1680 voor een groot deel nog niet te zijn afbetaald. Dit is het begin geweest van een reeks financiële manipulaties welke Cornelis de Jonge in zijn leven ten beste heeft gegeven. Of de geldelijke moeilijkheden, waarmede hij te kampen heeft gehad een gevolg zijn geweest van tegenslagen, dan wel van andere minder verzachtende omstandigheden is niet duidelijk geworden. Wel is het opmerklijk dat in bijna alle gevallen zijn vader, en ook wel andere familieleden, voor hem borg hebben gestaan.

In Mei 1661, dus nog voor zijn huwelijk, koopt hij van Jacob Arentsz Dycxhoorn een huis, gelegen aan de Kethelweg, met 15 morgen land voor de niet onaanzienlijke som van 15 duizend car. guldens (72). Een hypotheek op dat bezit ad 450 gulden moest worden overgenomen, terwijl het restant ad 14.500 car. gulden in contanten werd voldaan. Of Cornelis de Jonge dit bedrag geheel uit eigen middelen heeft kunnen voldoen, dan wel door anderen financieel is geholpen, valt niet meer te achterhalen. Zoals reeds is verhaald treedt onze Cornelis in 1662 in het huwelijk. Het jonge echtpaar krijgt dan van beide vaders tesamen vierduizend car. gulden. In Mei 1663 zien wij een Cornelis Cornelisz. Maen verschijnen als koper op “veilingen van mobiele goederen” in Pijnacker. Hij koopt daar koeien resp. voor 54 en 48 gulden. Hoewel in de desbetreffende akte (199) niet uitdrukkelijk is aangegeven, dat deze koper Cornelis de Jonge is, is zulks toch wel zeker. Want borg voor hem is Jan Adriaansz. van der Ende tot Pijnacker en deze is zijn schoonvader.

In April 1666 verkocht vader Cornelis de Oude een stuk land aan mej. Anna Spierinck, weduwe van de heer Pieter van Santen, in leven Burgemeester van Delft. Het verkochte land grensde aan dat van zijn zoon Cornelis Jr., die bij de transactie mede compareert, omdat hij aan Mej. Spierinck zal garanderen “een bequamen ende onverhinderde overpat te voet alsmede met paerden, wagens ende beesten” over zijn land (76).

Tevens verklaart hij, dat hij het land, waarop deze garantie betrekking heeft, niet zal verkopen zonder dit servituut. De landerijen, die Cornelis de Jonge in de Holiërhoekse polder bezat, waren in 1666 groot 15 morgen en 5 hont. Hij moest daarvoor 28 car. gulden en 10 stuivers aan molengeld betalen. Deze gegevens zijn geput uit nog aanwezige gaardersboekjes (133). Daarin is ook te vinden, dat hij in de jaren 1668 en 1669 in de Zouteveense polder 7 morgen land bezat, hetgeen hem resp. 11 car. gulden 11 st. en 12 car. gulden en 12 stuivers per jaar aan molengeld kostte.

Na 1666 blijkt duidelijk, dat Cornelis de Jonge meer en meer in financiële moeilijkheden is komen te verkeren. In Mei 1667 heeft hij een geldlening van 300 gulden gekregen van Leentje Dircxsdr., weduwe van Dirck Pietersz. Stolck, tegen een rente van 3 car. gulden en 5 stuivers per jaar (190). Ruim 1 jaar later, op 19 October 1668, leent hij van zijn neefje Ary Huybrechtsz. van den Ende (zoontje van zijn overleden zuster Neeltje) over wie hij voogd is, een bedrag van 3.000 car. gulden tegen een rente van 3% per jaar (182).

Ofschoon hij in de naast volgende jaren geen leningen heeft gesloten - er zijn daaromtrent althans geen akten of andere aanwijzingen gevonden - is het kennelijk toch steeds meer bergafwaarts met Cornelis Jr. gegaan. En wel in een zodanige mate, dat hij in 1677 genoodzaakt was het door hem in 1661 gekochte huis met bijbehorende landerijen van de hand te doen. Bij akte van 2 Mei 1677 (79) verkoopt hij dat gehele bezit aan Mr. Reyer van der Burgh “commijs van de magazijnen van Hollandt, wonende onder de stad Delft”. (Een van de schepenen, die de akte mede ondertekend hebben was zijn neef Claes Meesse Maen). Huis en landerijen waren vrij van hypotheek, zodat hij de gehele koopsom, zijnde 7500 car. gulden, contant in handen kreeg. Zelf had hij voor dat geheel in 1661 het dubbele bedrag betaald. Een zeer ongunstige transactie derhalve. Kort te voren op 8 Januari 1677, had hij van Dr. Adam van der Heym, Raad en Vroedschap van Schiedam - een der voogden over de erfgenamen van wijlen Willem Jansz. Rotteveen - een stuk land gehuurd, 5 morgen, 3 hond 99 roeden groot, gelegen in de Babberspolder (191 en 192). Zulks voor de tijd van vijf jaar “ingegaan Kermis 1677”. Hij verplicht zich om behalve de huur ook alle op het land drukkende jaarlijkse lasten te betalen, zoals verpondingen, molen- en sluisgelden. Ook staat in de akte de “expresse conditie dat de huyrder het voorsz. land alleen zal mogen beweyen (=begrazen) sonder hetzelve land te mogen hoyen.... besayen of insteecken, in ‘t geheel of ten deel in geenerley manieren”. Vader Cornelis de Oude stelde zich borg voor het nakomen der verplichtingen. Borgstellingen over en weer door vader en zoon doen zich herhaaldelijk voor.

Zo is de jonge Cornelis enkele weken later, nl. op 7 en 28 Mei 1677 in 3 gevallen borg voor zijn vader, die bij zoon Alewijn enkele bedragen heeft geleend van Ary van der Enden (zoontje van wijlen Neeltje Cornelisdr. Maen, over welk kind Alewijn met Cornelis de Jonge de voogdij uitoefende) (43).

In de maand daarop, op 28 Juni 1677, wordt een akte gepasseerd waarin Cornelis verklaart verkocht te hebben aan zijn vader 31 koeien en 2 paarden benevens zijn inboedel en gereedschap ter delging van een schuld van 3300 car. gulden volgens “obligatie ten behoeve van” (=lening gesloten bij) Cornelis Willemsz. van der Hoeve, en een schuld van 500 car. gulden ten behoeve van de kinderen van Cornelis Cornelisz. van der Windt, welke obligaties door zijn vader als borg waren afgelost. Bepaald werd evenwel, dat de jonge Cornelis het gebruik van de door hem verkochte goederen mocht behouden (125), Deze transacties dienen te worden gezien in het licht van de financiële moeilijkheden waarin de jonge Cornelis allengs is komen te verkeren. Op dezelfde 28e Juni 1677 laat vader Cornelis een nieuw testament opmaken, waarin als zijn erfgenamen worden genoemd zijn twee in leven zijnde kinderen Cornelis en Maertje alsmede zijn reeds eerder genoemde kleinzoon Arij Hubrechts van der Enden (124). Zijn vrouw blijft buiten de verdeling van de nalatenschap omdat hij met haar op huwelijkse voorwaarden is getrouwd (zie Beschrijving Cornelis de Oude; generatie IIC). In het testament wordt voorts bepaald, dat van het erfdeel, toekomend aan zijn zoon Cornelis, moeten worden afgetrokken de schulden aan de boedel maar dat deze “naer sijn testateurs overlijden sal hebben te behouden het gebruyck ende de bate van alle soodanige beesten ende paerden, mitsgaders imboel huysraet ende bougereetschap”. In het jaar daarop -20 November 1678 - geven vader en zoon gezamenlijk een schuldbekentenis af ter zake van een van Hendrick Cornelis de Keyser geleend bedrag van duizend car. gulden (86). De situatie wordt voor Cornelis Jr. echter dreigend als, weer een jaar later, op 4 November 1679, Cornelis Jacob Denick, Regent van het Weeshuis te Maassluis - die eigenaar is van een door onze Cornelis van hem gehuurd stuk land - beslag doet leggen op de op dat land weidende “twee swarte koebeesten met een witje aen hooft, nog een soot wit hooft, 1 soo grimelde (?)”. Oorzaak van dit beslag is, dat Cornelis nalatig is in het betalen aan Denick van de hem verschuldigde landhuur (186). Drie weken later, op 25 November 1679, volgt opnieuw een beslag nu op verzoek van de heer Reyer van der Burgh te Delft, die in Mei 1677 de woning en landerijen van Cornelis heeft gekocht. Het beslag wordt gelegd op “alle levende have, bougereetschap, imboel, huysraet, erten, boonen, tarwe etc. aenkomende Corn. Corn. Maen de Jonge” (187).

Vader Cornelis heeft dit niet meer meegemaakt. In Augustus van hetzelfde jaar was hij - uiteindelijk ook financieel uitgeput - in Vlaardingen overleden (4).

In 1680 kwam de welhaast onvermijdelijke klap en werd de jonge Cornelis insolvent verklaard. In September werden op een openbare verkoping al zijn bezittingen verkocht. Het resultaat van die vendutie is door de Schepenen van Vlaardinger Ambacht vastgelegd in een akte van 3 October 1680 (183). De zuivere opbrengst bedraagt 2460 car. gulden. Na aftrek van kosten aan deurwaarder, nog verschuldigde belasting, molen- en sluisgelden, blijft er voor de schuldeisers over: voor Denick (die intussen de in beslag genomen koeien heeft verkocht) 100 car. gulden voor nog resterend tekort aan landhuur over de jaren 1678/79, voor Van den Burgh 908 car. gulden 10 stuivers en 8 pennningen ter zake van nog verschuldigde huur van woning en grond en tenslotte voor het weeskind Arij van der Enden 940 car. gulden 2 stuivers en 10 penningen voor nog niet terugbetaald geleend geld vermeerderd met rente. Het kind kwam er bijna 200 gulden aan tekort. Al met al een trieste afgang na een gunstig schijnende start van Cornelis de Jonge. Na deze debacle hebben Cornelis en zijn vrouw nog bijna 35 jaar geleefd. Slechts weinig gegevens over hen zijn uit deze jaren bekend. Zoals reeds vermeld schijnt hij in 1687 “achteman” van Vlaardinger Ambacht te zijn geweest. Op 26 Maart 1696 wordt hij met anderen, voor het Gerecht gedaagd om in een rechtszaak “getuygenis der Waerheyt” af te leggen (188). Dit moet gezien worden als een dagvaarding als beëdigd getuige. Dan ontmoeten wij hem nog eens in 1700 als “bruycker van 3 1/2 morgen land in een camp genaemt De Loet gelegen in Vlaerdinger Ambacht” (184). Tenslotte de aanwijzing als voogd en voogdes van Cornelis de Jonge en diens vrouw over de kinderen van hun dochter Trijntje gehuwd met Leendert Willemsz. Rodenburgh, na eventueel overlijden der ouders (197).

 

Omdat Cornelis de Jonge de schrijfkunst kennelijk niet meester was zijn slechts simpele handmerken van hem bekend.

Hieronder zijn opgenomen de ondertekeningen onder het testament van Cornelis de Jonge en zijn vrouw Maertje Jans van den Ende (194). Cornelis tekent met een kruisje, zijn vrouw schrijft duidelijk “Margen Jans”.

 

[illustratie III 2 handtek Cornelis de Jonge]

Heeft u aanvullingen, correcties of vragen met betrekking tot Cornelis Cornelisz. Maen?
De auteur van deze publicatie hoort het graag van u!


Bronnen

  1. eureka Web Site, Johan Boekestijn, Cornelis Corneliszn. Maen, 21 april 2012
    Toegevoegd door een Smart Match te bevestigen
    Stamboom op MyHeritage.com
    Familiesite: eureka Web Site
    Stamboom: stamboom familie maan 110130
  2. Web Site van de families Teerds en Moerman, Hugo Teerds, Cornelis Cornelisz. Maen, 21 april 2012
    Toegevoegd door een Smart Match te bevestigen
    Stamboom op MyHeritage.com
    Familiesite: Web Site van de families Teerds en Moerman
    Stamboom: Moerman

Tijdbalk Cornelis Cornelisz. Maen

  Deze functionaliteit is alleen beschikbaar voor browsers met Javascript ondersteuning.
Klik op de namen voor meer informatie. Gebruikte symbolen: grootouders grootouders   ouders ouders   broers-zussen broers/zussen   kinderen kinderen

Over de familienaam Maen

  • Bekijk de informatie die Genealogie Online heeft over de familienaam Maen.
  • Bekijk de informatie die Open Archieven heeft over Maen.
  • Bekijk in het Wie (onder)zoekt wie? register wie de familienaam Maen (onder)zoekt.

Historische gebeurtenissen


Tip: herlaad deze pagina voor een nieuwe selectie van gebeurtenissen vanuit Wikipedia.


Tip: herlaad deze pagina voor een nieuwe selectie van gebeurtenissen vanuit Wikipedia.



Bron: Wikipedia


Bron: Wikipedia




Via Snelzoeken kunt u zoeken op naam, voornaam gevolgd door een achternaam. U typt enkele letters in (minimaal 3) en direct verschijnt er een lijst met persoonsnamen binnen deze publicatie. Hoe meer letters u intypt hoe specifieker de resultaten. Klik op een persoonsnaam om naar de pagina van die persoon te gaan.

  • Of u kleine letters of hoofdletters intypt maak niet uit.
  • Wanneer u niet zeker bent over de voornaam of exacte schrijfwijze dan kunt u een sterretje (*) gebruiken. Voorbeeld: "*ornelis de b*r" vindt zowel "cornelis de boer" als "kornelis de buur".
  • Het is niet mogelijk om tekens anders dan het alfabet in te voeren (dus ook geen diacritische tekens als ö en é).


De publicatie Van der Ende stamboom is samengesteld door (neem contact op).
Wilt u bij het overnemen van gegevens uit deze stamboom alstublieft een verwijzing naar de herkomst opnemen:
Jan van der Ende, "Van der Ende stamboom", database, Genealogie Online (https://www.genealogieonline.nl/van-der-ende-stamboom/I30692.php : benaderd 3 oktober 2022), "Cornelis Cornelisz. Maen (1634-1716)".