Stamboom Peter Hof » Levensverhaal Jentje Kuilder 20-12-1909

Dit is het levensverhaal van Jentje Kuilder geboren in Nieuw-Amsterdam op 20-12-1909

Juni 1995
Zoo, ik zal maar eens beginnen mijn verleden op te schrijven. Dat willen mijn nazaten graag. Ik ben geboren op 20 december 1909 in Nieuw Amsterdam, gemeente Emmen. Dat was toen nog dun bevolkt. Na de oorlog van '40- '45 is er met de komst van fabrieken meer import gekomen.

Mijn vroegste herinnering: de eerste wereldoorlog
Mijn vroegste herinnering is, dat de eerste wereldoorlog uitbrak, dat er loopgraven gegraven werden en dat de Belgische vluchtelingen kwamen. De Vaders met één kind op de schouders, dat was voor ons kinderen heel interessant, want het was altijd zoo stil en rustig. Maar we vonden het niet leuk, toen mijn Vader op moest komen. Wel vonden we het uniform mooi. Hij moest naar Schoonebeek aan de Duitsche grens.
Het was een moeizaam bestaan. 's Zomers moesten ze bij het krieken van de dag aan het werk: tot 6 uur turf graven. En dan hadden de veenarbeiders nog een stukje veen voor zichzelf, voor hun eigen brandstof. Hier moest natuurlijk wel voor betaald worden. En dan moesten ze het nog zelf opgraven en drogen.

Wat aten we zoal?
Er was geen gebrek aan grond. Vroeg in het voorjaar moest er gezaaid en gepoot worden en in de winter als het nog niet vroor, moest de grond bouwklaar gemaakt worden om eigen aardappelen, groente en koren op te verbouwen. Want het was altijd eigen teelt, wat er gegeten werd. In het najaar werd het ingemaakt in Keulse potten: zuurkool, snijboncn, sperziebonen. 's Winters atje boerenkool, koolraap, bieten, uien en winterwortelen. Er waren toen nog geen lof en spruitjes. We hadden kippen, geiten en varkens. Eén varken voor de slacht en één voor de verkoop. Daar moest 's winters van geleefd worden. Als het slachttijd was, dan was het feest, want de bloedworst en leverworst konden niet zoo lang bewaard worden . De rest ging in houten kuipen in het zout. Daarna werd het gedroogd en opgehangen aan de zolder (dat noemden ze de wiemel).
Dan werd voor het winter werd hard runderniervet bij de slager gehaald, stukgesneden en gesmolten. Dat ging in een grote Keulse pot. In die tijd werd het vleesch namelijk niet gebraden, maar gekookt. Als het gaar was, kwam er een stuk vet bij. Maar met vleesch werd natuurlijk heel zuinig gedaan. Meestal kregen we alleen spek. En bij het spekvet deed Moeder voor ons een beetje aardappelwater. Vader kreeg het vet zoo, want die moest vreselijk hard werken. Hij was dan ook erg mager. Nu hadden we geen van allen last van dikte. Gelukkig waren we maar met 4 kinderen. Ik weet ook nog dat er in de oorlog Amerikaans spek te koop was. Die was zoo zout als wat. Maar die werd maar één keer gekocht, want dat zag er zoo rood uit (zoiets als nu pekelvlees, wat je als broodbeleg kunt kopen). Brood werd gebakken van eigen tarwe en rogge. Fruit was er alleen maar als je het zelf had. 's Zomers hadden we aardbeien, kruisbessen, rode en zwarte bessen. Een enkele keer kwam er een boot uit Muntendam die appels verkocht.


Wonen in een veenhuisje
Mijn Moeder vertelde mij, dat ze toen ze trouwden eerst in een keet hebben gewoond, midden in het veen. Ook mijn oudste broer is daar nog geboren. De deel was van turf. Ze zei wel eens, dat het geen leven was. Toen de geboorte van Wicher zich aand iende, moest mijn Vader naar Emmen lopen voor de vroedvrouw. Toen hij weer thuiskwam, was het kind al geboren. Daar had de buurvrouw bij geholpen. Zoo ging dat in die tijd. Ze heeft wel eens verteld, dat ze in de bedstee lag na de geboorte van mij n broer en dat Vader weer was gaan werken. Op een stoel naast haar stonden dan een kop melk, een beker water en een paar sneden brood. Zoo lag ze daar dan. Vanuit bed melkte ze zelfs de geit als het daar tijd voor was. Gelukkig heeft dat niet zo o erg lang geduurd.

Naar de bewoonde wereld
Akkerman, een veenbaas, kwam aan mijn Vader vragen hoeveel turf mijn Moeder kon verwerken. Dat was heel veel en tusschentijds hielp Vader ook mee, want dan kreeg hij een nieuw huis. Hij werd natuurlijk geen eigenaar! In dat andere huis zijn hun andere 3 kinderen geboren. Dat was in de bewoonde wereld. Nou ja, er was een rij huizen en ook nog 2 boeren aan de "Verlengde Hogeveenschevaart". Er reed zelfs een tram voor het huis langs: de D.S.M.
Het huis was volgens die tijd een prachthuis met 3 bedsteden en een inloopkast, zoo ze dat nu noemen. Twee ramen en luiken voor en één zijraampje. En je had buren. Allemaal in dezelfde situatie. De sociale gevoelens voor elkaar waren geweldig . Waar de één veel van had, was voor de ander die er gebrek aan had. We hadden in de winter een nichtje of neefje te gast, wiens ouders het niet zoo best hadden. Vaak waren het grote gezinnen. Wij waren maar met 4 kinderen, maar daar moest hee l wat voor gedaan worden. Als ik er nu wel eens op terugkijk, dan hebben we nu een hemel op aarde.

Grote schoonmaak
Voordat het turfseizoen begon, moesten de bedden schoongemaakt worden. Alles moest naar buiten, de dekens gewassen en het verenbed in de zon. Het beddenstro ging eruit en dat werd weer in het varkenshok gebruikt. Dan werden de planken geboen d en in de zon gedroogd en de muren gewit. En dan kon het er 's avonds weer schoon in. We hadden 's winters ook altijd een verenbed en er zat altijd een tijk om van geruite katoen, die nu ook weer te koop is. We hadden bonte kussenslopen. Want wa t Wit was, moest ook wit blijven en dan zouden de kussenslopen veel te gauw vaal zijn. En er was natuurlijk geen douche. 's Zaterdags in de tobbe, dat was al heel wat. En daar ontbrak het bij sommige menschen ook wel eens aan.
Aan het voeteneind was ook altijd nog een soort kribbe, waar ook nog een kind kon slapen, als het zoo uitkwam. Voor de bedsteden hingen bonte gordijnen voor ~s nachts. Overdag waren de deuren gesloten.

Spaanse griep
In de tijd van de Spaanse griep (na de eerste wereldoorlog) zijn heel veel menschen ziek geworden. Heel erg veel menschen zijn er ook aan gestorven; ook veel familieleden, meestal kinderen. Mijn Vaderen Moeder liepen die gezinnen af om te helpe n de bedden te verschonen. Mijn Vader droeg dan de zieke van het ene (vieze) bed naar het andere (schone) bed. Het was een wonder dat wij geen van allen die griep hebben gekregen. Maar als ze thuiskwamen, moesten ze zich met zachte zeep wasse n en daarna namen ze een kruidenbitter. Dat ze kregen van de dokter met een compliment toen ze vertelden hoe zehet volhielden.

4
Tijdverdrijf
's Zomers had iedereen het dus druk, maar 's zondags werd er niets gedaan. Dan ging iedereen naar de kerk, hetzij gereformeerd of hervormd. Mijn ouders waren hervormd en de buren aan beide kanten waren gereformeerd. In de winter gingen we op zater dagavond op visite of we kregen zelf visite. Dat begon na Nieuwjaar. Dat was voor ons ook gezellig, al lag je in de bedstee. Je kon lekker meeluisteren.Met Nieuwjaarsdag mochten we de hele buurt gelukkig Nieuwjaar wensen. Iedereen had Nieuwjaarsk oeken gebakken. Dat was zoiets als nu oublies, maar dan iets dikker. Dat was natuurlijk wel wat, want snoepen was er nooit bij. Suiker kregen we alleen 's zondags en als het heel goed zat een koekje. Die schaal heb ik nog steeds! 's Winters was he t voor de kinderen gezellig, want Vader en Moeder waren veel meer thuis. Als er ijs was, wat haast elke winter gebeurde, dan gingen we met een oude stoel schaatsen leren. We hadden het kanaal vlak voor het huis. We konden dan naar de overkant (waa r we anders nooit kwamen), want daar hadden ze een klinkerstraat. Het was prachtig om daar op je klompen heel hard overheen te lopen. Dat kletterde zoo mooi! Wat een onnozel plezier zullen jullie zeggen, maarwe waren niet veel gewend!

Het huis van mijn grootouders
We hadden ook een grootvader en grootmoeder, maar die kenden we amper. Die woonden voor op Nieuw Amsterdam en wij op het voeteneind zogezegd. Dat was ongeveer een uur lopen. Ik kan me nog herinneren, dat mijn Vader een grote slee had gemaakt en da ar werden mijn zus en ik op vervoerd, helemaal ingepakt. Zo gingen we op visite naar grootmoeder, die we nog nooit gezien hadden. Mijn zus was toen, denk ik 2,5 en ik 5 jaar (we scheelden allemaal 2,5 jaar). Het was voor het eerst dat we met Vade r en Moeder uit waren: wij op de slee, zij erachter op schaatsen. Ik denk nu, dat toen de eerste aanzet is gegeven voor het kopen van het huis van mijn grootouders. Dat is namelijk gebeurd toen ik in de 3C klas zat. We gingen verhuizen naar het dorp! Het huis vond ik verschrikkelijk, maar het was wel veel dichter bij school. Dat scheelde de helft lopen. Maar alles was zo vreemd! Er stonden nog haast geen huizen langs die weg. Het was een zandweg met grote bomen. Nu zouden ze dat een laan noemen. We woonden nu wel in het dorp, maar zo'n 300m van dezelfde vaart. Er moest een hoop veranderd worden aan het huis. De oppervlakte was wel groot, maar opa en oma woonden er nu ook bij in. Eerst woonden ze aan de achterkant. Daar was ee n groot raam, want mijn grootmoeder was huisnaaister dus die moest licht hebben. Dat interesseerde me toen niet zoo veel, want je bent dan echt bezig om je eigen stekkieweer te vinden. Er woonden wel veel kinderen in de buurt, die ook op dezelfd e school zaten. Maar ook veel burgerkinderen, zoals wij dat toen noemden. Zoals Komduur, die nu op de Rijksstraatweg een "doe-het-zelf"-winkel heeft. Zijn grootvader was timmerman. Verder had je schildersbazen, een smid, postbodes, winkeliers, sla gers en modezaken. Die waren meestal Joods: Palm, Kats, te Brinte, Zilverberg, slager Valk en Denneboom. Dat waren allemaal Joodse winkels. Dat kwam, omdat de ontdekkers van het veen oorspronkelijk zakenlieden uit Amsterdam waren. De veenbaas va n mijn Vader, Akkerman woonde daar ook. Zelfs zoo dichtbij, dat de tuinen aan elkaar grensden.
De arbeidersvrouwen waren niks meer dan mijn Moeder, maar die waren daags thuis. Ze vond het allemaal lui vrouwvolk.

5
De handen uit de mouwen
Ik kom uit een arme familie, maar met trotsche harten. Ze zouden nooit de hand ophouden voor geld, als ze zelf konden verdienen. Nu we wat meer in de gemeenschap woonden, had mijn Vader weer een kans om te werken in het najaar, als de turf gewonne n en gedroogd was. Hij kon naar de aardappelmeelfabriek in ploegendienst. Dan was hij 's morgens of 's middags vrij om zijn eigen werk te doen en had hij langer inkomsten. Mijn oudste broer ging al een beetje meeverdienen. Mijn jongste broer wa s leerling bij een schoenmaker; die bracht niets in. Mijn Moeder ging aardappelen rooien en dan moest ik Vrij van school nemen. Ik zat toen in de 6~ klas. Toen ik die door was, zei de hoofdmeester: "Je kunt beter van school afgaan en dan 's winter s naar de avondschool gaan". Ik kon namelijk goed leren. Ikben ook nooit blijven zitten. En zoo geschiedde. Ik kreeg mijn werk thuis toebedeeld, want ik was in hun ogen al een flinke meid. Eerst het huishoudelijke werk (dat had ik tusschentijd s toch al moeten doen). De wasch was het ergste. Ze hadden een klein stookhutje en daar werd de witte wasch gekookt. Dat deed Moeder en voor ze wegging, had ze die al in de tobbe gedaan. Dat moest ik dan boenen metplank en borstel, onderwijl wate r opzetten met Sunlight-zeep en aan de kook brengen, tusschendoor de bonte wasch in de week zetten in het sop van de witte wasch. Dat moest ik dan weer schoonboenen. Daarna gingen daar werksokken in om te weken. Dan moest de witte was weer geboen d worden en op het bleekveld gelegd worden. Als de zon erg scheen moest je het een keer met regenwater besprenkelen. Daarna kon je de rest afmaken. Als Moeder thuiskwam kreeg ik controle: "dat en dat overdoen", net zo lang tot het goed was. Een ha rde leerschool, maar ook een grote voldoening als je een pluimpje kreeg: "Goed 'daan kind!" Het hoefde niet vlug, maar wel goed. Ik heb het ook wel eens verprutst. Dan had ik een beetje lopen spelen en dan had ik de kamer aangeveegd en in plaat s van met stoffer en blik,had ik het onder het deurmatje geveegd. Stom natuurlijk, want dat voelde ze meteen! Ik deed ook wel eens werk, wat ik helemaal niet hoefde, maar ook helemaal niet kon. Maar groot doen, hè?

Onze Jen doet in 1 dag meer dan 2 kerels
Zoals ik al schreef, werden er met Nieuwjaar allemaal visites afgelegd. Toen ik weer eens lag te luisteren, hoorde ik: "Als je nog eens iemand moet hebben om de aardappels te schoffelen, dan moet je onze Jen nemen. Die doet meer in een dag, dan 2 kerels". Ik had namelijk opdracht om het land te doen aan de andere kant van de weg. Er stond tusschen de aardappelen gras en ander onkruid. Dat moest je met je handen er tusschenuit trekken, maar ik had een hekel aan bukken. Dus nam ik de sch offel en ging steeds dichter bij de stam. Net zoo lang tot ik de stam had afgeschoffeld. Dat hoefde dus niet meer.

Kostgangers
Op een dag kwam er leven op de weg. Normaal was het een stille boel, maar nu gingen ze wat bouwen aan de overkant van de sloot waaraan wij woonden. Naar later bleek was het een barak waar soldaten in kwamen om de smokkelaars van Duitsche cognac op te pakken. Tijdens de bouw waren er altijd 2 wachten. Moeder kennende was het al gauw: "Breng ze een pot koffie". Voor ons waren die soldaten hoge pieten. Wat wisten we ervan? Hun kleding moest genummerd worden en dat mochten wij doen. Daarvo or kregen we een kwartje. Dat was groot geld voor ons. Ze waren in de kost in de Stationsstraat bij een barbier en kapper, maar ze klaagden steen en been over het eten. Dus kwamen ze hier. Eerst wilde Moeder er niets van weten, want "daar be n ik niet zoo op ingesteld", zei ze. "Jullie eten toch ook preciesals wij", zeiden ze. Ze hielden niet op. "Het zou zoo fijn zijn,

6
lekker makkelijk, zoo maar even overlopen". Mijn Vader zag het wel zitten, hij zei: "Dan ben je toch altijd thuis". Maar ze zag er tegenop, want we aten altijd gewoon. Geen tafellaken, maar zeildoek wat afgewaschen kon worden. Nu ging ze bij onz e kruidenier om raad vragen wat er aangeschaft moest worden. Er moest ook verbouwd worden, want de soldaten wilden bij ons aan tafel. Dat wilde mijn Moeder helemaal niet, maar ja! Mijn grootouders waren inmiddels naar de zijkant verhuisd, dus acht er was leeg en daar werd de zogenaamde eetkamer gemaakt. Het was achteraf een lachertje: wel netjes, maar ongezellig. Maar zoals de jongens zeiden:
"Wel lekker warm". Daar was de verdienste ook naar, want het werd door het rijk betaald. De 2 jongens werden echte huisvrienden, ze kwamen meermalen even een bakkie doen. Ze deed voor die 2 ook de was. Dat was lekker meegenomen.

In betrekldng
Dus ik kon in een "dienstje" (het grote geld verdienen!; van 's morgens 8 tot 's avonds 8 voor f1,50 per week) bij een vrouw die dacht een volwassen meid te hebben. Wat ik daar allemaal moest doen! Ennatuurlijk deed ik het soms verkeerd of ik beg reep het niet. Met het eten zat ik daar in de koude keuken, enzovoorts. Moeder heeft mij daar weggehaald. Toen ben ik weer een poosje thuis geweest. Ik had natuurlijk wel wat opgestoken wat koken betreft. Na verloop van tijd ging ik toch maar wee r in een betrekking. Bij ons op de hoek was een grote kledingwinkel. Ik kon wel uren staan kijken wat voor moois er allemaal in de etalage stond. Ik zag mijzelf al in die kleding lopen. Maar daar was geld voor nodig. Dus kwam ik bij slager Veldkam p terecht. Ik ging weer verdienen. Ze hadden 4 kinderen en de vijfde was op komst. Het ging daar wat ruiger aan toe als bij ons, maar gezellig. Het was een eersteklas slager. Het was niet zoo, dat je verschillende soorten vleesch had, zoals karbon ade of riblappen. Nee, er hingen halve varkens en koeien in de winkel en als je dan vleesch moest halen, dan zei je: "Geef me daar maar een stuk van". Dan werd er zo'n beetje gekeken wat de menschen wilden hebben en dan werd er met been en al ee n stuk afgesneden en gezaagd. AJs het teveel was, bleven er stukjes over en toen ik de eerste middag daar at, stond er een pan met vleesch op tafel waar je u tegenmoest zeggen. Ik keek mijn ogen uit. En toen kwam het toetje en dat was amandelgrie smeelpap. Ik had nog nooit zoiets lekkers gegeten. Ik raakte er thuis niet over uitgepraat. Ik had het daar hartstikke goed, maar er moest ook wel gewerkt worden. In de winkel waren allemaal koperen stangen met haakjes, waar de worst aan hin g in de etalage. Die moesten elke week gepoetst worden. De ijzeren haken,waar het grote vleesch aan hing, moest de knecht schuren. Ik moest ook de wasch doen, althans in het begin helpen. Ze hadden zo'n machine die je moest draaien met de hand . Toen die vrouw in het kraambcd kwam, moest ik 's nachts blijven.
Dat liep natuurlijk fout af. Ik kon nergens meer op lopen en liep met grote sloffen van de baas aan. Maar iemand had zeker tegen Moeder gepraat, want mijn zus kwam kijken. Nu, toen moest ik thuis komen en naar de dokter. Ik moest meteen met de ben en op de stoel zitten. Na een paar weken kreeg ik steunzolen. De dokter vond het beter dat ik daar niet meer terug ging, wat ik wel jammer vond.

De winkel van Sinkel
Toen ben ik naar een winkel van Sinkel gegaan waar alles te koop was. De bazin was ongetrouwd. Het was overal hetzelfde: hard werken. Als er niemand in de winkel was, hielp ze wel mee. Maar ik leerde wel hard werken, vooral met de schoonmaak. Ze hadden ook een werkster, dat scheelde wel. Moeder heeft er later ook gewerkt, toen ik ware reizen ging maken. Het was toen wel crisis; de werkeloosheid was erg groot.

Het westen lonkt
De tijd kwam, dat hele gezinnen naar Eindhoven gingen om te werken bij Philips. Die begon toen groot te worden. Of naar Twente, naar de textielfabrieken. Ook vertrokken er veel meisjes naar het westenom in de huishouding te gaan werken bij rijk e menschen in Bloemendaal, Overveen of Aerdenhout. In de zomer kwam ik een meisje tegen, die ook weggegaan was naar Bloemendaal en nu met vacantie terug was. In die tijd was de mode een heel eind achter in Drenthe en zij had nieuwe kleren en zelf s een nieuwe fiets. Dus ik zei: "Als je eens een dienst weet voor mij, schrijf me dan maar". Ik had geen idee, dat het zoo snel zou gaan.

Op audiëntie
Ze lachten me allemaal uit, want ik wilde nog geen nacht van huis weg. Maar ik kreeg een brief van een Mevrouw, via de dominee bij ons. Ik moest eerst komen, want ze wilden weten wie en wat ik was. Ikhad nog nooit gereisd! Ze hadden een beetje ui tgelegd waar ik over moest stappen. Als ik het niet goed wist, alleen aan de politie vragen of aan de "spoormannen". Ik kwam in Haarlem aan en daar stond mijn dorpsgenootje Annie te wachten. Annie werkte op de Josef Israëlweg. Met de tram ginge n we door het Kleverpark, langs de Kleverlaan naar de Bloemendaalsche weg. Dit was het eindpunt. Verder langs de Rijperweg naar de Korte Parkweg 1: Huize Rijperduin. Ik keek de oogen uit. Zoiets groots en moois had ik niet verwacht. En zo'n grot e tuin!
Toen ik had aangebeld, deed het meisje open: zwarte japon met wit schorje en witte muts. Ik vond het indrukwekkend! Nu zouden ze zeggen: "Net een film", maar ik had zoiets nog nooit gezien, dus kon ikhet nergens mee vergelijken. Ik werd in de sal on gelaten. Prachtige stoelen, ik zie het nog allemaal zoo voor mij. Ivoorkleurige salonstoelen met oudroze bekleding en er stond een bank en craupo's met van die hoezen in Franse stof, zoals ze nu ook wel hebben. En er was een wandkast met allema al zilveren dingetjes. Toen kwam Mevrouw en ik stond te trillen op mijn benen. Wat zal ze een rare indruk van me gekregen hebben, maar naar Drentse begrippen zag ik er netjes uit. Ze vroeg van alles over thuis en wat voor werk ik gedaan had. Schro bben en boenen hoefde ik niet te doen, zei ze. Maar wel bedden opmaken, slaapkamers doen en 's middags iets een goede beurt geven. Of ik dat wel kon? Nou, volgens mij wel. Wist ik veel?Na verloop van tijd werd ik naar de keuken gebracht. Daarvoor moest je een trap op, want het huis stond een beetje op een hoogte. Daar kwamen we eerst in een betegelde hal (later zag ik dat daar een deur was waar de verwarmingsketel stond, de deu r van de kelder, de provisiekast en het toilet). Via deze hal kwamen we in een grote keuken. Hier was ook alles betegeld en er lag een houten vlonder voor het aanrecht. Hier werd ik voorgesteld aan het personeel: Arend Nieuwland, de huisknecht, Ti ne van Elburg, het keukenmeisje. Naar ik later hoorde, waren die 2 verloofd. Het werkmeisje waar ik voor in de plaats kwam was Heintje Kreekamp (afkomstig uit Amersfoort en een nicht van Arend), het binnenmeisje was Gerritje van Altena. Die ware n allemaal met de familie meegekomen uit Brummen. Ik bleef verder de hele dag, ook eten en slapen. Ik werd een beetje ingelicht over het werk en de dagindeling. 's Avonds ging ik met de meisjes naar boven en mocht ik slapen in de logeerkamer, wan t in die tijd kon je niet retour. In de logeerkamer waren spiegelharten. Dat was
wat! Daar kon ik me helemaal in zien. Ik kan me niet herinneren of ik goed geslapen heb, maar dat zal wel, want ik had zoveel gehoord en gezien.
's Morgens om 8.30u moest ik weer beneden zijn voor het ontbijt. Dat was een gezoek, want ik vond dat alle verdiepingen op elkaar leken. Gelukkig zag ik Arend lopen met de gepoetste schoenen van de familie. "Ha, daar moet ik naartoe", dacht ik. Ie dereen was druk aan het werk.
En dan de WC! "Hoe moet dat nu", dacht ik. "Maar proberen aan die ketting". Dat was gelukkig goed verlopen. Bij ons had niemand zoiets; wij hadden ook geen leidingwater, alleen een put of pomp.
Bij de keuken was ook een zithoek. Dan keek je zo naar de Parkweg en in de tuin. Ik vond dat heel mooi. Het was alleen al na de zomer, dus de bloemen waren al weg. Het was een heel stil dorp. In die tijd waren er haast geen auto's. Er was een gara ge op de Boschlaan, die heette Butger. Daar kon je heen bellen als je een auto nodig had. Als ik er nu, na 65 jaar, terugben, herken ik het haast niet meer.

Arbeidsvoorwaarden
Na het ontbijt moest ik boven komen bij Mijnheer en Mevrouw in de kamer van Mijnheer. Hij was een hele strenge man. Later bleek hij allemaal opgezette vlinders te hebben: hele wanden met laatjes. Daarscheen hij zich altijd mee af te zonderen me t zijn 3 hondjes Tommie, Tijnie en Chitie. Daar was hij gekker op, als op zijn kinderen, vermoedde ik later. In die kamer werd dus besloten, dat ik aangenomen was en per 1 november kwam ik in dienst. Ik ging f 20,- per maand verdienen en wer d om de 3 maanden betaald. Daar kwam nog verval bij en waschgeld en ik kreeg f10,- reisgeld. Plus nog eens f 10,-. Dat was hun garantie, dat ik langer dan 3 maanden bleef. Anders moest ik het weer terugbetalen. Ik kreeg 2x in het jaar een paar dag en verlof met Vrij reizen en 's zomers 5 weken vacantie met f 8,- kostgeld. Daar was mijn Moeder ook blij mee. Dat was voor allebei een mazzel. Ik denk dat ze de Mevrouw waar Annie werkte opgebeld hadden met de vraag of die mij weer naar Haarle m kon brengen.
 

Het dagelijkse ritueel
Ik zal hier vertellen hoe het verder reilde en zeilde, of op zijn Hollands gezegd: .hoe het verder ging. Want het is een hele ruk om alles weer naar boven te halen na zoo veel jaar. We hadden allemaal een lijst voor een maand van wat je dag aan dag moest doen. Daarna begon je weer van voren af aan. Mijn werk bestond uit 's morgens om 7.00u de kinderkamer doen, waar de kinderjuf daags zat met de 2 jongste kinderen. Als ik daa r binnenkwam, waaide me de wind om de ooren en koud dat ik het had! Daarna moest ik de bibliotheek doen. Dat was eigenlijk de huiskamer; erg groot. Daar moest ik de dikke tapijten met een harde stoffer vegen op mijn knieën, dan de parketvloe r en de meubels stoffen. Dan vond Mevrouw het nog gek, dat er weer stof op het Ieder was te zien. En alles moest in 1,5 uur klaar zijn, want om 8.30u moesten we ontbijten en daar wilde je wel op tijd bij zijn. Om 9.00u moest je weer boven zijn. Da n moest ik de slaapkamers doen tot 10.30u en daarna tot 10.45u koffie drinken. Weer naar boven om de slaapkamers af te maken tot 12.00u. Lunchtijd tot 13.00! Dan kon je een beetje bijkomen, want al die hoge trappen op en neer dan wilde je wel . 's Middags moest ik één of andere kamer een grote beurt geven, maar omdat je geen stofzuiger mocht gebruiken, moest alles ondergedekt worden. De overgordijnen moesten geschuierd worden en in zakken gedaan. Van 15.45-16.00u was het theepauze . Alles ging op de klok. Tot 17.30 had je om de kamer af te maken en in te ruimen, de boel op te ruimen en je een beetje op te frissen, je zwarte jurk met witte schortje aan en dan eten. Om 18.00u moest je weer boven zijn, dus probeerde je 10 minuten eerder klaar te zijn, zodat je precies om 17.30u aan tafel kon. Maar als Mevrou w je per ongeluk zag, had ze nog wel een ander klusje voor je.
Na zessen moest ik de bedden openslaan, de pyjama of het nachthemd uitspreiden op het bed, de pantoffels voor de bedden zetten, de luiken dichtdoen en de warme kruiken in de bedden leggen.
Op naar de dessertkamer. Daar kwam ook de lift waarin het eten door het keukenmeisje naar boven werd gestuurd. Maar ik moest eerst de theeboel van 's middags afwassen. Als ze dan om 19.00u aan tafel gingen, moest ik de bibliotheek opruimen en daar na het eten uit de lift op het dienblad zetten. Een ander meisje kwam het ophalen om het aan tafel op te dienen. Ik zorgde er dan voor, dat de vuile boel weer naar beneden werd gestuurd met de lift en dan kwam de volgende gang. Het glaswerk en he t zilver bleven boven. Dat moesten wij weer afwassen en opruimen, evenals het tafellaken en de servetten opvouwen. Die gingen dan weer onder de pers, die in de eetkamer stond, want het moest in de vouw blijven. Het dagelijkse zilveren bestek blee f in de eetkamer, maar de kandelaars en ander zilver moesten naar boven worden gebracht en onder de bank in de kinderkamer geschoven worden.
Diners
Als er een diner was, dan kwamen de andere pracht voor de dag. Dan moest ik helpen bedienen. Als ze zaten te eten, moest er altijd één van ons in de eetkamer blijven, met de handen op de rug wachten tot er nog wat van dienst was. Na afloop wee r zorgen, dat al het gebruikte weer beneden kwam, de hele tafel afruimen voor de 2~ gang. Zoals bij al die mensen van adel, moest je weer de hele tafel afruimen en als er kruimels lagen moest je die met een zilverblad en schuier schoonmaken. Som s had je 6 tot 8 gangen en dan verplaatsten ze zich naar de salon voor het kopje koffie. Dan was het soms al 22.00u. Wij moesten dan nog het zilver en het glaswerk afwaschen en opruimen en dan was je klaar. Bek af was je dan! Voor een drankje zorg de Mijnheer zelf.
Promotie
Toen Gerritje ging trouwen, moest ik haar werkzaamheden overnemen. Dat vond ik verschrikkelijk. Je had veel meer met die lui te maken. Maar ja, je was toen nog gewillig, want het was zo nieuw. Er moest dus een nieuw meisje komen. Mevrouw vroeg mi j of ik iets wist. Dat wist ik wel, want een meisje dat bij een winkel diende, had mij gevraagd of ik, als ik eens wat wist, aan haar wilde denken. Die heb ik dus geschreven en daar heeft Mevrouw contact mee gezocht. Daar gebeurde dus weer precie s hetzelfde mee als toen met mij. Ik moest haar van het station halen, maar zij bleef meteen. Ze heette Annie de Jong en ik had gezegd, dat ze binnenmeisje zou worden en zoo gebeurde het ook. Maar toen ging opeens het keukenmeisje weg. Eerst in ee n rusthuis en daarna hebben we haar niet meer teruggezien.Ik kan me ook niet meer herinneren, dat we haar voorgoed gedag hebben gezegd. Ze is wel weer beter geworden, want van Arend (haar verloofde) hoorden we, dat ze op de Hoge Duin en Daalschew eg werkte.~~Dat is ook gek gegaan", denk ik nu.
Ik werd dus keukenmeisje en er kwam weer een nieuw meisje uit Diemen. Ze heette Larise Diepgrond en dat was zo'n rare griet. Toen wisten we nog niet wat dat was, maar nu zou je meteen denken dat ze lesbisch was. Op een ochtend bleef ze op bed ligg en en zei dat ze ziek was. De dokter kwam en de volgende dag ging ze weg. Toen kregen we Alie Boonstra, een Friezin. Het stel was weer compleet!
10
In opstand
Ik was toen zo'n mak schaap, die voor Mevrouw vloog als je werd besteld. Maar ze vergat, en dat wist ik zelf toen ook nog niet, dat ik opstandig kon worden door al het onrechtvaardige wat ze ons aandeed. Je werd op den duur ouder en wijzer en slik te het niet meer. Ze deden met je wat ze wilden en wat ze verlangden moest je opvolgen. Het duurde dan ook niet zoo lang meer dat het mij begon te kriebelen. Als ik naging hoe ze met die half zieke menschen omging, omdat die van haar afhankelij k waren. Tine, die liep te rillen op haar benen, omdat ze 's middags een poosje naar bed moest. In het begin denk je: "Wat een goeiige mensen zijn dat!", maar owee als je wat te verduren kregen met die goeie bazen.
Er was in de tusschentijd een noodhulp-keukenmeisje (ze was denk ik wel de leeftijd van mijn Moeder en ze leefde in die tijd met haar moeder in de Oranje Boomstraat). Mevrouw heeft dat mensje zoo verschrikkelijk getreiterd, dat haar de tranen ove r het gezicht biggelden. Ik dacht: "Zo ver zal ik het nooit laten komen!" Maar dat kwam, omdat je goed gezond en jong was. Ik kan me nog kwaad maken, alsik er aan denk. Toen ik later hoorde hoe de rijke Nederlanders daar in Indië met hun persone el deden! Ze werden behandeld als slaven! Mijn ogen gingen open, want Mijnheer had daar ook een suikerplantage. Ze hadden op zolder ook grote blikken met suiker staan voor eigen gebruik (wij hadden suiker van de kruidenier).
Toen ik nog boven werkte, had ik ook al ruzie met haar gehad. Eens in de maand had ik een middag Vrij om boodschappen te doen, want naar de stad kon niet meer. Als we vroeg waren, waren we 's avonds om 20.30u klaar. Dan moest je je nog omklede n en met de tram naar Haarlem. En als je dan iets nieuws wilde kopen, kon dat niet, want je moest om 22.00u weer binnen zijn. Dus ging je maar niet. Ik heb daar toen ruzie over gekregen met haar, want volgens haar meende ze het goed met ons.
Om de 3 weken hadden we een hele zondag Vrij, de week erop van 9.30-12.00u en de andere week alleen 's avonds. Maar ik zei, dat als iedereen meewerkte, dan konden we om de week een hele dag vrij zonder tusschenpoozen en de andere zondag de hele da g dienst zonder die paar uur Vrij, want daar had niemand wat aan. Ik heb toen voorgesteld om een keer vaker vrij reizen naar huis te krijgen met één vande feestdagen en dan die vrije middag in de maand. En 2 om 2 vrij per keer: het toenmalig e keukenmeisje met Arend en dan Annie en ik, want alleen was ook niets. En eens in de 2 weken een Vrije zondag. "Hoe dat dan moest?" Volgens mij moest de huisknecht ook leren het eten binnen te brengen en tafel te dekken. Alleen moesten ze dan zelf het eten opscheppen en de schalen op tafel zetten. En het keukenmeisje moest dan ook iets meer doen.
Dat werd allemaal geregeld naar ieders zin, omdat ik gedreigd had met weggaan. De anderen waren er ook blij mee, want wat had je aan die paar uurtjes? Je moest je omkleden en waar moest je heen? Even een wandeling in het bos? We zagen ons niet all een wandelen, daar had je toch geen zin in? Dat was dus prima geregeld. Ze begrepen wel dat het daar niet bij bleef! Ik dacht bij mezelf: "Wat zal hierop volgen?", want dat kon niet uitblijven. We konden van elkaar helemaal niets meer verdragen . Mevrouw niet van mij en ik niet van haar. Afijn, er kwam weer ecn beetje rust op dc werkvloer. Ik mocht van Mevrouw de "fijne keuken" leren: 1 avond in de week naar de kookschool in Haarlem. Dat betaalden zij. Ze zal er later wel spijt van hebbe n gehad, want ze dacht dat ik het doetje bleef, dat ik was toen ik er kwam. Ik moet wel vertellen, dat we een mooie slaapkamer hadden met centrale verwarming en goed te eten. Met Nieuwjaar kregen we van Mijnheer allemaal een gouden tientje. Jammer , dat ik die niet bewaard heb.

De meisjesclub
We gingen ook naar een meisjesclub. Dat was dan onze Vrije avond. Daar waren allemaal dorpsgenoten, die

De publicatie Stamboom Peter Hof is samengesteld door (neem contact op).

Terug naar de startpagina van deze publicatie