genealogieonline

Stamboom Nederpelt Lazarom

Foto van Rob Nederpelt Lazarom

De publicatie Stamboom Nederpelt Lazarom is samengesteld door (neem contact op). De gegevensverzameling bestaat uit 3.350 personen. Meer statistische informatie over de publicatie (zoals aantallen en spreiding van genealogische gebeurtenissen) is te vinden op de statistieken pagina. Een lijst met gebruikte bronnen is te vinden op de bronnen pagina.


Verantwoording

Dit zijn de genealogische gegevens over de familie NEDERPELT LAZAROM voor zover ik die tot nu toe heb kunnen achterhalen.

Ik begon mijn zoektocht omdat ik twee vragen had over mijn familienaam:
(1) ik wilde weten waar de tweede naam Lazarom vandaan komt,
(2) en ik wilde nagaan of -- zoals in mijn familie verteld werd -- de dubbele naam als het ware bij toeval ontstaan is.

Beide vragen heb ik bevredigend kunnen oplossen.

De naam LAZAROM

De achternaam Lazarom vindt zijn oorsprong aan het eind van de zestiende / begin van de zeventiende eeuw, bij een zekere LAZARUS Francken (of Fransen), dus met Lazarus als eerste naam.
In die tijd was het nog niet algemeen om een vaste achternaam te hebben: kinderen kregen bij de doop een eigen naam, die vaak gevolgd werd door een patroniem om aan te geven wie hun vader was. Zo zal de genoemde Lazarus Francken als doopnaam Lazarus gekregen hebben, terwijl Francken toegevoegd werd als patroniem. Zijn vader heette dus Frans, of Franciscus. Een patroniem veranderde van de ene generatie op de andere.
Deze Lazarus Francken werd op 8 oktober 1627 begraven in Roosendaal, West-Brabant. De data van zijn doop of van zijn huwelijk zijn onbekend.
Zijn vele kinderen werden bij hun doop, huwelijk en begrafenis op de gebruikelijke wijze in de kerkelijke boeken bijgeschreven, door de toevoeging van het patroniem Lazarus aan hun eigenlijke naam. Dus die kinderen werden bijvoorbeeld bij hun doop vermeld als Franciscus Lazarus (dat is: Franciscus, zoon van Lazarus; gedoopt november 1593) of Adrianus Lazarus (gedoopt 1 juni 1597).

Nu was Lazarus, naar ik aanneem, ook in die tijd een ongewone naam, met minder aangename bijbetekenissen. Want die naam was verbonden met de ernstige ziekte melaatsheid, naar een van de twee Lazarussen uit de Bijbel: de arme, met zweren overdekte bedelaar uit de parabel in Lukas 16, 19-31. (Er wordt ook een andere Lazarus genoemd in de Bijbel (Johannes 11, 1-12, 19), een broer van Maria en vriend van Jezus, die door hem uit de dood zou zijn opgewekt.)
Op die eerste Lazarus, de bedelaar, is bijvoorbeeld het woord Lazarushuis terug te voeren, een in die tijd gangbare benaming voor een tehuis dat melaatsen herbergt. Het woord belazerd zal oorspronkelijk de betekenis gehad hebben van `met melaatsheid besmet'.
Door de wankele manier van lopen van melaatsen heeft het woord lazarus (of lazerus) ook de betekenis `stomdronken' gekregen -- en zo kennen we het woord nu nog steeds. Er zijn ook andere etymologische verklaringen van het moderne woord lazarus (in de betekenis `dronken' ), maar de hier genoemde lijkt mij het waarschijnlijkst.
Door associaties met `melaats' of `dronken' bleef het patroniem Lazarus waarschijnlijk gemakkelijker in het geheugen hangen dan een normaler patroniem als Jansen of Pietersen. Ik neem aan dat de naam Lazarus daardoor de kans kreeg om te `verstenen' tot een echte achternaam, die gehandhaafd bleef als familienaam bij de kinderen van die kinderen, en zo verder. Dit was ook wat er gebeurde: (bijna) alle nazaten van Lazarus Francken voerden die nieuwe achternaam Lazarus, die van generatie op generatie werd doorgegeven.

Uit de archieven is wel duidelijk op te maken dat de spelling bij het doorgeven van de achternaam regelmatig veranderde. Opmerkelijk is dat de oorspronkelijke naam Lazarus het al snel aflegde tegen zijn concurrenten, waaronder vooral de versies Lazarums en Laseroms. Een van de latere varianten is Lazarom, de naam waar ik naar op zoek was.
Een belangrijke reden van die veranderingen is natuurlijk dat elk woord in de loop van de tijd kan veranderen door het gebruik en dit geldt ook voor namen: die waren niet vast. Een extra reden voor deze naamsvariatie kan erin gelegen hebben dat de naam Lazarus in de begintijd van het gebruik (eerste helft zeventiende eeuw) weliswaar verwees naar vader Lazarus Francken, maar door zijn vorm niet direct als patroniem te herkennen was. Terwijl daar waarschijnlijk wel behoefte aan was. Ik kom hier later op terug.

In de kerkelijke akten werden de namen opgeschreven zoals die uitgesproken werden. Ook bij het opschrijven zullen weer nieuwe varianten ontstaan zijn: een naam kan gemakkelijk verkeerd verstaan worden. Ten slotte is er nog de mogelijkheid dat de namen -- geschreven in oud handschrift, dat nogal eens slordig en onduidelijk is -- niet goed gelezen zijn toen ze later op fiches of in computerbestanden werden gezet. Dit alles is er volgens mij de oorzaak van dat er bij de nakomelingen van Lazarus Francken een verbazend grote variatie is ontstaan in de spellingwijze van de naam.

In de archieven en de elektronische gegevensbestanden heb ik de volgende versies aangetroffen: Lasaroms, Lasarons, Lasarum, Lasarums, Lasarups, Lasarus, Lasero, Laserom, Laseroms, Laserons, Laserums, Laserus, Lasorons, Lazari, Lazaro, Lazarom, Lazaroms, Lazarons, Lazaruijms, Lazarum, Lazarums, Lazarus, Lazerom, Lazeroms, Lazerons, Lazerum, Lazerus, Lazoroms.

De dubbele naam NEDERPELT LAZAROM

Nu wat betreft mijn tweede vraag.

Mijn betovergrootvader Gerardus werd direct na zijn geboorte op 6 juni 1812 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van Loosduinen, een toen nog zelfstandig dorp ten zuiden van Den Haag. Die gemeentelijke registratie was in 1811 ingevoerd en aan wettelijke regels gebonden.
De moeder van Gerardus was Maria Magdalena van der Meer, die sinds 24 oktober 1811 weduwe was van Cornelis Nederpelt. Negen maanden vóór de geboorte van Gerardus was Cornelis Nederpelt dus nog in leven en de officiële echtgenoot van Maria van der Meer. Daarom werd het kind Gerardus bij de gemeente ingeschreven als Gerardus Nederpelt, naar ik aanneem volgens de nieuwe wet.
Maar bij de kerkelijke doop van Gerardus staat aangetekend dat hij een onwettig (`illegitimus') kind was en dat Maria van der Meer verklaard had dat Gerardus Lazarom de vader van haar kind Gerardus was. Deze Gerardus Lazarom, smid van beroep, was geboren in Den Haag op 11 mei 1766. Hij is een afstammeling van de Lazarus Francken die ik eerder noemde.
Op 19 september 1812, korte tijd na de geboorte van het kind Gerardus, vond het burgerlijk huwelijk plaats van zijn `echte' ouders, Maria van der Meer en Gerardus Lazarom (die in de akte Gerrit Lazarum heette; de spelling van namen kon blijkbaar nog steeds variëren). Ik neem aan dat ze ook kerkelijk huwden, want in de katholieke doopboeken van Loosduinen werd bijgeschreven dat Gerardus nu een wettig kind was van deze twee (`matrimonio legitimatus', dat is: door het kerkelijk huwelijk gewettigd). Die wettigheid gold echter alleen voor de kerk: bij de gemeente bleef hij ingeschreven staan als Gerardus Nederpelt.

Door deze gang van zaken ontstond verwarring over Gerardus' achternaam: in het dorp werd hij naar ik aanneem Gerardus (of Gerrit) Lazarom genoemd, maar voor de burgerlijke stand heette hij Gerardus Nederpelt. Dat is zichtbaar in de verschillende huwelijksakten van deze Gerardus, die in zijn lange leven (1812--1898) vier echtgenotes overleefde en bij elkaar twintig kinderen kreeg. De ambtenaren van de burgerlijke stand schreven zijn achternaam bij zijn eerste huwelijk als Nederpelt genaamd Lazarum, en bij de andere drie huwelijken als Nederpelt bijgenaamd Lazarom.
De kinderen van Gerardus werden eerst op dezelfde wijze ingeschreven (met het tussenvoegsel `genaamd' of `bijgenaamd'), maar later ook zónder zo'n tussenvoegsel. Zo ontstond de dubbele naam Nederpelt Lazarom, die sinds halverwege de negentiende eeuw de standaard werd. Maar niet helemaal consequent: de acht kinderen van Gerardus' vierde vrouw werden om onduidelijke redenen alleen met de achternaam Lazarom ingeschreven.

De naam NEDERPELT

En hoe zit het met de naam Nederpelt? Een halve eeuw geleden is al een Genealogie Nederpelt gepubliceerd, door J.F. Jacobs (zie Gens Nostra, jrg. 14 (1959), p. 26-30). Volgens die genealogie stamt de eerder genoemde Cornelis Nederpelt (geboren in Wateringen, mei 1774) af van een zekere Pieter Jansz. Ieven, een kramer (reizend handelaar) afkomstig uit het Belgische Neerpelt, een groot dorp halverwege Hasselt (B) en Eindhoven.
Deze Pieter Jansz. vestigde zich in het Westland, een gebied horend bij de provincie Zuid-Holland en gelegen tussen Den Haag, Hoek van Holland en Rotterdam. Vanwege zijn afkomst werd hij daar Pieter Jansz. (van) Nederpelt genoemd. Een eerste vermelding van deze nieuwe achternaam is gedateerd 2 februari 1652 en is te vinden in de notariële archieven van Hondsholredijk.

En hoe komt het dorp Neerpelt aan zijn naam? Volgens de gemeentelijke website van het huidige dorp Neerpelt is de plaatsnaam afgeleid uit het Latijnse woord palus, dat moeras betekent. Daaruit is het woord palethe ontstaan (oudste vermelding 815), dat later tot pelt werd ingekort.
In `Profiel van de Kempische toponymie' door J. Molemans (Mededelingen van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde, nr. 6, Hasselt, 1977) staat vergelijkbare informatie (p. 14, (3)), maar net iets anders verwoord: het woord pal-ithi is ontstaan uit het Middelnederlandse woord pael (poel, plas), dat voorzien werd van het achtervoegsel -ithi om een zogenaamd collectief aan te duiden. (Vergelijk de vorming van geboomte uit `boom', gevogelte uit `vogel', enz.) Dus palethe of palithi (later: Pelt) betekent iets als `gepoelte', een verzameling plassen of poelen -- anders gezegd, een moeras. (Ook de naam de Peel voor een moerasstreek op de grens van Noord-Brabant en Limburg zou deze etymologische herkomst hebben.)
Het riviertje de Dommel, dat vanuit de Kempen noordwaarts stroomt in de richting Valkenswaard-Eindhoven en bij Den Bosch in de Maas uitmondt, had blijkbaar in het vlakke land van Noord-België een moeras gevormd, dat onder de naam Pelt bekend stond. Een nederzetting niet al te ver stroomopwaarts werd later Overpelt genoemd en eentje kort stroomafwaarts heette Neerpelt (neer = neder = onder). Dat partikel `neer' bij `pelt' komt voor het eerst in 1218 voor, alweer volgens de informatie van de gemeente Neerpelt.

De M in de naam Lazarom

Eén vraag van taalkundige aard die mij lange tijd heeft geïntrigeerd, heb ik nog niet helemaal kunnen oplossen: hoe kan het dat er vanaf ongeveer 1650 bijna zonder uitzondering een letter M in de naam te vinden is; een letter die niet in de voornaam Lazarus voorkomt. Waarom kom ik nergens de naam Lazarussen (Lazarus' zoon) tegen (vergelijk Franck -> Francken, Hans -> Hansen, Pieter -> Pieters(en)) en wel Lazarum(s) en al die andere varianten met een M?

Ik heb hierover contact gehad met de heer L.S.G.B. Brouwer van het Meertens Instituut, die op zijn beurt de historisch-taalkundige dr. F. Debrabandere om raad heeft gevraagd.
De mogelijke verklaring is dat Lazarum (met een M) in eerste instantie als patroniem optrad. Eigenlijk had het dan Lazari (met een I) moeten zijn, de Latijnse genitief (tweede naamval: (kind) van Lazarus). Dat patroniem Lazari komt inderdaad af en toe voor. Maar wellicht haalde men de Latijnse naamvalsvormen door elkaar en gebruikte men per abuis de accusatief (vierde naamval) Lazarum (met een M). Die vorm was enigszins bekend uit het Officie voor de overledenen, een Latijns gezang direct voorafgaand aan een katholieke begrafenis, waarin Jezus wordt aangeroepen met de tekst: `qui Lazarum resuscitasti' (degene die Lazarus heeft opgewekt).
Later werd aan de achternaam Lazarum, die dus waarschijnlijk als patroniem begonnen is maar er niet als zodanig uitziet, soms weer een extra patroniemuitgang S gegeven, omdat dat een vertrouwder beeld gaf. Zo is bijvoorbeeld ? naar ik aanneem -- de veel voorkomende naam Lazarums ontstaan, dus met een M én een S.

Inhoud van de genealogie Nederpelt Lazarom

De verzamelde gegevens gaan in de eerste plaats over de nakomelingen van de genoemde Lazarus Francken, die leefde rond 1600. Ik ben bij het zoeken van twee verschillende strategieën uitgegaan:

I. Eerst heb ik de dragers van de naam Lazarom (en varianten) vanaf rond 1600 tot ongeveer 1812 geïnventariseerd, voor zover ik die kon vinden. Dat bleek bijna uitsluitend Roosendaal en omstreken te betreffen. Daarna heb ik getracht om al die personen op verantwoorde wijze in een complete stamboom te plaatsen. Dit is gelukt, op een enkele naam en een enkel twijfelgeval na. Het resultaat is een samenhangend bestand van bijna 900 naamdragers, die allen afstammen van de genoemde Lazarus Francken. Verder heb ik zoveel mogelijk ook hun huwelijkspartners opgenomen en heb ik, als ik die vinden kon, ook de ouders van die partners vermeld. Soms ben ik bij die aangetrouwde familie nog wat verder gegaan met het terugzoeken in de tijd, in het bijzonder bij mijn eigen voorouders.

II. Bij de gegevens vanaf 1813 heb ik me geconcentreerd op mijn eigen familienaam Nederpelt Lazarom, vanaf de genoemde Gerardus Nederpelt genaamd Lazarom, geb. 6 juni 1812. Hier kwam het grootste deel van de gegevens uit de archieven van de gemeente Den Haag. Ik heb hier echter alleen voor naamdragers van de dubbele naam Nederpelt Lazarom naar volledigheid gestreefd. Van de vele nakomelingen van Gerardus die de enkele naam Lazarom droegen, heb ik niet altijd het spoor tot in de huidige tijd gevolgd. Ook bij dit stuk van de stamboom heb ik gezocht naar voorouders van aangetrouwde familieleden, nu echter vaak tot ver terug in de tijd; meestal zo ver als ik met elektronische genealogische zoekmachines komen kon.

Dankzegging

Bij mijn naspeuringen heb ik van verschillende zijden hulp gehad. Daarom wil ik graag mijn dank uitspreken aan:
-- Bep Hillebregt-Zuiderwijk, met wier enthousiaste hulp ik een aantal onduidelijke zaken in de stamboom heb kunnen oplossen en die me bovendien geweldig op weg hielp door een bestand te sturen met haar eigen gegevens over de familie Lazarom,
-- Hans Lazaroms, wiens gegevens ik met de mijne kon vergelijken,
-- Bob Fiering en Jaap Sonneborn voor hun gegevens over de Lazarom-familie,
-- Leo Nederpel, Noortje de Heer en Angelique Sekeris-Streur, die direct bereid waren om mij te helpen toen ik daarom vroeg,
-- Erik Schreuder voor zijn uiterst nuttige informatie over de doopboeken van de katholieke kerk in Loosduinen, en voor de kopieën die hij mij stuurde,
-- Frank van Helmond voor zijn samenvatting van belangrijke feiten rond de naam Lazarus: de Bijbelse achtergrond en het voorkomen van de naam in de Latijnse liturgie,
-- de heer L.S.G.B. Brouwer van het Meertens Instituut en de historisch-taalkundige dr. F. Debrabandere voor hun deskundige mening over de M in de naam Lazarom,
-- het Aldfaer-team voor het ter beschikking stellen van hun prachtige programma,
-- Bob Coret voor zijn overzichtelijke en toegankelijke site Genealogie Online (www.genealogieonline.nl/),
-- en niet te vergeten de vele mensen -- ambtenaren en particulieren -- die bezig zijn om de gigantische hoeveelheid Nederlandse genealogische data elektronisch toegankelijk te maken via internet en die daarbij al heel veel tot stand hebben gebracht. Zie bijvoorbeeld de hieronder genoemde websites.

Bronnen

Voor mijn inventarisatie heb ik in de eerste plaats gezocht in de gemeentearchieven van Roosendaal en Den Haag. Dat was alweer geruime tijd geleden.
Recent heb ik dankbaar gebruik gemaakt van gegevens van sommige van de hierboven genoemde personen; gegevens die ik vergeleken heb met wat ik zelf al had en vervolgens flink heb uitgebreid met wat ik vond in een aantal elektronische bestanden, waaronder:
-- het online Gemeentearchief van Roosendaal, gemeentearchiefroosendaal.nl/genealogie.html,
-- het ISIS-archief, ontwikkeld op initiatief van de Kring van Archivarissen in Noord-Brabant, isis.roosendaal.nl/SISIS.DLL/...,
-- het archief van het Brabants Historisch Informatiecentrum (bhic), www.bhic.nl/...,
-- het Regionaal Archief West-Brabant, www.regionaalarchiefwestbrabant.nl/,
-- de virtuele studiezaal van de gemeente Den Haag, 195.242.171.17/hga/virtuelestudiezaal/WebsitePubliek/,
-- Ton's genealogiesite Wassenaar, www.genealogie-wassenaar.nl/,
-- het Streekarchief Midden-Holland, www.groenehartarchieven.nl/,
-- de Studiegroep Genealogie Westland, www.genealogiewestland.nl/,
-- het Noord-Hollands Archief, www.haarlem.digitalestamboom.nl/,
-- Genlias, www.genlias.nl/nl/search.jsp.

En verder

Er blijft natuurlijk altijd nog genoeg over:
-- in de eerste plaats het onderhoud van de gegevens, verdere controle en aanvullingen, wijzigingen op grond van nieuwe inzichten of ontvangen commentaren van anderen
-- en ten tweede de verdere uitbreiding, in het bijzonder met de gegevens over de Brabantse en de Haagse Lazarom(s)-takken van na 1812, die ik nu maar zeer gedeeltelijk heb opgenomen.

Eindhoven, 2 oktober 2009.

Rob Nederpelt Lazarom,
r.p.nederpelt@kpnmail.nl

Toevoeging op 19 februari 2017:

DE UITSPRAAK VAN DE NAAM `LAZAROM’

Ik heb de afgelopen maanden geprobeerd te achterhalen hoe het zit met de uitspraak van de naam `Lazarom’. In het bijzonder: waar ligt de klemtoon. Zegt men tegenwoordig Lázarom of Lazárom?

Hoe is het nu. Ik heb in de telefoongids twintig keer de naam `Lazarom’ aangetroffen. Ik heb daarbij de dubbele naam `Nederpelt Lazarom’ overgeslagen, omdat dat allemaal directe familieleden van mij zijn. Van hen weet ik al hoe ze hun naam uitspreken: velen zeggen `Nederpelt Lazárom’, met de klemtoon op `za’.

Naar die twintig adressen heb ik eind november vorig jaar een brief gestuurd. Ik heb daarop twaalf reacties gehad, per telefoon of per e-mail.

Mijn conclusie is dat de gangbare uitspraak tegenwoordig Lazárom is, met de klemtoon op `za’.

Het familieverband. Ik heb alle twaalf personen die reageerden kunnen plaatsen in de stamboom die ik heb samengesteld. Allemaal stammen ze af (in de mannelijke lijn) van één gemeenschappelijke voorvader: Laurens Lazerom (1733-1801), geboren in het West-Brabantse Roosendaal en rond 1760 verhuisd naar Den Haag, waar hij soldaat werd. Laurens’ kleinzoon Gerardus Nederpelt Lazarom (1812-1898) is de voorvader van 9 van de 12 genoemde personen ; deze Gerardus is ook mijn voorvader. De anderen stammen af van een andere kleinzoon van Laurens, namelijk Franciscus (~1813-1889).

Verreweg de meeste nakomelingen van Laurens bleven wonen in Den Haag of omgeving (Loosduinen). Terzijde merk ik op dat alle personen die ik gevonden heb in de archieven na 1800 en die `Lazarom’ heten of `Nederpelt Lazarom’, nakomelingen zijn van deze Laurens. (In Amsterdam en omgeving komen veel personen voor met de naam `Lazeron’, met een `n’. Deze zijn hoogstwaarschijnlijk niet verwant.)

Hoe was het vroeger met de klemtoon? In de tijd rond 1800 moet de uitspraak `Lázarom’ geweest zijn, met de klemtoon op `La’. Dat blijkt uit het feit dat de kerkelijke autoriteiten, en later de ambtenaren van de Burgerlijke Stand, regelmatig `Lazerom’ (dus met een `e’) bleven schrijven bij de registratie van geboorte, huwelijk of dood. Ook na 1800. In één tak (die van Laurens’ zoon Joannes Franciscus) is de officiële naam zelfs `Lazerom’ gebleven tot in 1909. Na dat jaartal heb ik geen mannelijke nakomelingen meer gevonden van deze tak.

Ik vermoed (maar heb daar geen bewijs voor) dat onze voorouders ergens rond 1850 hebben besloten om niet meer `Lázarom’ te zeggen, maar `Lazárom’.


Index op familienamen


Startpunten in deze publicatie



Vandaag in het verleden


Andere publicatie van Rob Nederpelt Lazarom




Probeer de service vrijblijvend

meer dan 7.500 genealogen gingen u voor!