“Zijn zoon L.J. Cahn, stamboeknummer 00077, geboren 1 Dec 1910 te Valkenburg
(1) Hij is getrouwd met Sophia Rosetta Leviticus.
Zij zijn getrouwd op 30 juli 1942 te Dordrecht,Gemeente Dordrecht,Zuid-Holland, hij was toen 31 jaar oud.
Op 30 juli 1942 trouwde hij in Dordrecht met Sophia (Sophie) Leviticus. Die dag werd ook het huwelijk van de broer van Sophie gesloten.
(2) Hij is getrouwd met Liesbeth Boutelje.
Zij zijn getrouwd september 1946 te Steenwijk,Gemeente Steenwijkerland,Overijssel, hij was toen 35 jaar oud.
Nadat Louis een oproep voor een werkkamp had gekregen dook het jonge paar onder bij een familie in Leerdam. Negen maanden later vertrokken zij naar Amsterdam. Daar werden zij opgepakt. Lou werd gevangen gezet in de gevangenis aan de Amstelveenseweg op 30 november 1942.
Sophie is overgebracht naar de Hollandse Schouwburg. Uit de administratie van Westerbork blijkt dat Sophie op 8 december 1942 is gedeporteerd naar Auschwitz, waar zij op 29 jarige leeftijd stierf. Volgens de administratie van de Joodsche Raad ging Lou op 8 januari 1943 vanuit de gevangenis op transport. Hij sprong echter uit de trein die hem naar Kamp Westerbork moest brengen. Hij werd beschoten en raakte gewond aan zijn benen en hoofd. Bij de zus van Sophie in Amsterdam werden zijn wonden verzorgd. Vandaar ging hij terug naar zijn onderduikadres in Leerdam. Daar bleef hij tot de bevrijding."
Na de oorlog werd Louis in contact gebracht met Elisabeth (Lies) Slager-Boutelje, een jonge vrouw die probeerde de manufacturenzaak van haar man en schoonmoeder voort te zetten in de Oosterstraat in Steenwijk. In een poging om naar Zwitserland te ontkomen was zij in 1942, hoogzwanger, met haar echtgenoot en familie in België gestrand. Op 31 augustus 1942 is daar in een Brussels ziekenhuis haar dochtertje geboren. Johan, de man van Lies, die gevangen zat in Kamp Dossin in Mechelen heeft waarschijnlijk nooit geweten van de geboorte van zijn dochter, want hij ging op 1 september 1942 op transport richting Auschwitz. Bij Kosel werd hij uit de trein gehaald om dwangarbeid te verrichten aan de Autobahn. Hij overleed, 27 jaar oud, op 23 december in Zwangsarbeitslager Niederkirch in Opper-Silezië. Het is een wrede speling van het lot dat ook twee broers van Louis tot de “Koselgroep” behoorden: Albert Cahn, die bezweek in 1943 en Georges Cahn in 1944.
Louis trouwde in 1946 met Lies. Zij kregen in 1947 samen een dochter. Met hun beide dochters emigreerden zij in 1951 naar Israël.
Als de Joodse mannen in Valkenburg worden opgeroepen geeft Lou geen gehoor aan de oproep. In het gemeentearchief van Valkenburg bevindt zich een brief, gedateerd 24 augustus 1942, van de vader van Louis aan de burgemeester. Hij schrijft dat zijn zoon in Dordrecht is getrouwd en niet teruggekeerd. “Bij navraag te Dordrecht kreeg ik bericht dat zij ook niet wisten waar de jong getrouwde lui zich bevonden. Nu denk ik dat hij met zijn vrouw naar Polen vertrokken zijn omrede dat hij steeds verklaarde in dien in Dordrecht de oproep kwam om naar Polen te vertrekken, hij zijn vrouw niet alleen liet vertrekken en juist om die reden een spoedhuwelijk is aangegaan”
In werkelijkheid dook het jonge paar onder bij een familie in Leerdam. Negen maanden later vertrokken zij naar Amsterdam. Daar werden zij opgepakt. Lou werd gevangen gezet in de gevangenis aan de Amstelveenseweg op 30 november 1942. Sophie is overgebracht naar de Hollandse Schouwburg. Uit de administratie van Westerbork blijkt dat Sophie op 8 december 1942 is gedeporteerd naar Auschwitz, waar zij op 29 jarige leeftijd stierf. Volgens de administratie van de Joodsche Raad ging Lou op 8 januari 1943 op transport naar Westerbork. Hij sprong echter uit de trein die hem naar Kamp Westerbork moest brengen. Hij werd beschoten en raakte gewoond aan zijn benen en hoofd. Hij kon een politieagent die hem vond er toe bewegen hem te laten gaan door hem sieraden aan te bieden die hij in de zoom van zijn broek had verstopt. Bij de zus van Sophie in Amsterdam werden zijn wonden verzorgd. Vandaar ging hij terug naar zijn onderduikadres in Leerdam. Daar bleef hij tot de bevrijding.
Lies en Louis trouwden in september 1946 en in december 1947 werd hun dochter geboren. Zij werd Elly genoemd naar Elise Cahn-Cahn, de moeder van Louis, en naar Eliasar Boutelje, de vader van Lies. Louis en Lies verbouwden de winkel in de Oosterstraat in Steenwijk en de zaken gingen goed. Desondanks besloten zij Alliyah te maken en in 1951 emigreerden zij naar Israël, waar Lou een sinaasappelkwekerij opzette. Hij stierf in 1996 in de nederzetting Hadr Am. Lies stierf in 2007. Sarah en Elly kregen kinderen en kleinkinderen Ze noemen dat hun overwinning op Hitler.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Louis Jacques Cahn | ||||||||||
(1) 1942 | ||||||||||
Sophia Rosetta Leviticus | ||||||||||
(2) 1946 | ||||||||||
Liesbeth Boutelje | ||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.