genealogieonline

Stamboom Fokker » Willem Hendrik Jacob van Wassenaer Tot St. Pancras

Persoonlijke gegevens Willem Hendrik Jacob van Wassenaer Tot St. Pancras Mannelijk


Voorouders (en nakomelingen) van Willem Hendrik Jacob van Wassenaer Tot St. Pancras


Gezin van Willem Hendrik Jacob van Wassenaer Tot St. Pancras

Hij is getrouwd met Jaqueline Pauline de Salve de Bruneton op 11 juli 1832 te Nijmegen (Gd) Nederland, hij was toen 35 jaar oud.Bron 2

Kind(eren):

  1. Nn van Wassenaer Tot St. Pancras  1833-1833


Notities bij Willem Hendrik Jacob van Wassenaer Tot St. Pancras

De heerlijkheid Sint Pancras

Door Bert Buitink

Inleiding
In de Franse tijd werd Nederland ingedeeld in gemeenten. In 1812 werden Sint Pancras en Oudorp toegevoegd aan de gemeente Broek op Langendijk, maar dat was voor korte tijd want op 1 mei 1817 werden Sint Pancras en Oudorp beide een zelfstandige gemeente. Nadat in 1972 het Zuideinde aan de gemeente werd toegevoegd, werd Sint Pancras op 1 januari 1990 samengevoegd met de gemeente Langedijk. Zo kwam Sint Pancras voor de tweede maal, na 173 jaar, weer met Broek in één gemeente.
Voordat er gemeenten werden gevormd was het bestuur totaal anders georganiseerd. De steden hadden een grote mate van zelfbestuur, maar het platteland was merendeels opgedeeld in z.g. heerlijkheden. In dit artikel zullen we nagaan hoe de bestuurlijkesituatie van Sint Pancras zich in de loop der tijd in grote lijnen heeft ontwikkeld en zullen we met name stilstaan bij de rol van de ambachtsheer, c.q. -vrouwe in het bestuur.
Vroege geschiedenis
Het begrip heerlijkheid vindt zijn oorsprong in de feodale tijd (in de vroege middeleeuwen). Het is een gebied dat door een heer (of vrouwe) wordt bestuurd. Deze heer bestuurt dat gebied namens een hogere heer, b.v. een graaf. En hij moet een deel van de inkomsten die hij uit het gebied, de heerlijkheid, verkrijgt afgeven aan die graaf. Hij is dus een soort zetbaas (in de middeleeuwen een z.g. vazal). De graaf op zijn beurt is weer een vazal van een koning of keizer.
De rechten van de heer, de heerlijkheidsrechten, komen er op neer dat hij de inwoners belastingen kan opleggen en kan laten betalen voor allerlei zaken. Ook bemoeit hij zich met het bestuur en rechtspraak.
Voordat Floris V de Westfriezen had onderworpen in 1288, was er in onze regionen waarschijnlijk geen sprake van heerlijkheidsrechten. De Westfriezen vormden vrije boerengemeenschappen die vrijwillig samenwerkten in vier ambachten; het Drechterland, Houtwouderambacht, Geestmannerambacht en Niedorperambacht. Deze samenwerking betrof vermoedelijk met name de waterhuishouding en militaire zaken: het op de been brengen van manschappen om strijd te leveren tegen de Hollanders. De ambachten bestondenuit vier koggen, die op hun beurt uit een aantal bannen (dorpen/buurschappen) bestonden. Floris liet deze organisatiestructuur ongemoeid; hij kon er goed gebruik van maken bij het innen van belasting en het oproepen van strijders voor de militaire dienst.
West-Friesland werd dan ook niet ingelijfd in het graafschap Holland maar er als een afzonderlijke heerlijkheid aan toegevoegd. Floris noemde zich derhalve: ‘grave van Holland en Zeeland ende here van Vrieslandt.’

Floris V, de eerste Heer van West-Friesland.
Na de dood van Floris V probeerden de Westfriezen zich nog één maal vrij te vechten van het gezag van de Graaf van Holland, doch ze leden een zware nederlaag tijdens de slag op de Vronergeest in 1297. Vanaf die tijd oefenden opeenvolgende graven vanHolland het bestuur uit over West-Friesland.
En waren zij heer van West-Friesland.
Het bezit van de grond stond hier in principe buiten, maar wat dat betreft had Vronen (het latere Sint Pancras) het slecht getroffen want de grond op de Vronergeest werd na de verloren veldslag als strafmaatregel vrijwel geheel onteigend en werd (sinds 1299) eigendom van de graaf. De inwoners van Vronen die de slag hadden overleefd en naar Koedijk waren verbannen, konden deze z.g. Vroonlanden pachten van de Hollandse graven en later van de Staten van Holland. Geleidelijk aan verkochten die stukken grond en in de jaren 1723 en 1724 werd het resterende deel geveild.
De Hollandse graven benoemden baljuws (hoge ambtenaren) om namens hen West-Friesland te besturen. De baljuw die over onze streek ging, vestigde zich in de Nieuwburg (bij Oudorp), één van de dwangburchten die Floris had laten bouwen om de Westfriezenonder de duim te houden. De ‘baljuw van de Nieuwburg’ bleef nog (ook onder die naam) in functie nadat de Nieuwburg als kasteel niet meer bestond (vanaf 1517) en later werd hij een hoge juridische ambtenaar van de Staten van Holland.
Andere bestuursfunctionarissen, zoals de schout, de secretaris en de bode werden door de Grafelijkheidsrekenkamer benoemd, dus vanuit Den Haag. Voor deze baantjes moesten de betreffende personen wel geld betalen; men pachtte als het ware een functie. De laatste schout van Sint Pancras die door de Grafelijkheidsrekenkamer is aangesteld, Coenraet Troerman, schout van 1722 tot 1736, betaalde 26 pond per jaar als pacht. (Een pond was gelijk aan zes gulden.) Hij bleef ook nog tijdens de eerste jaren na de verkoop van de heerlijkheid (zie onder) schout van Sint Pancras.
Roeland Ridder van Uutkerke
Verschillende bannen in West-Friesland werden als afzonderlijke heerlijkheden, voor kortere of langer tijd, ‘uitgeleend’ door de graaf van Holland. Deze dorpen kregen dan een heer die tussen hen en de graaf van Holland in stond. In 1425 schonk hertog Filips van Bourgondië aan Roeland Ridder van Uutkerke de vrije heerlijkheden Koedijk. Oudorp, Oterleek, Graft en Zuidschermer en verpachte hem zijn Vroonlanden – het onteigende gebied in Vronen – voor tien jaar. Roeland van Uutkerke had de hertog belangrijke militaire en diplomatieke diensten bewezen. In 1433 wordt hij officieel Heer van Sint Pancras. De ingewikkelde politieke achtergronden laten we hier achterwege.
Waarom werd hij in 1425 niet meteen heer van Sint Pancras? Mogelijk was er in 1425 nog geen sprake van een vrije heerlijkheid Sint Pancras omdat er nog zeer weinig mensen woonden en werd het als een deel van Koedijk beschouwd. Na de slag op de Vronergeest waren de bewoners verbannen en zij keerden pas veel later – vermoedelijk rond 1400 – terug. Eerst kwamen er enkele huisjes langs wat nu de Benedenweg is. Er werd een kapel gebouwd die aan de heilige Pancratius werd opgedragen en zo ontstond de naam Sint Pancras. In de hele 15e eeuw werden de namen Vronen en Sint Pancras beide nog gebruikt voor hetzelfde dorp. Misschien dat tussen 1425 en 1433 de bevolkingstoename zodanig was dat Sint Pancras als aparte heerlijkheid kon worden aangemerkt. Hoe dan ook, Roeland van Uutkerke noemt zich heer van Sint Pancras vanaf 1433.
Hij sterft in 1442 zonder mannelijke opvolger na te laten en daardoor vervallen de heerlijkheden weer aan Filips. Sindsdien zijn ze bij de grafelijkheid gebleven.
In de periode van 1288 tot 1730 viel Sint Pancras, met uitzondering van de jaren waarin Roeland van Uutkerke heer was, rechtstreeks onder het gezag van de grafelijkheid in Den Haag (de graven, hertogen etc. en later de Staten van Holland).
Verkoop van heerlijkheden
Na een hele rij Hollandse graven werd in het begin van de 16e eeuw Karel V Heer van de Nederlanden en in 1555 zijn zoon Filips II, die ook koning van Spanje was. Deze werd in 1581 door de Nederlanden officieel afgezet als heerser en vanaf die tijd waren de Staten van Holland ‘heer’ over Holland en West-Friesland.
Omstreeks 1730 beginnen de Staten van Holland op grote schaal dorpen als afzonderlijke heerlijkheid te verkopen. Men had een middel gevonden om extra inkomsten te verkrijgen, want de Staten zaten slecht bij kas. De koper werd Heer van het dorp, de heerlijkheid. (Nogmaals, het ging niet om het grondbezit.) In 1730 waren o.a. de volgende ambachtsheerlijkheden aan de beurt om verkocht te worden: Beverwijk, Graft, Schermerhorn, Zuid-Schermer, Noord- en Zuid Scharwoude, Broek, Oudorp, Koedijk en Sint Pancras.
Een ambachtsheerlijkheid is een z.g. lage heerlijkheid, dat wil zeggen dat de heer geen jurisdictie in halszaken bezat. In zware misdrijven mocht hij geen recht spreken, die moest hij overlaten aan de hogere overheid. Sint Pancras viel voor de hogere jurisdictie onder de Baljuw van de Nieuwburg, samen met Oudorp, Koedijk, de dorpen van de Langedijk, Ursem, Oterleek, de Schermer en alle dorpen op het Schermereiland. In 1791 was Willem Winder, burgemeester en Raad van Alkmaar, vermoedelijk de laatste Baljuw van de Nieuwburg. (Hij was tevens Baljuw van de Egmonden.)
Op 14 en 17 november 1730 vond een veiling plaats, de publicquelijcke verkoopinge. Abraham Quevellerius werd voor een bedrag van ƒ 9.900 Heer van Sint Pancras.
Noord Scharwoude werd voor ƒ 20.500 verkocht, Zuid Scharwoude voor ƒ 19.100 en Broek voor ƒ 20.300. Blijkbaar was in die plaatsen een grotere opbrengst voor de Heer te verwachten. In Sint Pancras waren de te verwachten inkomsten zo’n ƒ 200 per jaar,dat is ongeveer een rendement van 2 procent, nogal matig dus. Waarschijnlijk kocht Quevellerius de heerlijkheid uit statusoverwegingen: hij kon zich dan met een mooie semi-adellijke titel tooien: Heer van Sint Pancras.
Overigens kocht Broek zichzelf! Dat wil zeggen dat de regenten van Broek de eigen heerlijkheid kochten en zo baas in eigen huis bleven. Ook Oudorp kocht zichzelf, voor slechts ƒ 4.850. Koedijk, daarentegen werd door Alkmaar gekocht! (Voor ƒ 5.200) Zo kon Alkmaar als ‘heer’ van Koedijk invloed krijgen in haar achterland.
Bevoegdheden/taken van de Heer
In Sint Pancras benoemde de heer de schout, secretaris en de bode. Daar deze drie functies in handen van één persoon waren benoemde hij feitelijk één persoon, maar wel de belangrijkste in het dorp. De schout was zijn directe vertegenwoordiger. De schout betaalde in Sint Pancras 8 gulden per jaar voor zijn baan aan de heer. Hij mocht dan wel de opbrengst van boetes en verrichte diensten in eigen zak steken.
Sint Pancras had vijf schepenen die jaarlijks aftreden en in hun plaats samen met de schout vijf anderen kiezen. De zittende en afgetreden schepenen vormen samen de Vroedschap.
Schout en schepenen vormen het dagelijks bestuur. Zij benoemen ook: twee kerkmeesters, twee armvoogden, de dorpsomroeper en de ‘collecteur der tienden’ (de belastingophaler). De vroedschap benoemt de vroedvrouw. De vroedschap samen met de kerkenraadbenoemen de schoolmeester, de koster en de voorzanger, doch deze benoemingen moeten door de baljuw van de Nieuwburg worden goedgekeurd. Deze laatste moet ook zijn goedkeuring verlenen (recht van approbatie) bij de beroeping van de predikant. (Het recht van approbatie zou later naar de heer overgaan.)
Zoals reeds opgemerkt had de heer de bevoegdheid recht te spreken in eenvoudige zaken maar in de praktijk liet hij dat over aan de schout, die daarin werd bijgestaan door de vroedschap.
Verder kon de heer allerlei belastingen opleggen, zoals ‘Warmoestienden’ en visrechten. (Er werd veel gevist rond Sint Pancras dus visrechten leverden de heer heel wat op!) Er was ook een soort overdrachtsbelasting; bij de verkoop van een stuk grondging b.v. 5% naar de Heer. Verder waren de inwoners vaak verplicht gebruik te maken van bepaalde infrastructuur die bij de heerlijkheid hoorde. Zo mocht graan alleen in een bepaalde molen worden gemalen, waar de heer een percentage van de kosten van incasseerde. Dit waren de Banrechten. Hoe dit in Sint Pancras geregeld was is niet bekend. Wel bekend is dat van de belastingopbrengst Quevellerius 55 gulden, 5 stuivers en 8 penningen aan de Heren Staten moest betalen, maar hij hield er zelf bijna 150 gulden aan over.
Overigens konden de heerlijke rechten van plaats tot plaats verschillen en zijn sterk afhankelijk van de macht van de betreffende heer. In Sint Pancras was die macht waarschijnlijk niet al te groot.

Anna Quevellerius, Vrouwe van Sint Pancras van 1740 tot 1756. Geschilderd door Jan Abel Wassenberg Sr. (omstreeks 1720). Collectie Groninger Museum, Foto John Stoel.

Het geslacht Quevellerius
De grootvader van Abraham Quevellerius, Abraham de la Quellerie (1589-1630) verlatiniseerde zijn naam in Quevellerius. Hij was Waals predikant te Grave, Kuik en Rotterdam. Zijn dochter Maria, huwde met Jan van Riebeeck, stichter van Kaap de Goede Hoop. Zoon Abraham was leraar aan de Latijnse school te Rotterdam. Deze Abraham was de vader van onze Abraham Quevellerius, de derde dus met dezelfde naam. Op jonge leeftijd vertrok Abraham III naar Nederlands Indië, waar hij zijn neef Abraham van Riebeek (zoon van Jan van Riebeek) opzocht. Hij had verschillende hoge functies. In 1715 is hij terug in Nederland en heeft goede zaken gedaan.
Abraham Quevellerius, heer van Sint Pancras, overleed te Voorburg in 1740. Gewoonlijk woonden de heren niet in of vlakbij hun heerlijkheid en lieten ze de dagelijkse gang van zaken over aan de schout. Mogelijk heeft hij de heerlijkheid Sint Pancras zelfs nooit bezocht.
Na zijn dood erfde zijn dochter Anna de Ambachtsheerlijkheid. Deze ‘Vrouwe van Sint Pancras’ woonde in Groningen en was toen weduwe van Hendrik Trip, Monster-Commissaris van Stad en Land. Zij behoorde tot de aanzienlijke burgers van de stad Groningen. Het echtpaar bewoonde het buiten ‘Jagtwijk’ te Martenshoek. Van haar man en van haar zelf zijn twee fraaie portretten gemaakt die in het bezit zijn van het Groninger Museum. Haar portret wordt bij dit artikel afgedrukt.
Na haar dood in 1756 kwam de heerlijkheid in handen van haar dochter, Anna Maria Trip, echtgenote van Wicher van Swinderen, burgemeester van Groningen en o.a. drost van de beide Oldambten. Omstreeks 22 december 1768 heeft Anna Maria Trip, inmiddels ook weduwe, de heerlijkheid Sint Pancras overgedragen (vermoedelijk verkocht) aan baron Willem Hendrik van Wassenaar.

Willem Hendrik van Wassenaar, de eerste adellijke Heer van Sint Pancras. Bron: Iconografisch Bureau in Den Haag.

Het geslacht Van Wassenaar
Vanaf dat moment kwam de heerlijkheid in handen van een bekend adellijk geslacht, dat zich vanaf toen tooide met de naam: ‘Van Wassenaar van Sint Pancras’. De familie ‘Van Wassenaar van Sint Pancras’ stamde af van Jacob Emmery van Wassenaer (1674-1724), jongere zoon van de familie Van Duivenvoorde in de 15e generatie. De familie sterft uit met de dood van Paulina Henrietta Jacoba van Wassenaar (1674-1935).
Achtereenvolgens waren er zes baronnen die tot hun dood heer van Sint Pancras waren.
De eerste baron, Willem Hendrik van Wassenaar was getrouwd met Catharina van Foreest van de Hoornse tak van de ook in Alkmaar bekende familie.
Na zijn dood in 1769 te Den Haag, werd de heerlijkheid in 1770 op naam van zijn 13-jarige zoon Frederick Hendrick geschreven. Deze overleed jong en de rechten gaan in 1782 over op zijn broer Jacob Nanninga Arend.
De Franse tijd
Jacob Nanninga Arend was meteen de laatste baron die nog echt als heer belangrijke invloed had op de gang van zaken in Sint Pancras. Na de Franse inval in 1795 werden alle feodale elementen in het landsbestuur afgeschaft. De heerlijkheden werden opgeheven met de Bataafse Staatsregeling van 1798. Met de Staatsregeling van 1801 en 1805 werd nog een schadevergoeding in het vooruitzicht gesteld, maar dat is er nooit van gekomen.
Onder koning Willem I werden in 1814 de heerlijkheden weer hersteld, doch alleen de zakelijke rechten werden teruggegeven. De bevoegdheid om plaatselijke bestuurders te benoemen verdween. Dat werd overgenomen door de gemeenten. En de juridische functies werden overgenomen door de landelijke overheid.
Vanaf 1823 werd de schout (de latere burgemeester) op voordracht van de heer door de Koning benoemd. De leden van de gemeenteraad werden, ook op voordracht van de heer, door de Provinciale Staten benoemd. Bij invoering van de Gemeentewet (1851) kreeg het gemeentebestuur zijn huidige inrichting en verdween de invloed van de heer geheel.
Vanaf 1814 tot zijn dood in 1834 was Jacob Nanninga Arend, baron Van Wassenaar van Sint Pancras dus weer Heer van Sint Pancras, doch dat had toen een beperkte betekenis. Hij was verder lid van de Tweede Kamer en Luitenant Kolonel (ook zijn opvolgersals Heer van Sint Pancras waren militair officier).
Na de dood van Jacob Nanninga Arend gaat de heerlijkheid over op zijn zoon, Willem Hendrik Jacob, na diens dood in 1856 op zijn zoon, Willem Frederik Pieter Herman en na diens dood in 1882 op zijn zoon, Jacob Nanning Arend.

Willem Frederik Pieter Herman, baron van Wassenaar van Sint Pancras. Heer van Sint Pancras van 1856 tot 1882. Bron: Iconografisch Bureau in Den Haag.
Geruisloos einde
De laatste baron van Wassenaar die Heer van Sint Pancras was sterft kinderloos in 1901 en hiermee sterft het geslacht Van Wassenaar van Sint Pancras uit. Zijn zuster Pauline Henriëtte Jacoba (1858-1935) mag zich dan nog Vrouwe van Sint Pancras noemen, maar het is niet duidelijk of zij iets met deze titel heeft gedaan. Niemand zal er ook wakker van gelegen hebben. In 1923 wordt het laatste restje aan ‘heerlijkheidsrechten’ afgeschaft met de invoering van de Jachtwet. De titel Heer of Vrouwe heeft vanaf die tijd geen feitelijke inhoud meer. Het is enkel een titel, niets meer.
Overigens is koningin Beatrix, behalve dat ze een heleboel andere titels heeft, ook Vrouwe van Borculo, Breedevoort, Lichtenvoorde, Loo, Geertruidenberg, Clundert, Zevenbergen, Hoge en Lage Zwaluwe, Naaldwijk, Polanen, St. Maartensdijk, Soest, Baarn, Ter Eem, Willemstad, Steenbergen, Montfoort, St. Vith, Buettgenbach, Niervaart, Daasburg, Turnhout, Besançon.
Maar niet van Sint Pancras dus. Sint Pancras zal nooit meer een Heer of Vrouwe hebben; is dat geen heerlijkheid?…

Heren en Vrouwen van de heerlijkheid Sint PancrasPeriode
Opeenvolgende graven van Holland1288-1425
Roeland Ridder van Uutkerke ( ? – 1442)1433-1442
Opeenvolgende graven van Holland1425-1581
De Staten van Holland1581-1730
Abraham Quevellerius (1689-1740)1730-1740
Anna Quevellerius (1681?-1756)1740-1756
Anna Maria Trip(1713-1778)1756-1768
Willem Hendrik van Wassenaer (1722-1769)1768-1769
Frederik Hendrik van Wassenaer (1757-1782)1770-1782
Jacob Nanninga Arend van Wassenaer (1760-1834)1782-1834
Willem Hendrik Jacob van Wassenaer (1796-1856)1834-1856
Willem Frederik Pieter Herman van Wassenaer (1809-1882) 1856-1882
Jacob Nanning Arent van Wassenaer (1855-1901)1882-1901
Paulina Henrietta Jacoba van Wassenaar (1674-1935)?

Bronnen

  1. akte 143 Gelders Archief
  2. FamilySearch

Tijdbalk Willem Hendrik Jacob van Wassenaer Tot St. Pancras

  Deze functionaliteit is alleen beschikbaar voor browsers met Javascript ondersteuning.
Gebruikte symbolen: grootouders grootoudersouders oudersbroers-zussen broers/zussenkinderen kinderen
Sleep de tijdbalk om terug of verder in de tijd te gaan (of gebruik de l en r toetsen). Klik op de namen voor meer informatie.

Over de familienaam Van Wassenaer Tot St. Pancras


Historische context (op basis van trouwdag 11 juli 1832)


    ?


De publicatie Stamboom Fokker is samengesteld door (neem contact op).