genealogieonline

Stamboom Familie-archief Ten Koppel » Boek 2

Familie Te Koppele Avest

Boek 2 - Te Koppele te Avest

Al eerder hebben wij gesteld dat Het Koppel als erfgoed in de familietak van Boek 2 blijft.

Stamvader Teunis te Koppel
Teunis te Koppel (1717), als stamvader van Boek 2, neemt Het Koppel over, waardoor het erfgoed in de familietak van Boek 2 blijft. In 1777 huwen dochter Teunisken te Koppel (1752) en zoon Gerrit te Koppel (1756) beiden met een Tietink. In 1792 huwt dochter Harmina ook met een Tietink. Deze Tietinks blijken voor de Koppels een belangrijke rol te gaan spelen, nog afgezien van deze drie huwelijken binnen één gezin. Maar dat zien we verder­op.

Zoon Gerrit en gezin.
Het zevende kind van Teunis, Gerrit te Koppel (1756) die in 1777 met Johanna Christina Tietink is gehuwd, is blijven wonen op boerderij Het Koppel, Avest 13.  Reeds in 1817 werd in het bevolkingsregister gemeld dat huis nummer 13 voor 3/4 deel (Het Koppel) van dominee Abbink was en dat was het verblijf van de Koppels. 1/4 Deel was van Gerrit Koppelman en Johanna Christina Tietink en dat werd toen de Groeskamp genoemd. Dat deel werd ook aan de familie Groeskamp verpacht door Gerrit. Het lag ongeveer ter hoogte van het huidige adres Spilmansdijk nummer 8. Waarschijnlijk had onze familie dat stuk grond aan het einde van de 18e eeuw of aan het begin van de 19e eeuw verworven en verpacht aan de aldaar wonende familie. Het verpachte eigendom was betere bouwgrond dan Het Koppel, het woonerf van de Koppel­mannen. Omdat het kadaster vanaf het begin (1832) de naam “Het Koppel” gebruikt, hebben wij die naam ook steeds gebruikt.

Volgens een register waarin de bewoners van de omgeving waren ingedeeld in rotten, bleek dat Gerrit Koppelman in 1804 (op Het Koppel) onder rot Nahuis viel. Nahuis was ei­gendom van de kerk.

Sinds onze familie in 1883 Het Koppel verliet, woont daar de familie Geessink. Tussen 1825 en 1840 wordt Groeskamp in het bevolkingsregister omgenummerd naar Avest 8. Tussen 1861 en 1870 wordt Groeskamp weer omgenummerd in Avest 17. De familie Groeskamp vertrekt waarschijnlijk ná 1874 naar Hupsel, alwaar zij op nummer C 3a en C 10 opduiken.

We zien dus de volgende tijdlijn:
<———–1817—–1825————1840———1861—1870—-1883.
Groeskamp      Avest 13         Avest 8                               Avest 17
Het Koppel      Avest 13         Avest 11                              Avest 7
Menkhorst      Avest 2         Avest 13

Maar Gerrit (1756) en Johanna wonen dus op Het Koppel dat in 1817 Avest 13 was genummerd en krijgen daar zeven kinderen. Tussen 1825  en 1840 wordt Het Koppel omgenummerd van Avest 13 naar Avest 11. Het Koppel krijgt in het nieuw aan te leggen kadaster in 1832 onder sectie B voor de verschillende percelen de kadasternummers 51, 53 t/m 56, 66 t/m 69, 71 en 78. De oud­ste zoon van Gerrit, Berend Willem te Koppele (1781) blijft op Het Koppel in Avest wonen. Berend Willem en Aaltjen Geesink krijgen drie dochters en één zoon op Het Koppel, dan nog Avest 13. De tweede dochter, Antonia (1814) overlijdt op 9-jarige leeftijd in 1824. Tijdens de aanleg van het kadaster in 1832 is hij eigenaar van boerderij Groeskamp en tussen 1825 en 1840 is Het Koppel inmiddels omgenummerd tot Avest 11. Berend Willem overlijdt in 1869 op Avest 11. Avest 11, Het Koppel, werd ook Geesinkplaats genoemd, aan de huidige Spilmansdijk nummer 3.

De tweede zoon van Gerrit (1756), Garrit Jan te Koppele (1784) gaat in Lievelde, Lichtenvoorde wonen. Garrit Jan (1784) is eigenaar geweest van Lievelde 54, een stuk grond dat nu aan de Droebertweg 2 in Lievelde ligt. Mogelijk heeft ook hier de familie Tietink een rol gespeeld in de verwerving van dit goed. In 1804 huwt namelijk een zekere Gerardus Wilhelmus Tetink met Anna Maria Voshaar Drubers, die op Droebert woonde. Zeven jaar later huwt in 1811 Gerrit (1756) met Jenneken Voshaar, die op Droebert woonde. Volgens de kadasterge­ge­vens van 1830 uit Lic­htenvoorde waren de kadasternummers 85 tot en met 99 (behalve 92) eigendom van Gerrit (1756). Ook Garrit Jan (1741) van Boek 1 overlijdt op Droebert zoals dat toen werd genoemd, op Lievelde 91. Dit is een hele belangrijke indicatie om de Boeken 1 en 2 niet los van elkaar te moeten zien. Het gaat om de vroegere caterstede Druperink, ook wel Cavenstede Droebers genoemd. In het verre verleden waren de Druperink goederen leenbezig van de heren van Borculo zoals dat heette. Het ligt tussen de huidige wegen Droebertweg, Haardijk, Grensweg en Eefselerweg. Erg veel geluk heeft dit eigendom hem niet gebracht. Een dochter en twee zoons zijn vóór de eerste verjaardag overle­den. En ook dit speelde zich af in de eerste helft van de 19e eeuw. Janna te Koppele (1820), een dochter van Garrit Jan (1784), heeft samen met haar man Bernardus Grootse­vert het Droebert overgenomen. Bernardus Grootsevert kwam van Nieuw Liefftinck onder Eibergen. Hun enige zoon Johannes Henricus Groot Seevert groeit echter op Nieuw Liefftinck op en komt pas later op “den Droebert” wonen. Sindsdien woont daar de familie Grootsevert.

Ongeveer een kilometer van Droebert af ligt nu het historisch openluchtmuseum “Erve Kots”. Een interessant museum om te zien waar en hoe onze voorouders moeten hebben geleefd in die perio­de waar we nu over praten. In die omgeving lijkt de tijd stil te hebben gestaan.

De derde zoon van Gerrit (1756), Antonius te Koppel (1787) blijft ook in Avest. Hij huwt in 1833 op Avest 13 en overlijdt op 67 jarige leeftijd in 1854 op Avest 13. Avest 13 is in die jaren boerderij Menkhorst, dat aan Het Koppel grenst, waar de familie Goossens woonde. In 1817 was dat nog Avest 2 (waarbij Antonius later op 2a ging wonen), maar in 1825 is dat omgenummerd naar Avest 13. Dochter Johanna Christina Koppelman van Antonius, huwt met Johannes te Bogt. Zij gaan ook op Menkhorst wonen en blijven daar na het overlijden van haar vader. Zoon Johannes te Koppel (1840) werkt bij zijn oom Berend Willem als knecht op Het Koppel. Maar later zou hij weer terug gaan naar zijn ouderlijk huis Menkhorst. Hij gaat daar in dienst van zijn zwager en zuster. Ergens tussen 1871 en 1880, waarschijnlijk in het jaar 1873 als hij trouwt, vertrekt hij met een onbekende bestemming. Vanaf hier ontstaat de nu nog levende familietak Te Koppel.

Johannes te Koppele en gezin.
De enige zoon Johannes te Koppele (1816) van Berend Willem blijft traditiegetrouw op Het Koppel, Avest 11 wonen en over­lijdt in 1879 op hetzelfde adres, dat tussen 1861 en 1870 wordt omgenummerd naar Avest 7. Woonerf Het Koppel wordt door de Koppelmannen verlaten op 2 mei 1883 om op Tietinksplaats te Hupsel te gaan wonen. Kleinzoon Johannes (1857) van Berend Wil­lem heeft perceel Beltrum kadasternummer 231 genaamd “De Koel­kamp” tien jaar later, op 12 juli 1893, verkocht om Tietink­splaats aan te kopen.

Nog geen kilometer verder ….

Kleinzoon Johannes te Koppele (1857) van Berend Willem kocht dus in 1893 Tietinksplaats van een Duitse heer, ook wel bekend onder de naam Teetinksveld of gewoon Tietink. Dit veld ligt op korte afstand van Het Koppel in het Hupselse Veld aan de huidi­ge Molenweg 13, net aan de andere kant van de Deventer Kunst­weg. Zij woonden hier echter al vanaf 1883, na het vertrek van de familie Tietink. Hierop stond een boerderij die toen was verbrand, maar de Duitse heer wilde de boerderij niet meer herbouwen en besloot de grond te verkopen. Het was toen overi­gens arme grond. Van de gekochte 60 hectaren waren er 7 ontgon­nen en de overige 53 hectaren waren hoge esgronden, moerasgrond en heidevelden. Geleidelijk aan hebben de volgende generaties dit gebied verder ontgonnen. Bij de aankoop van dit perceel wordt tevens vermeld dat een perceel genaamd “De Koelkamp” wordt verkocht, aldus de koopakte. Dit betreft perceel nummer B 231 in Avest (kadastraal Beltrum), nu gelegen ongeveer ter hoogte van nummer 16 tegenover de plek waar nu de familie Sto­teler woont op boerderij De Kip, ook aan de Spilmansdijk. De Koppels moeten dit perceel van de familie Reirink hebben ge­kocht. Bij de kadasteropmaak van 1832 stond dit namelijk op hun naam. Volgens de heer Stoteler was dit vroeger een hoger gele­gen stuk grond, dat later, ten tijde van de ruilverkaveling, is afgegraven. De kleinzoon van de Johannes die de percelen in Hupsel heeft gekocht, Johannes Henricus (1931) weet nog te ver­tellen dat de grond openbaar is verkocht en dat deze aan de Koppels is gegund. Er werden kennelijk hogere prijzen geboden, die niet werden gehonoreerd. Mogelijk dat dit te maken heeft gehad met de verweving van de beide families Koppele en Tie­tink. Sinds die tijd is Tietinksplaats weer verder opgesplitst door erfgenamen die er tot de dag van vandaag nog op wonen aan de huidige Molenweg nummers 13 (Tietink), 8 (Nieuw Tietink) en 10. Locatie Molenweg 13 is door de laatste Koppel bewoners van dat adres in maart 1993 verkocht wegens emigratie naar Denemar­ken. Dus ruim 400 jaar familiehuisvesting binnen een zeer be­perkt gebied.

Wel moeten we erbij vermelden dat de overgang van Het Koppel naar Tietink voor wat betreft de datums enige problemen geeft. Hoewel de familie reeds in 1883 van Het Koppel vertrekt, geeft een bidprentje aan dat Johannes in 1885 in Avest wordt geboren. En dat terwijl de familie al over zou zijn. Wij moeten de achtergrond hiervan nog nagaan.


Andere verhalen


Terug naar de startpagina van deze publicatie

Het inloggen op het besloten deel van deze
publicatie is alleen mogelijk als u daartoe
bent uitgenodigd door de auteur!

   Annuleren


Bent u uw wachtwoord vergeten?