genealogieonline

Stamboom B van Os » Evert (Everhard) van Heeckeren van der Eze (< 1336-> 1395)

Persoonlijke gegevens Evert (Everhard) van Heeckeren van der Eze 


Voorouders (en nakomelingen) van Evert (Everhard) van Heeckeren van der Eze

Evert (Everhard) van Heeckeren van der Eze
< 1336-> 1395

1355

Gezin van Evert (Everhard) van Heeckeren van der Eze

Hij is getrouwd met Beatrix van Almelo.

r 1355.


Notities over Evert (Everhard) van Heeckeren van der Eze

Name: Evert (Everhard) van Heeckeren van der EZE Sex: Note: Vermeld 1357-1404. Door huwelijk heer van Almelo. Note: Kwitantie van Willekin die Wulf voor de heerlijkheid Almelo wegens ontvangen achterstallige betalingen, 1365. 1 charter: 1365 november 26 (feria quinta proxima post festum beate Katharine virginis et martiris) Willekin die Wulf verklaart dat hij van de heerlijkheid (herscap) Almelo de achterstallige en de nog verschuldigde "pacht" heeft ontvangen, waarvoor hij bij deze kwijting verleent. Getuigen: heer Herman van Ludinckhusen, Henric den Wulf van Ludinckhusen en burgemeesters van Ludinckhusen. Origineel charter (inv.nr. 18), waarvan de zegels van Hermannus en Henric van Ludinckhusen zijn afgevallen terwijl dat van de burgemeesters van Ludinckhusen, licht beschadigd, is bewaard. Akte waarin Evert van Heeckeren en Beatrix van Almelo beloven Konrad van den Tye schadeloos te zullen houden wegens een voor hen gedane borgstelling, 1369. 1 charter: 1369 december 1 (des nesten dages na suntte Andreus des apostols) Evert van Heker en Bathe, jonkvrouwe van Almelo, verklaren Conrad van den Tyghe schadeloos te zullen houden voor 25 oude schilden waarvoor Conrad zich voor hen bij de bisschop van Utrecht borg heeft gesteld. Origineel charter (inv.nr. 19), met het beschadigde zegel van Evert van Heker, terwijl dat van Bathe van Almelo is afgevallen. Akten waarin verschillende personen verklaren niets te zullen ondernemen tegen de heer of de vrouwe van de heerlijkheid Almelo, 1374-1400. 5 charters: 1374 april 16 (dominica die proxima Tiburcii et Valeriani martirum) Gerd ten Walle Hermanssone genaamd de Bytere zweert ten overstaan van leen? en borgmannen, schepenen en burgers van Almelo, waarvan genoemd worden Symon van Zolmisse, Herman van Twiclo en Hinrich Scaep, borgmannen, en Gossen Scaep, Willem Plaghe, Gert Glaetbeke, Albert Tunnen en Florike de Rode, leenmannen, niets te zullen ondernemen tegen Everd van Hekere, heer tot Almelo, knape, en diens vrouw Beatrix, jonkvrouwe tot Almelo, en hun opvolgers en allen die zij verdedigen. Hij verzoekt, daar hij zelf geen zegel heeft, Gerd van Eemen en Herman van Bernevelde Gerdeszone voor hem te zegelen. Origineel charter (inv.nr. 20), waarvan het zegel van Van Eemen is afgevallen en dat van Van Bernevelde is bewaard. 1376 november 13 (des donredaghes na suncte Mertensdaghes) Gerd Rebuech en Lubbert Lopensteyn, broeder van Everd van Langhen, bastaard, verklaren nooit meer iets te zullen ondernemen tegen Everd van Hekere, heer tot Almelo, knape, diens vrouw Beatrix, jonkvrouwe van Almelo, hun dochter Herberge of de heerlijkheid Almelo. Origineel charter (inv.nr. 20), waarvan de zegels van beide oorkonders zijn afgevallen. 1394 januari 6 (up den heilighen Derteynden dach gheheiten Epiphania domini) Gherd van Ampsen genaamd Tunnyken en zijn zoon Herman van Ampsen verklaren dat zij beloofd hebben aan Everd van Heker, heer tot Almelo, Beatrix, jonkvrouwe tot Almelo, en hun kinderen Egbert, Herburghe, Lyze en Mette, nooit meer iets te zullen ondernemen tegen hen, hun nakomelingen of de heerlijkheid Almelo, waarbij zij zich verbinden dat bij niet nakoming zij, op aanmaning, binnen acht dagen in een herberg te Almelo zullen verschijnen om verantwoording te doen. Origineel charter (inv.nr. 20), met de zegels van de beide oorkonders. 1396 mei 4 (des anderen dages nae des hilgen Crucesdach invencio) Gheryt Gosens, geboortig uit Zwolle, verklaart dat hij gezworen heeft nooit meer iets te zullen ondernemen tegen Everd van Hekere, heer tot Almelo, knape, Beatrix, jonkvrouwe tot Almeloe, en hun kinderen Egbert, Herberich, Lisabeth en Mechteld, hun erfgenamen en de heerlijkheid Almeloe. Getuigen: Johan die Zomer, Gheerd Abcede, Johan Hegehues en Herman die Scroder, schepenen van Almelo. Origineel charter (inv.nr. 20), met het zegel van de stad Almelo. Regest: Berkenvelder, Regesten, I nr. 442. 1400 september 19 (des sundaghes na sunte Lambertdaghe) De broers Berend, Henric, Johan en Egbert Asvelding verklaren onder ede nooit meer iets te zullen ondernemen tegen Beatrix, jonkvrouwe tot Almelo, haar zoon Egbert van Almelo of tegen de inwoners van de heerlijkheid Almelo, onder bepaling dat indien zij woonachtig zouden zijn onder de bisschop van Utrecht of onder jonker Ludelove van den Ahues en dezen vijanden zouden worden van de heerlijkheid Almelo, zij dezen mogen helpen, zonder dat daardoor deze eed wordt verbroken. Getuigen: Evert van Heest, Johan van Marclo, Johan Scaep, Johan de Somer en Johan van Heghehusen, terwijl ter bezegeling worden verzocht Everd van Graes en Johanne van den Tyge. Origineel charter (inv.nr. 20), waarvan het zegel van Van Graes is afgevallen, terwijl dat van Van Tyge nog aanwezig is. Akte waarin Sweder van Schuilenburg en zijn vrouw Hadewych van Almelo beloven enige akten betrekking hebbende op de heerlijkheid Almelo te zullen overdragen aan Evert van Heeckeren en Beatrix van Almelo, waarnaast zij hen tevens hulp beloven als heer en vrouwe van Almelo, 1378. 1 charter: 1378 oktober 23 (des saterdaghes na zunte Gallendaghe) Sweder van der Schulenborch en zijn vrouw Hadewighe [van Almelo], beloven dat zij de akten die Arend en Albert van Almelo geheten van Hulsenen, broers, hadden ten laste van Vrederick en Johan van der Eze, sprekende op de heerlijkheid Almelo, zullen overdragen aan Everd van Heker, heer tot Almelo, knape, en Beatrix, jonkvrouwe van Almelo, en dat zij genoemde Everd en diens vrouw op hun sloten Hemercampe en ter Molen zullen beschermen en helpen tegen de aanvallen van Vrederick van Zuelen en Henrick van Ampsem en dat hij zich in het veld onder de bannier van de heer van Almelo zal scharen en hem na aanmaning een hengst zal leveren. Origineel charter (inv.nr. 21), met het aanhangende zegel van Sweder van de Schulenborch. Akten van borgstelling door de bisschop van Utrecht en Gert van Keppel voor Evert van Heeckeren, 1380 en 1381. 2 charters: 1380 augustus 10 (op sente Laurenciusdach) Florens [van Wevelinchoven], bisschop van Utrecht, verklaart Everd van der Eze, heer tot Almelo, schadeloos te zullen houden voor diens borgstelling samen met Gisebert van Brunchorst, heer tot Borclo, heer Reynold van Kovorde, ridder, en Gerd van Bevervoerde, gedaan voor de bisschop wegens een lening door deze van 193 oude schilden bij de gezamenlijke Munsterse kooplieden, welke uitbetaald dient te worden aan Berend de Drost. De akte is afgegeven door de mandataris van de bisschop Gerhardus de Bronchorst. Origineel charter (inv.nr. 22), met een fragment van het zegel van de bisschop. 1381 september 21 (in festo beati Mathei apostoli et ewangelisti) Gerd van Keppele, knape, verklaart Everd van Heker genaamd van der Eze, heer tot Almelo, knape, schadeloos te zullen houden van de borgtocht die deze voor hem heeft gedaan tegenover Herman Naghele. Origineel charter (inv.nr. 22), waarvan het zegel van de oorkonder is afgevallen. Vidimus van de akte d.d. 1387 waarin vastgelegd is een verbond van wederzijdse steun tussen de heer van Almelo, Berend van Bentheim, Boudewijn von Steinfurt, Johan von Solms, Arend von Güterswyck en Wolter van Voorst en Keppel, 1387. 1 charter: 1387 juni 29 (in festo beatorum Petri et Pauli apostolorum) Bernd ,graaf van Benthem, Baldewijn, heer tot Steynvorde, en Ludolph van Stenvorde zijn zoon, Johan van Solmisse, heer tot Ottensteyne, en Hinrich van Solmisse zijn zoon, Arnd van Guterswijck, Wolter, heer tot Vorst en Keppelle, en Evert van Heker, heer tot Almelo, knape, verklaren dat zij elkaar voor zes jaar wederkerige bijstand hebben beloofd, waarbij alle partijen een aantal andere bondgenoten opnoemen waarmee zij zich hebben verbonden en waartegen zij dus niet ten strijde mogen trekken, te weten de bisschoppen van Münster en Utrecht, de hertog van Gelre, Otto, graaf van Tekeneborch, en Clawes zijn zoon en Dyderick van der Marke, en waarbij tevens te Schuttorppe een scheidsgericht wordt ingesteld waar onderlinge geschillen kunnen worden voorgelegd. Gevidimeerd in de akte d.d. 1387 november 30 (regest nr. 114) (inv.nr. 23). Eenvoudig afschrift [18e eeuw] (inv.nr. 1446). Druk: Schrassert, Deductie, p. 175. 1387 november 30 (ipso die Andree apostoli) Arnt van Schoneveld, Hinric van Kuenre en Johan Voet geven vidimus van de akte d.d. 1387 juni 29 (regest nr. 113). Origineel charter (inv.nr. 23), waarvan het zegel van Van Schoneveld is afgevallen en die van Van Kuenre en Voet bewaard zijn gebleven. Eenvoudig afschrift [18e eeuw] (inv.nr. 1446). Druk: Schrassert, Deductie, p. 178. Akte van kwijtschelding van de wederzijdse vorderingen die Ida, weduwe van Hein van den Dijke, met haar kinderen, enerzijds, en Evert van Heeckeren en Beatrix van Almelo, anderzijds, op elkaar hebben, 1391. 1 charter: 1391 februari 2 (up unser Vrouwendach tho Lechtmissen) Ide, weduwe van Heyne van den Dijke, en haar kinderen Heyne, Johan en Stijne verklaren dat zij zijn overeengekomen met Everd van Heker, heer tot Almelo, en diens vrouw Beatrix, jonkvrouwe van Almelo, dat alle wederzijdse vorderingen worden kwijtgescholden, waaronder die welke wijlen Heyne van den Dijke had gegeven ten overstaan van Johan van Verneborch, bisschop van Utrecht; ter medebezegeling is verzocht Everde van Heest, ambtman van de heerlijkheid Almelo. Origineel charter (inv.nr. 24), met de zegels van de zoon Heyne van den Dijke en Everde van Heest. Akte waarbij de pastoor en vicarissen van de kerk te Keppel en Berend Runoord hun geschillen bijleggen onder de bepaling dat Runoord de verplichtingen van Evert van Heeckeren zal overnemen, 1394. Met een retroactum, 1381. 2 charters: 1381 mei 13 (up sante Servaciusdach) Everhardus van Heker, pastoor van Keppel, Henric Schunde, Rotgher van Wexsten en Willam en Reynier van Esschedorpe verklaren dat zij als scheidslieden een boedelscheiding tot stand hebben gebracht tussen de broers Wilhelmus, Everhardus, priester, Berent en Diric van Esschedorpe, van de goederen afkomstig van hun ouders, waarbij wordt bepaald dat Berent zal krijgen het huisraad en het goed te Holthusen, gelegen in het kerspel Dalvessen, dat was gekocht van heer Vrederik van der Eze, terwijl Diric zal krijgen de goederen Wesselync en Grevync, gelegen in het kerspel Wynterswijc in de buurschap Ghelle, waarmee hij hierbij tevens door zijn broer Berent beleend wordt, waarnaast Willam en Evert de goederen Hyghync en Brugghynct, eveneens gelegen in het kerspel Wynterswijc, zullen ontvangen; tevens wordt bepaald dat Berent en Diric aan hun zuster Gheertrude een levenslange jaarlijkse rente van respectievelijk twee en één pond uit hun goederen zullen geven, waarnaast nog enkele bepalingen worden gemaakt over de onderlinge vererving van de goederen. Origineel charter (inv.nr. 25), met de zegels van de vijf scheidslieden en van de vier broers. 1394 juli 15 (up dach Alre apostel gheheiten Divisio apostolorum) Rolof, pastoor te Dreempte (Drempt), en Johan van Averkamp, regulier kanunnik van het klooster Belheem, doen als scheidsmannen uitspraak in het geschil tussen de pastoor en vicarissen van de kerk te Keppel enerzijds en heer Berend Ruenoert anderzijds, waarin wordt bepaald dat heer Berend negen pond zal krijgen en dat de wederpartij aan haar verplichtingen inzake presentie en memorie zal voldoen, terwijl heer Berend dan levenslang jaarlijks drie pond zal betalen, waarnaast hij ook nog negen pond jaarlijks zal betalen vanwege heer Everd van Heker; verder zal Everd van Esschedorpe aan de pastoor en vicarissen de vijftig guldens betalen die hen bij testament door heer Willam van Esschedorpe waren vermaakt. Origineel charter (inv.nr. 25), met de zegels van de beide scheidslieden. Kwitantie van de richter en schepenen van Zutphen voor Evert van Heeckeren en Beatrix van Almelo wegens de betaling van twintig oude schilden, 1395. 1 charter: 1395 mei 2 (des anderen daghs nae Philippi et Jacobi apostolorum) Richter en schepenen van Zutphen verklaren ontvangen te hebben van Evert van Heker, heer tot Almeloe, en diens vrouw Bathe, 20 oude schilden in mindering van de aan de stad verschuldigde 100 oude schilden. Origineel charter (inv.nr. 26), waarvan het geheim stadszegel is afgevallen. Kwitantie van Johan Meyenberg genaamd Braatmusse voor de heer van Almelo wegens de betaling gedaan als vergoeding voor zijn gevangenschap te Coevorden, 1395. 1 charter: 1395 augustus 28 (up sente Julianusdach) Johan Meyenberch anders geheten Braetmussche verklaart betaald te zijn door Everd van Hekere, heer tot Almeloe, knape, voor de vordering die hij op deze had wegens de geleden schade, door o.a. betaalde schatting (losgeld), tijdens zijn gevangenschap te Kovorden. Getuigen: Everd van Heest, heer Gheryt, priester en vicaris te Almeloe, Gheerd Abcede en Koenraed Vrij. Origineel charter (inv.nr. 27), met het aanhangende zegel van de oorkonder. Note: Stukken betreffende het geschil tussen de erfgenamen van Hendrik van Rechteren en diens weduwe Agnes van Westerholt en haar familie over de opvolging in de heerlijkheid Almelo, 1568-1620. Met retroacta, 1363-1561. Afschriften. 1 pak en 2 charters: 132 1394 december 29 (Ten Herdenberch) Evert van Heker genaamd van der Eze en zijn vrouw Bate, jonkvrouwe van Almelo, verklaren een overeenkomst gesloten te hebben met Frederick van Blanckenhem, bisschop van Utrecht, waarbij is vastgelegd dat zij zich nooit tegen het bisdom zullen keren, dat zij, wanneer zij worden aangevallen de bisschop om arbitrage zullen verzoeken, maar bij afwijzing hiervan door de tegenpartij of bij plundering, platbranden of gijzeling zich zullen verdedigen; dat het huis, slot en veste een open huis zal zijn voor de bisschop en dat zij de vijanden van de bisschop daar geen bescherming zullen bieden, hen, die in het bisdom een misdaad hebben begaan zullen uitleveren en dat zij zelf in de heerlijkheid geen hoge rechtspraak zullen uitoefenen; ook dat zij Almelo nooit in vreemde handen zullen brengen buiten medeweten van de bisschop, dat zij geen oorlog zullen beginnen, maar een beroep zullen doen op de arbitrage van de bisschop; en mochten zij op enig punt in gebreke blijven dat zij dan te Deventer bijeen zullen komen om een schikking te treffen. Authenthiek afschrift door B. de Cosfeldia, secretaris, uit het "Diversorium A, fol. 101" te Kampen [1578] (inv.nr. 1483). Eenvoudige afschriften [eind 15e tot 18e eeuw] (inv.nrs. 1426 (3x), 1445, 1466, 1515, 1755 en 3663 fol. 33 verso). Druk: Schrassert, Deductie, p. 169; Dumbar, Analecta, II p. 339. Father: Frederik van Heeckeren van der EZE

Mother: Maria van HONNEPEL

Marriage 1 Beatrix van ALMELO Married: ABT 1355

Children Egbert van Heeckeren genaamd van ALMELO

Herbrig van Heeckeren genaamd van ALMELO

Heeft u aanvullingen, correcties of vragen met betrekking tot Evert (Everhard) van Heeckeren van der Eze?
De auteur van deze publicatie hoort het graag van u!


Tijdbalk Evert (Everhard) van Heeckeren van der Eze

  Deze functionaliteit is alleen beschikbaar voor browsers met Javascript ondersteuning.
Klik op de namen voor meer informatie. Gebruikte symbolen: grootouders grootouders   ouders ouders   broers-zussen broers/zussen   kinderen kinderen

Over de familienaam Van der Eze


    

De publicatie Stamboom B van Os is samengesteld door (neem contact op).