Ruurt Roorda, overl. omstreeks 1228. Deze - zeggen de gemelde aanteekeningen - was Leekebroeder in Mariëngaarde, toen die van Roorda den Abt van Lidlum, Aesge, die, even als zijne kloosterlingen, een woest en wanvoeglijk leven leidde, afzettenden en Ruurt in diens plaats stelden. Daarna handhaafden zij ook de orde en tucht in het Klooster Anjum, verhieven hem er tot Prior en voegden hem Reguliere Kanonniken toe, - weshalve zij mogen geacht worden geweest te zijn de stichters van hetzelfde Klooster, waarin de Roordaas ook hunne begraafplaats hebben gehad.
Maar dat verhaal schijnt ons toe slechts te zijn eene bewimpeling en vergoelijking van dat geen, hetwelk, maar omstreeks 1468, is voorgevallen tuschen de toenmalige Abten van Lidlum en Johan en Ruurt Roorda, van Tjummarrum, en waarvan zie: Roorda, met de baar, Inl.
Hoe het zij, Ruurt bleef althans geen Prior: in 1224 ging hij, met zijnen broeder en eenige andere Edellieden, als; jonge Sijds Martena, Juw Hanses offingahuizen, en Sipt Goslinga, naar Braband, om den Hertog hendrick te dienen. Sipt Goslinga en Johan Roorda sneuvelden, en daarop keerde Ruurt naar huis, om zijns broeders zaken te beredden. Toen hij echter in 1228 vernam, dat Keizer Frederick II zich toerustte, ten einde Jeruzalem weder aan de ongeloovigen te ontrukken, is hij met andere Friesche edelen daarheen getogen, en werd eindelijk binnen die stad verraderlijk doorstoken, volgens het: HS. in Bbk.
De twede zoon van ruurt Haringhs Roorda, Johan Roorda, thoe Tjummarrum en Kubaard, trouwde Eets Gerbranda, van Kubaard, en uit hem is, volgens aangehaald: HS., gesproten Juw, de zoon van Johan Ruurts Roorda, met de baar. Naar aanleiding daarvan zou de nederdalende lijn de volgende zijn,
I
Johan Roorda, leefde omstreeks 1101
I
Johan Roorda
I
Goffe Roorda, leefde omstreeks 1416
I
Ruurt Roorda, overleed 1445
I
Johan Roorda, overleed 1473
I
Juw Roorda
I
doch een ieder zal gevoelen, dat er schakels aan deze ketting ontbreken.
Voor het overige is het hier de plaats niet, om te onderzoeken, wat in bovengenoemde overleveringen waar, of ten minst waarschijnlijk, is en wat niet waar kan zijn en derhalve onwaar wezen moet, hetwelk eene geheele verhandeling vereischen zou. Wij gaan liever over tot:
Roorda, van Tjummarrum
Bron: Stamboek van den Frieschen adel
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Ruurt Refridus Roorda | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.