genealogieonline

In Cruce Salus » Johanna Margaretha van Coesvelt (1684-1768)

Persoonlijke gegevens Johanna Margaretha van Coesvelt 


Aanknopingspunten in andere publicaties

Deze persoon komt ook voor in de publicatie:

Voorouders (en nakomelingen) van Johanna Margaretha van Coesvelt

Wessel Jalinck
< 1625-1675
Aaltjen Cuipers
< 1630-1673
Elsken Jalingh
< 1655-????

Johanna Margaretha van Coesvelt
1684-1768

(1) 

Gezin van Johanna Margaretha van Coesvelt

Zij is getrouwd met (1) Simon van Slingelandt.


Zij zijn op 15 september 1726 te 's-Gravenhage, Zuid-Holland, Nederland in ondertrouw gegaan.


Zij zijn 29 september 1726 te 's-Gravenhage, Zuid-Holland, Nederland in de kerk getrouwd.

Kind(eren):

  1. Johanna Margretha Coesvelt  ± 1683-????


Notities over Johanna Margaretha van Coesvelt

COESVELT, Johanna Margaretha van (geb. Goor ?-5-1684 – begr. Den Haag 2-12-1768), huishoudster; haar huwelijk met Van Slingelandt zorgde voor opspraak. Dochter van Derck van Coesvelt (1656-1696), waard, en Elsken Jaling. Johanna van Coesvelt trouwde op 29-9-1726 in Den Haag met Simon van Slingelandt (1664-1736), thesaurier-generaal, vanaf 1727 raadpensionaris van Holland. Het huwelijk bleef kinderloos.
Johanna van Coesvelt was het vijfde kind van Derck van Coesvelt, waard van herberg en familiebedrijf In den Engel in Goor, en Elsken Jalink. In het kerkboek van Goor ontbreken de jaren 1683 en 1684, en daarmee de doop van Johanna. Op Pasen 1700 noteerde predikant Johannes Putman dat Joanna van Coesvelt was aangenomen als lid van de gereformeerde gemeente. In 1706 werd in het lidmatenregister van Den Haag genoteerd dat zij met een attestatie uit Goor was gekomen.
In 1706 kwam Johanna van Coesvelt als dienstbode in het huishouden van Suzanna de Wildt en Simon van Slingelandt, op dat moment secretaris van de Raad van State. Het gezin Van Slingelandt woonde in Huis aan den Boschkant aan het Korte Voorhout (op de plek waar nu het Ministerie van Financiën staat), een kapitaal pand dat in 1700 was gekocht door Suzanna’s vader Job de Wildt, secretaris van de Amsterdamse Admiraliteit. Simon van Slingelandt huurde het van zijn schoonvader. Vanaf 1709, toen Van Slingelandt de hofstede Patijnenburg bij Naaldwijk kocht, woonde de familie afwisselend aan de Korte Voorhout en op Patijnenburg. Johanna had dus werk op stand. Onder het huishoudelijk personeel van de familie bevond zich vanaf 1721 ook Johanna’s nicht Elsken van Coesvelt, eveneens afkomstig uit Goor.
Huwelijk
Johanna van Coesvelt had de familie zestien jaar gediend toen Suzanna de Wildt in 1722 stierf. In een brief van 10 september 1726 aan zijn vriend Sicco van Goslinga schrijft Simon van Slingelandt dat zijn vrouw op haar doodsbed Johanna had gesmeekt om zo lang haar man leefde huishoudster bij hem te blijven. Maar Johanna wilde zich nu terugtrekken en op zichzelf gaan wonen. Daarop had hij besloten haar ten huwelijk te vragen, want, zo schreef hij, het was niet eenvoudig om iemand te vinden met dezelfde kwaliteiten als Johanna, die deugd paarde aan gezond verstand. Johanna had aanvankelijk geweigerd; zij was tevreden met haar bestaan en gaf de voorkeur aan een teruggetrokken leven boven een leven van pracht en praal. Bovendien voorzag zij problemen bij een dergelijk ‘ongelijk huwelijk’. Toch was hij blijven aandringen, en uiteindelijk had zij toegestemd. Hij vroeg zijn vriend om begrip. Wat de mensen ervan zouden denken, kon hem niets schelen, zo schreef hij. Gezien zijn leeftijd (63) en gezondheid (jicht) was hij gebaat bij rust en geluk, en die kwamen onder handbereik door een huwelijk met Johanna van Coesvelt. Hij vroeg Van Goslinga om bij vrienden en kennissen begrip te kweken voor deze opmerkelijke stap. Kennelijk was Van Goslinga’s antwoord niet erg bemoedigend – de brief is niet bewaard. In een brief van 14 september 1726 reageert Van Slingelandt op diens afkeuring. Hij zou die terecht vinden indien Johanna een ontuchtige vrouw (‘une impudique’) was geweest of als hijzelf zich uit valse motieven had uitgeleverd aan een onchristelijke vrouw (letterlijk: ‘une indienne’). Maar zijn enige misdaad was dat hij met zijn dienstbode wilde trouwen, een vrouw wier deugden en andere kwaliteiten hij kende en die altijd van onbesproken gedrag was geweest.
De volgende dag, 15 september 1726, gingen de ongeveer 42-jarige Johanna van Coesvelt en de 63-jarige Simon van Slingelandt in Den Haag in ondertrouw. Hun huwelijk werd op 29 september in de St. Jacobskerk voltrokken door ds. Pellegrinus. Op 17 juli 1727 werd Van Slingelandt verkozen tot raadpensionaris, het hoogste ambt binnen het landsbestuur. Het ongelijke huwelijk heeft wel voor opspraak gezorgd, maar de bevordering van Van Slingelandt kennelijk niet in de weg gestaan. Dit blijkt uit de instructies die de Franse afgezant Fénelon in 1728 schreef voor zijn vervanger. Van Slingelandt, aldus Fénelon, was een groot staatsman met veel kennis en ervaring, en zijn bevordering tot raadpensionaris doet ‘zijn schandelijke huwelijk met zijn dienstmeid’ vergeten.
Weduwe Van Slingelandt
Op 1 december 1736 overleed Simon van Slingelandt in Den Haag. Hij werd begraven in de St. Anna- of Slingelandtskapel in de Grote Kerk in Dordrecht. Hij liet zijn weduwe een lijfrente na van tienduizend gulden. Johanna van Coesvelt verliet het huis aan de Korte Voorhout. Waarheen ze verhuisde is niet bekend, maar het staat vast dat ze in 1742 een huis aan de Vlamingstraat bewoonde. Ze was rentenierster met een jaarinkomen van vijfduizend gulden, het huis had een huurwaarde van vijfhonderdvijftig gulden per jaar, ze hield een koets met twee paarden en had vier dienstbodes, onder wie de eerder genoemde nicht Elsken, die in 1737 was getrouwd met Jan Wessel van der Pol, knecht van Van Slingelandt. Op 29 oktober 1756 kocht Johanna een graf in de St. Jacobskerk. Het werd in november 1756 geopend voor de begrafenis van Reinier Kronenberg, een zoon van Elskens zuster Anna Catharina. In 1762 en 1784 werden respectievelijk Elsken van Coesvelt (61 jaar) en Jan Wessel van der Pol (79 jaar) in dit graf bijgezet.
Johanna van Coesvelt werd 84 jaar en 7 maanden oud. Als doodsoorzaak noteerden de kerkmeesters: ‘het vergaan van levensgeesten’. Zij werd op 2 december 1768 bijgezet in datzelfde graf.
De literator Matthijs Siegenbeek spreekt in zijn lofrede op Van Slingelandt nog opmerkelijk vriendelijke woorden over Johanna van Coesvelt: zij veraangenaamde zijn laatste jaren ‘door de bekoorlijkheden van hare omgang en hare liefderijke oppassing en verzorging’. De dichter-historicus Willem Bilderdijk meldt in zijn Geschiedenis des vaderlands wat denigrerend dat Van Slingelandt ‘eindigde met zijn dienstmeid te trouwen’, en Laurens Knappert legt in zijn Het zedelijk leven onzer vaderen in de achttiende eeuw de nadruk op het schandaal dat het huwelijk teweeg bracht. In de literatuur over Simon van Slingelandt wordt aan Johanna van Coesvelt nauwelijks aandacht besteed. P.J. Blok in het NNBW: ‘na hare [Suzanna’s] dood (1722) huwde hij, jichtig en dikwijls hulpbehoevend (1726), met zijne huishoudster Johanna van Coesveld, die hem verder bleef verzorgen, wat ook de voornaamste reden voor dit huwelijk schijnt te zijn’.
(Bronvermelding: Volbeda Marja, Coesvelt, Johanna Margaretha van, in: Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland. URL:http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/DVN/lemmata/data/Coesvelt [07/04/2009])

Heeft u aanvullingen, correcties of vragen met betrekking tot Johanna Margaretha van Coesvelt?
De auteur van deze publicatie hoort het graag van u!


Tijdbalk Johanna Margaretha van Coesvelt

  Deze functionaliteit is alleen beschikbaar voor browsers met Javascript ondersteuning.
Klik op de namen voor meer informatie. Gebruikte symbolen: grootouders grootouders   ouders ouders   broers-zussen broers/zussen   kinderen kinderen

Over de familienaam Van Coesvelt


Historische context



    

De publicatie In Cruce Salus is samengesteld door (neem contact op).