genealogieonline

Genealogy Richard Remmé, The Hague, Netherlands » Jacob van Winssem

Persoonlijke gegevens Jacob van Winssem Mannelijk


Voorouders (en nakomelingen) van Jacob van Winssem


StamboomStamboomStamboomStamboom
Jacob (Vrencke) van Winssem
????-1465
Agnes van Alphen
????-
Elias van Woudenberg
± 1420-> 1476
Ludgard van Alphen
± 1420-????
StamboomStamboom
Stamboom
Jacob van Winssem
± 1475-1547
Stamboom
Johan van Winssem
????-< 1567
Tree 5


Gezin van Jacob van Winssem

Kind(eren):

  1. Johan van Winssem  ????-< 1567 Tree 7


Notities bij Jacob van Winssem

http://www.kareldegrote.nl/Reeks_5_Milet_de_St.Aubin.htm

24. Jacob van Winssen, kanunnik van St. Pieter te Utrecht, geboren ca. 1475 te Woerden, overleden op 2.1.1547 te Utrecht.
Archief Kapittel van St. Pieter (RAU, Toegang Nr. 20):

Inv.Nr. 139, anno 1492 (1 charter):
Jacob van Winssen, kanunnik van het kapittel, erkent, dat het kapittel hem voor zijn leven verkocht heeft een huis en hofstede binnen de montade van de kerk, daar Jan van Renesse van Wulven in gewoond heeft, en zulks op voorwaarden en renten, vermeld in de hier ingelaste brief van het kapittel.

Inventaris van het archief van de familie Heereman van Zuijdtwijck 1360 1880. Inv.nr. 1088:
Akte waarbij deken en kanunniken van het kapittel van St. Pieter te Utrecht Jacobus van Winssen als kanunnik opnemen, gepasseerd voor notaris Ghijsbert Stevensz. van Merlo, 1484 (1 charter in het Latijn).

Vicarien op het altaar van de heilige Drievuldigheid in de Nieuwekerk te Amsterdam, (Inv.nr. 1641):
Akte van overdracht van het collatierecht van de vicarie door Jacob van Winssen aan zijn broer Gerrit van Winsen, gepasseerd voor notaris Gerardus Bijer, 1507; met akte van bekrachtiging van de overdracht door Frederik van Baden, bisschop van Utrecht, 1507 (2 getransfigeerde charters in het Latijn).

Inv.nr. 1089:
Octrooi van keizer Karel V voor Jacobus van Winssen om bij testament over zijn leengoederen te mogen beschikken, 1539 (1 charter).

".... Doen te weten dat ten ootmoedigen bede ende begeerte van heer Jacob van Winsen canonick van Sinte Pieters kercke In onsse stede van Wuijtrecht geboren van Woerden ... ... wettige zone wijlen Pieter van Winsen ende Janna van Woudenberch zijne huisvrouw" etc. etc

Verwijzingen van Cornelis Booth naar zijn eigen delen met transcripties (de nummers geven de inventarisnummers in het Rijks Archief te Utrecht aan):

155-7, fol.197, 197 verso, d.d. 1520:
Deijlenisse gedaen bij Jacob van Winssen ten behoeve van Loef Verhaer (pruster?):
"Ick, Willem van Rossum, h[eer] van Zoelen, Reijnauwen, doe cond alle luden dat voor ons ende onse mannen van leen nabescreven gecomen is den eersamen h[eer] Jacob van Winsen, can[onick] S[inte] Peters tUtr[echt] en[de] bekende met sijns voechts hant, daer hij mit recht en[de] oordeel toequam voor hem ende sijnen leenvolger schuldich te wesen vuijt 24 m[ergen] l[and] alse die gelegen sijn int nedersticht va[n] btp.(?) in Vechterebroeck, dat hij van de hoffstede Reijnauwen te leen houdende is, den eers[ame] h[eer] Louff van der Haer ende sijnen nacomelingen, 4 goede goude overlantse keurvorster Rijnse g[uldens], gewichten voor datum sbriefs gemunt, of ander goet paijement der weerden, sjaers erffelicke losrenten, te betalen d'een helfte opten paeschdach nu naestcomende en[de] dander op h[eilige] Victoeren d[ach] daer naest volgende ende soe voorts, jaerlics erffelick, mit sulcke vorwarden, dat h[eer] Jacob van Winsen voors., of sijne nacomelingen, dese voors. 4 goude g[uldens], tot alre tijt alst hem betreft, op enich termijn van betalinge, van h[eer] Loef v[ander] H[aer], of sijne nacomelingen, sullen mogen vrijen en[de] of coopen, elcken pen[ning] met sestien der selve pen[ningen] paijements voors[creven], ende mitte renten, die dan dair of verschenen en[de] onbetaelt waren, welcke vercopinge der renten vuijt die 24 m[ergen] l[and] voors[creven] bijden hier voors[creven] h[eer] Jacob van Winsen, can[onick], aldus gedaen. Ick, Willem van Rossum, als leenheer mit onse hant vertegen, toe laten ende confirmeren ten leenrecht stedicheijt te houden, als dat van rechten wegen behoort, hier waren over ende aen Athonis van Kuijck en[de] Pelgrum van Hoeij, onse mannen van leen van[de] hofstede van Reijnauwen, ende meer 9 luden, allen dink(?) h.arch.(?). In orcond sbriefs besegelt mit onse segel wthangende. Gegeven int jaer o[nses] h[eren] 1520 den woensd[ach] na Maurtii dach."

155-7, fol.61 verso, d.d.1524:
"Ic, Willem van Rossum h[eer] van Zoelen, Maerscalc, doe cond als mo[m]ber [van] Joffer Anna van Herfft, mijnre huijsf[rouw], dat voor mij en[de] mannen van leen gecomen is h[eer] Jacob van Winssen, met Willem van Quirmont, sijnen gecoren momber en heeft met sijnen vrije wille overgegeven 24 m[ergen] l[and] gelegen tot Vechten, daer naest gelant sij Beernt VuijtenEnge en[de] Ghijsbert van Hardenbroeck ende daer nae hebbe ic hier mede verlijt Gerrit van Winsen sijnen broeder mit conditen dat hij sal geven bij het aenveerden Peter sij neef ende Joist sij nichte nat[uurlijke] kijnderen h[eer] Jacobs voors. 600 B[rabantssche] g[uldens] ten overstaen van Johan van Malsen ende Jan van der Borch, mannen des gestichts. In orkondt der waerheijt gegeven int jaer o[nses] h[eren] 1524 tsanderen dage na S[inte] Crusis Exaltatie, hetsegel war gebroocken."

"Versocht dese 24 mergen l[and] van Oth van Appeltern als man ende voocht van Joffr[ouw] Cornelia van Hoxwir(?) vr[ouwe] tot Rijnauwen sij huijsf[rouw] en[de] Evert Helmich sijnen stadthouder v[an[ leenen ten overstaen h[eer] Dirck Bor v[an] Amerongen en[de] Gijsbert v[an] Schonenb[urg]. 7(?) . Peter van Winssen na dode Helias sijn broeders, beleent met Bernts wed[uw]e Utenenge, h[eer] Gijsb[erts] d[ochte]r v[an] Hardenbr[oeck], den 25 novemb[er] 1569."

(Voor de laatste paar regels staat in de marge geschreven: "Gerrit van Winssens kinder".)

155-7, fol.104 verso en 105, d.d. 12.3.1547:
"Ick, Helijas van Winssen, oudste soone ende leenvolger van za[liger] Gerrit van Winssen, mijnen vader, belije en[de] bekenne mids desen voor mij ende mijnen erfgenamen dat ic wettelicken en[de] wel vercocht hebbe vuijt alle mijne goederen Jan van Thiel, Bernt van Thielsz., die hij hadde bij Joostgen sijn wijf, haren Jacob van Winssens nat[uurlijke] dochter en[de] dit voor alsulcke drie hondert car[olus] R[ijnsche] guldens, als h[eer] Jacob Joosgen sijne nat[uurlijke] d[ochte]r voorn[oem]t des voors[creven] Jans moeder tot hooren deel toegevoecht heeft int transporteren van seeckere 24 mergen l[and], gelegen tot Vechten, leengoets welcke h[eer] Jacob van Wijnssen mijnen oom, Gerrit van Winssen mijnen vader zalig[e]r get(?) voor Jonck[er] Willem van Rossum, heere tot Zoelen, overgegeven heeft, vermogens de leenbrief daer aff sijnde in dato XVc XXIIII, achtien goeden goud[en] C[arolus] k(?) gulden tot XX gevalueerde Hollantse st[uvers], den 22 Augusti en[de] den 22 febr[uari], mit vorwarden dat ic, Helijas van Winsen voorn[oem]t en[de] mijnen erfg[enamen] sullen mogen affcopen mette somme van eens drie hondert der selve g[uldens], cum clausulis etiammum consuetis, des voorconden soo hebbe ick Helijas van Winssen voors[creven], desen brief onderteijckent en[de] daer toe ghebeden Willem van Snellenberch, mijnen neve, desen brief over mij te besegelen, want ick op dese tijt selver geen segel en hebbe. Gegeven int iaer o[nses] h[eren] 1547, opten XII dach in meert."

Resumé:
Jacob van Winssen, kanunnik van St. Pieter te Utrecht, vestigt in 1520 een jaarlijkse erfelijke rente van 4 goudgulden, ten gunste van Loef van der Haer en diens nakomelingen, uit zijn 24 morgen land te Vechten, welke hij in leen houdt van de heer van Rijnauwen. E.e.a. op voorwaarde dat Jacob van Winssen, of diens nakomelingen (toen moet Jacob dus reeds kinderen hebben gehad, anders spreek je van een priester niet van diens nakomelingen), de erfrente mogen afkopen.

[Deze 24 morgen zullen haast zeker zijn de 24 morgen land te Vechten, waarmee Peter van Winssen zijn echtgenote Johanna van Woudenberch in 1474 mee lijftocht.]

In 1524 draagt Jacob van Winssen voornoemde 24 morgen land over aan zin broer Gerrit, waarbij de laatste aan de natuurlijke kinderen van Jacob van Winssen, nl. Peter en Joostje, totaal 600 gulden moet betalen.

Op 12 maart 1547 verkoopt Elias van Winssen, oudste zoon en erfgenaam van zijn (inmiddels overleden) vader Gerrit van Winssen, aan Jan van Tiel, zoon van Bernt van Tiel en Joostge van Winssen, heer Jacob van Winssens natuurlijke dochter, voor de 300 gulden die zij van Gerrit van Winssen in 1524 als haar deel van de 24 morgen land had gekregen, een rente van 18 gulden, te betalen op 22 augstus en 22 februari, onder voorwaarde dat Elias, of diens erfgenamen, de erfrente kunnen afkopen voor de somma van 300 gulden.

In 1569, na de dood van Elias van Winssen, wordt diens broer Peter van Winssen met de 24 morgen land beleend.

Tijdbalk Jacob van Winssem

  Deze functionaliteit is alleen beschikbaar voor browsers met Javascript ondersteuning.
Gebruikte symbolen: grootouders grootoudersouders oudersbroers-zussen broers/zussenkinderen kinderen
Sleep de tijdbalk om terug of verder in de tijd te gaan (of gebruik de l en r toetsen). Klik op de namen voor meer informatie.

Over de familienaam Winssem

  • Bekijk de informatie die Genealogie Online heeft over de familienaam Winssem.
  • Bekijk de informatie die Open Archieven heeft over Winssem.
  • Bekijk in het Wie (onder)zoekt wie? register wie de familienaam Winssem (onder)zoekt.

    ?