genealogieonline

Genealogie Kuijper » Jan (alias Jan Dirkzen) (alias: Jan Dircxsz) Kuijper (STAMVADER)

Persoonlijke gegevens Jan (alias Jan Dirkzen) (alias: Jan Dircxsz) Kuijper (STAMVADER) 


Verwantschap Jan (alias Jan Dirkzen) (alias: Jan Dircxsz) Kuijper (STAMVADER)


Gezin van Jan (alias Jan Dirkzen) (alias: Jan Dircxsz) Kuijper (STAMVADER)

Hij is getrouwd met Anna (Antie) Dircxs op 2 november 1710 te Bergen (Noord-Holland).Bronnen 13, 14

~ Gemeentetrouw 2-11-1710 ~

Jan Dircxsz Jonghman (bruidegom)
Anna Dircxs Jongedoghter (bruid)

was getekend, door:
Anthonij de Lange (schout)
Dirck Eelisz en Jan Pietersz Goolen (schepenen)
S van der Mij (secretaris)

(opmerking: de uitdrukking jonghman/jongedoghter J:M:/J:D zegt niets over de leeftijd van de gehuwden, maar geeft aan dat beiden hier voor het eerst een huwelijk aangaan, red.)

In de huwelijksakte van dit paar staat geen vermelding over een "betoog". Een betoog werd gegeven als een van de partners uit een andere plaats kwam. De afwezigheid van een betoog geeft dus in principe aan dat beide huwelijkspartners afkomstig zullen zijn uit Bergen NH. Een betoog was namelijk nodig om te kunnen trouwen, wanneer (een van) beiden afkomstig zou(den) zijn uit een andere woonplaats.

Er zijn geen ondertrouwgegevens van dit paar. Het civiele register van de aangifte voor de impost op het trouwen in Bergen NH dateert van later: 1769-1800. Ook zijn er geen huwelijksbijlagen.

Van een eventueel kerkelijk huwelijk is er geen concrete bron. Het RK-trouwboek van Bergen NH begint pas in 1721. Dat Jan en Anna ook in de kerk getrouwd zullen zijn, ligt echter zeer voor de hand. Daar hebben zij immers hun latere kinderen laten dopen. Het RK-doopboek Bergen NH begint eveneens pas in 1721. Vanaf geboortejaar 1721 zijn daar dus overgeleverde bronnen voor. De doop van Aaltje, Jan junior, Grietje, Antje en de jongste Aerjen, staan in dit doopboek. Daaruit, alsmede uit begraafregistraties van jong gestorven kinderen, valt af te leiden dat Claas, Dirck, Dirck en nog eens Dirk waarschijnlijk geboren zullen zijn in de periode ná het huwelijk van hun ouders, maar vóór 1721.

De kinderen van Jan en Anna: dat zijn er minstens negen, Claas, Dirck, Dirck, Dirk, Aaltje, Jan, Grietje, Antje en Aerjen,
waaronder Klaas Jansz (Claas), volgt -->>>>>

Het is niet waarschijnlijk dat Claas hun oudste kind wás. Die positie zal, gezien het hardnekkige vernoemingspatroon ten aanzien van de naam "Dir(c)k" weggelegd zijn geweest voor een Dir(c)k.

~ Vernoemen ~
Door dit zichtbare vernoemingspatroon neemt strikt genomen de waarschijnlijkheid navenant toe dat de gegronde aanname, dat de vader van Jan Kuijper Dir(c)k heet, inderdaad de juiste is. Het was indertijd namelijk heel gebruikelijk om kinderen, qua voornaam, te vernoemen naar voorgaande generaties. Te beginnen met hun opa's en oma's. Het hier zichtbare vernoemingspatroon bevestigt dus de aanname dat Jan Kuijpers vader inderdaad Dir(c)k heette. Al kan een deel van de populariteit van de naam Dir(c)k ongetwijfeld ook op het conto worden geschreven van de andere opa. De vader van Anna Dircxs heette immers ook Dir(c)k.

P.M. De aanname dat Jan Kuijpers vader Dirck heet, is gestoeld op/afgeleid uit Jans patroniem. Jans patroniem is vermeld als "Dircxsz"/"Dirkse(n)" en wel bij 5 gelegenheden (bronnen), te weten:
(A.) Bij Jans trouwen in 1710. Deze bron vermeld Jans familienaam, Kuijper, niet, maar dat wil niet zeggen dat Jan geen achternaam had. In 1710 hadden wel al veel mensen een achternaam. Maar familienamen lagen nog niet vast. Met andere woorden: het gebruik van familienamen was nog niet ingeburgerd. Men vond dat toen nog niet zo onnodig. Vaak volstonden voornaam en patroniem om te begrijpen wie er bedoeld werd. Het patroniem van Jan is in het Schepen(en)trouwboek van Bergen NH genoteerd als: "Dircxsz" en
(B.) Bij de doop van Jans jongste kinderen werd Jans achternaam aanvankelijk ook niet vermeld. Ook de pastoor volstond met het kortweg noteren van voornaam en patroniem van de vader. Jan is vier maal vermeld in het RK-doopboek als: "Dirkze(n)". Echter bij de doopregistratie van Jans jongste kind, Aerjen in 1729, is er sprake van een heuse trendbreuk in de kerk. Waar Jan als vader bij voorgaande doopregistraties kortweg werd aangeduid als Jan "Dirkze(n)" (in 1721, 1723, 1724 en 1725), is vaders naam in 1729 in het doopboek voor het eerst vermeld als: Jan "Kuijper".

De naamsvermelding in het doopboek van moeder Antie Dirks is in 1729 echter nagenoeg gelijk gebleven (1x Anna Dirks in 1724) aan die van de voorgaande doopregistraties. De combinatie van de namen van de ouders en de regelmaat die de doopreeks vertoond maakte dat we deze kinderen toe kunnen schrijven aan hen. De naam van de doopgetuige Trijn Pieterss zagen we al eerder verschijnen (in 1721 bij de doop van Alida (Aaltje) Jans [Kuijper] ook al). Dit vormt een verdere aanwijzing dat we hier te maken hebben met een doopreeks van hetzelfde ouderpaar: Anna (Antie) Dircxs en Jan Dircxsz, alias Jan Kuijper. Bovendien corresponderen de namen van de vijf dopelingen uit de reeks 1 op 1 met hun roepnamen. Kijk maar:

doopnaam = dagelijkse naam
(1.) Alijda Jans "Dirkze" = Aaltje Jans [Cuijper]
(2.) Joannes Jansz "Dirkzen" = Jan Jansz [Kuijper]
(3.) Margaretha Jans "Dirkzen" = Grietje Jans [Cuijper]
(4.) Anna Jans "Dirkzen" = Antje Jans [Cuijper]
(5.) Adrianus Jansz "Kuijper" = Aerjen Jansz [Kuijper]

Daarmee is nog niet gezegd dat Anties familie geen achternaam voerde. Maar omdat er bij vrouwen vaak geen achternaam werd vermeld, is haar eventuele familienaam lastig vast te stellen.

Of Jan en Anna nog meer kinderen hadden, en zo ja hoeveel, kon niet meteen worden vastgesteld.
Daardoor moest ik meer zicht krijgen op de sociale netwerken van mijn voorouders.

Ik ben hun gezinsverband op het spoor gekomen door steeds de namen van de getuigen te noteren.
Vervolgens heb ik gekeken bij welke gelegenheden familieleden als getuigen optraden.
Door dit vervolgonderzoek heb ik een groter gezinsverband vast kunnen stellen.
Jan Kuijper en Anna Kuijper-Dircxs hebben aantoonbaar nog zeker vier zonen meer gehad.
Dat zijn Klaas, plus Dirck, Dirck en nog eens Dirk.

De eerstgeborenen met de naam Dirk zijn jong overleden, zo ook de jongste Kuijper Aerjen.
Alleen Klaasie en de laatstgeboren Dirkie zijn "groot" geworden,
samen met hun latere broertje en zusjes Aaltie, Jantje, Grietie en Antie.
Drie broers en drie zussen werden dus volwassen.
De namen van deze 6 siblings worden door meerdere genealogische bronnen met elkaar in verband gebracht.

Onmisbaar bij het oplossen van deze genealogische puzzel, bleken de Bergense molenboeken uit die tijd.
Op die manier bleken de levens van de familie Kuijper en aanverwanten te corresponderen met hetgeen over hen in oude notulen en rekeningen staat vermeld. Dat maakte de cirkel rond.
Het leverde uiteindelijk een enorme verzameling familieleden op, zoals hier te zien is.

~ De leeftijd van de naam Kuijper in deze familie ~
Dat Jan de naam Kuijper in 1729 al veel langer had, daarvan vomen meerdere bronnen het bewijs. Die bronnen houden verband met Jans werk als bevrachter. De bronnen die zijn naam vermelden als "Jan Kuijper", zijn Jaarrekeningen van Bergense polders en ze dateren in elk geval vanaf 1710. Het zijn er zo'n achtendertig in getal. Een greep uit het transportwerk dat Jan jarenlang op locatie heeft verricht onder de naam "Kuijper":

Zuurvenspolder: in de jaren 1710-1732 (22 bronnen)
Oudburgerpolder: dito van 1713 t/m 1732 (19 bronnen)
Middel Reekerpolder: in de jaren 1712 en 1722 (2 bronnen)
Noorder Reekerpolder: over de jaren 1717, 1719, 1720 (3 bronnen)
(totaal 44 bronnen (minus 3+3=6), waarvan 38 bronnen dateren van voor 1729)

Dat Jans naam in de jaarrekeningen van de polders genoteerd is als: Jan "Kuijper" wekt geen verbazing. In Bergen werkten meerdere mensen voor de polderbesturen en de roepnaam Jan "Dircxsz"/"Dirkse(n)" zou als persoonsaanduiding te vaag kunnen zijn (er zijn zo gezegd, meer hondjes die Fikkie heten). Logisch dat het polderbestuur in de verslaglegging/bij haar verantwoording niet koos voor iemands dagelijkse benaming maar de werknemers precies heeft willen benoemen. In alle officiële stukken is minutieus vastlegd welke prestaties er voor het droog houden van de polders geleverd moesten worden, tegen welk loon, en natuurlijk ook welke personen die prestataties hebben geleverd. Vandaar dat Jan hier bestempeld is met zijn achernaam Kuijper. Die naam zou, naar later blijkt, in de familie blijven. Kuijper is de naam waar de familie geschiedenis mee zou gaan schrijven.

***
Terugblik 2015. Dat de oudste kinders van Kuijper elders gedoopt kunnen zijn, is als stelling onhoudbaar gebleken. Die mogelijkheid is onderzocht en er is geen bewijs voor gevonden. Vorig jaar is vader Kuijper al goed onderzocht. In het regio-archief te Alkmaar is de hand gelegd op vele documenten met zijn naam erop. Jan Kuijper (alias Jan Dircxsz) blijkt zijn hele leven gewerkt te hebben in de Bergense polders. Hij was in dienst van diverse polderbesturen of werkte in hun opdracht. Als Jan zo in touw was als bevrachter en als watermolenaar, dan moet hij ook in Bergen gewoond hebben. Jan komt over als een man die de Bergense polders wellicht nooit uit geweest is (standplaatsgebondenheid). Gezien Jans' standplaats, moet Bergen ook de plaats zijn geweest waar hij kerkte. Het feit dat zes van Jans' volwassen kinderen later zonder mankeren in de rooms-katholieke kerk zijn getrouwd en daar later ook hun kinderen lieten dopen, wijst op een stabiele geloofsrichting. Deze kerkelijke gezindte zullen de kinderen van huis uit meegekregen hebben. De doop van Adrianus in 1729 wijst daar zeker ook op. Jan en zijn vrouw zullen hun kinderen daarom in Bergen hebben laten dopen. Conclusie: de doopgegevens van Jans kinderen moeten in het RK-doopboek van Bergen NH terecht zijn gekomen! (In omliggende plaatsen is trouwens niets over hen gevonden)

***
vervolg 2016
Schepentrouwboek (civiel) van Bergen NH bevat voor 1744 geen burgerlijk huwelijk op naam van Kui(j)per/Cui(j)per/Kuyper of dergelijke.
Toch staan Aerjens ouders daar wel in. De combinatie Jan Dircxsz trouwt Antie Dirxzs staat op 2-nov-1710.
Familienamen werden in de onderzochte periode nog niet veel vermeld in de bronnen.

Jan en Anna lijken, op grond van deze trouwregistratie, beiden afkomstig te zijn uit Bergen.
Althans, in hun huwelijksdocument staan geen aanwijzingen/opmerkingen/bijzonderheden over de woonplaats of een andere bijzondere plaatsbepaling waar Jan en Anna vandaan komen.
In voorgaande registraties van andere huwelijken is dat tot 20-jan-1709 herhaaldelijk wel het geval. De genoemde plaatsen zijn: Ackersloot, Grootebroek, Schorel, Crabbed:, Groet, Hens(?), Schagen, Hee(?), tot (?)huijsen, wonende niet in de banne van Heijloo maar uit (?)water onder Egmonden, Bregtdorp, Oude Niedorp, tot Alkm:r, uit Maelwasser(?) onder de banne van Egmonden, Purm:, Kalverdijk, Oudkarspel, Warmenhuijse, uijt de Starmer. In de registers wordt dus regelmatig melding gemaakt als iemand uit een andere plaats of van een bijzondere geografisch deel komt. Of soms worden meer gedetailleerde plaatsbepalingen (Maalwater) genoemd.
Let wel dit zijn allemaal registraties uit het Schepentrouwboek van 28-jan-1682 tot 20-jan-1709. Wat opvalt is dat na 20-jan-1709 (ca. twee jaar voor het huwelijk van Jan en Anna) tot en met 5-febr-1720 (ca. negen jaar daarna) (!) géén andere woonplaatsen meer worden genoemd. Helemaal zeker dat Jan en Anna uit Bergen komen is het dus niet.
Wanneer beide gehuwden afkomstig zijn uit Bergen-NH, dan zouden er ook geen huwelijksbijlagen over hen moeten zijn. Inderdaad zijn over hen geen "betogen" aangetroffen. Gezegd moet echter dat deze bronnenverzameling zeer onvolledig is. Er zit een enorm hiaat in de bijlagen tussen 1676 (!) en 1741 (!) Het is dus niet helemaal zeker Jan en Anna uit Bergen komen. (Aanvullende Bron: bijlagen bij het trouwboek voor het gerecht 1651-1807)

Meer bronnen van dit huwelijk zijn er niet.
Ondertrouwgegevens zijn er van deze periode niet (bewaard gebleven).
Ook zijn er geen belastinggegevens op het trouwen uit die tijd (bewaard gebleven).

***
Terugblik 2016
Dat Aerjens ouders eveneens getrouwd waren voor de RK-kerk, valt indirect af te leiden uit de registratie van Aerjens doop. Die is normaal.
Bij omliggende registraties in dit doopboek staan bij kinderen geboren buiten een huwelijk om aanmerkingen, als "illegitimus"/"illegitima" ("onecht"): 8x.
Dat Aerjens doopregistratie normaal is, verdedigt dus de opvatting dat zijn ouders ook getrouwd waren voor de RK-kerk.
Er kon daarbinnen namelijk niet zomaar getrouwd worden met een partner van een ander geloof, of geen geloof.
In dergelijke gevallen tekende de pastoor bij de ouder van een dopeling met name aan: "acatholicus
acatholica (niet-katholiek): welgeteld 32x. Zo was het toen.

Helaas vangt het overgeleverde RK-trouwboek van Bergen pas aan op 12-jan-1721, dat is wat Aerjens ouders betreft te laat.
De combinatie Jan Dircxsz trouwt Antie Dirxzs staat er niet in. RK-trouwboek (kerkelijk) van Bergen NH bevat trouwens voor 1744 geen kerkelijk huwelijk op naam van Kui(j)per/Cui(j)per/Kuyper of dergelijke.

***
Terugblik 2016
Volgens een Bergense bron werkte Jan Kuijper in zijn trouwjaar 1710 in de Bergense polder. Dat maakt het aannemelijk dat Jan in Bergen getrouwd is. In de loop van dit onderzoek is ook gekeken naar trouwtjes in omliggende plaatsen. Daar is geen passende huwelijksregistratie op naam van Jan (Kuijper) en Anna Dirxcs aangetroffen.

***
Bronvermelding 2016.

Dit onderzoek keek in Bergen NH naar:
1.) civiel/trouwen voor het gerecht:
Civiel (gerecht) trouwen 1680-1720, trouwdocument 2-nov-1710 gevonden

ndertrouw 1637-dec. 1680. niet van toepassing, te vroeg
trouwen CIV bijlagen 1661...1771 (=Bijlagen bij het trouwboek voor het gerecht, betogen uit andere woonplaatsen: in principe niet van toepassing). enorm hiaat, maar niets gevonden
trouwen CIV gaarder 1737-1805 (=Register van aangifte voor de impost op het trouwen). niet van toepassing, te laat
ondertrouw CIV gequal. 1806-1808. niet van toepassing, te laat

Dit onderzoek keek in Bergen NH naar:
2.) rk/trouwen voor de kerk:
trouwen RK 1721-1810 (=Rooms Katholiek trouwboeken). niet van toepassing, te laat

3.) Dit onderzoek keek bij plaatsen in de directe omgeving:
Oudorp (Oudorp, trouwen, rk, vanaf 1 mei 1712)
Heiloo (Heiloo, gerecht 1695-1731) (Heiloo trouwen rk 1678-1750)
Limmen (Limmen, trouwen rk, 1648-1750) (Limmen, gerecht 1772-1783)
Koedijk (Koedijk, gerecht 1697-1802) (Koedijk, aang.1779-1810) (Koedijk, impost 1697-1802)
Schoorl (Schoorl, gerecht 1708-1799) (Schoorl, trouwen rk 1747-1811)/ Groet (--)
de drie Egmonden (- Binnen, gerecht 1684-1811) (- Binnen, trouwen rk 1784-1811) (- aan Zee, gerecht 1734-1794)
Wimmenum (Wimmenum, gerecht, impost 1772, 1781-1792) (Wimmenum bijlagen 1765-1807)
Castricum (Castricum, gerecht 1708-1729) (Castricum, trouwen rk 1705-1752)
Bakkum (Bakkum, gaarder 1712-1746) (Bakkum, trouwen rk 1705-1753)
Alkmaar (Alkmaar, aang.1646-1775) (Alkmaar, impost, jan1700-dec1752) (Alkmaar, trouwen, rk, 1660-1811 en 1710-1811)

Alkmaar, Bakkum, Castricum, de drie Egmonden, Heiloo, Koedijk, Limmen, Oudorp, Schoorl, Wimmenum.

*************************************************************************************************
Terugblik 2015.
Voorlopige onderzoeksresultaten uit 2015 gaven aanvankelijk een compleet ander beeld te zien:
Uit dit huwelijk is 1 zoon bekend: Adrianus/Aerjen Jansz Kuijper.
Of Antie Dirks ook de moeder is van de overige Kuijper-telgen, weten we officieel niet. Het is waarschijnlijk. Van de acht oudere kinderen lijken in Bergen geen doopregistraties bekend.
Trouwregistratie in Bergen ontbreekt ook. Overgeleverd trouwboek van hun kerk, de RK gemeente Bergen, begint op 12-jan-1721, dat is wat hen betreft te laat.
Schepentrouwboek (civiel) van Bergen NH is ouder, maar een burgerlijk huwelijk op naam van Kui(j)per of met de combinatie Jan Jansz trouwt Antie Dirks ontbreekt.
Deze aanvankelijke hypothese is in 2016 verlaten.

***
Hoogst waarschijnlijk:

~ Gemeentetrouw 2-11-1710 ~

Jan Dircxsz Jonghman (bruidegom)
Anna Dircxs Jongedoghter (bruid)

was getekend, door:
Anthonij de Lange (schout)
Dirck Eelisz en Jan Pietersz Goolen (schepenen)
S van der Mij (secretaris)

Uit de verbintenis van Jan Kuijper met Antie Dirks is een zoon bekend: Aerjen (doopnaam: Adrianus). Aerjen was de jongste en is als baby overleden.

***
Wie de moeder is van de acht oudste Kuijper-telgen weten we niet. Van hen zijn geen doopregistraties bekend.
Jammer dat we haar naam niet (zeker) weten.
Beredeneerde gok: Anna (of een afgeleide daarvan: Antie, Antje), vanwege vernoemgedrag.

Wie Jans vrouw(en) is/zijn is dus onbekend, RK-trouwboek Bergen NH (kerk) vangt aan op 12-jan-1721.
Registratie schepentrouw Bergen NH (civiel) is eerder, vanaf 1680, maar door het overwegend gebruik van slechts voornamen&patroniemen
is het helaas onmogelijk om een van de vroege trouwakten met zekerheid toe te schrijven aan Jan: er zijn meer Jan Janszes.

***
Trouwregistratie ontbreekt dus. Overgeleverd trouwboek van hun kerk begint op 12-jan-1721 en daar staan ze niet in. Ze kunnen ook best eerder getrouwd zijn. Schepentrouwboek (civiel) van Bergen NH is ouder, maar een burgerlijk huwelijk op naam van Kui(j)per rond deze tijd ontbreekt.
Het vroegste civiele huwelijk in Bergen NH onder de naam Kui(j)per verschijnt pas op 09-febr-1744.

De combinatie Jan Jansz trouwt .... (een mysterieuze vrouw) geeft meerdere hits.
Afgaande op louter voornamen zijn er teveel mogelijkheden. Hier volgt een voorbeeld daarvan.
Resultaten met andere achternamen zijn zo al buiten deze beschouwing gelaten.
(Bron: schepentrouwboek Bergen NH)

8-1-1708 Jan Jansz Jonghman trouwt Anna Jacobs Jongedoghter
was getekend: Anthonij de Lange Eele Cornelisz Geersbergen en Pieter Aerjensz Kalis S van der Mij
(mogelijk, Jan en Anna vernoemd, Jacob onvernoemd)

***
Dan is er nog een ander paar, wat intrigeert vanwege hun latere kinderschaar. De datering van de doopjes is passend én de namen van hun kinderen overlappen bovendien precies met die van de kinderen van Kuijper (!).

2-11-1710 Jan Dircxsz Jonghman trouwt Anna Dircxs Jongedoghter
was getekend: Anthonij de Lange Dirck Eelisz en Jan Pietersz Goolen S van der Mij
(?????? onwaarschijnlijk wegens het patroniem Dircxz)

~ de kinderschaar ~

Uit de verbintenis van Jan Kuijper met (een) vrouw(en) van onbekende naam zijn zeker zes kinderen bekend:

Drie zonen:
1) Claes
2) Dirk
3) Jan 'junior' (alias Jan 'de Jong')

&
Drie dochters:
4) Aaltje
5) Grietje
6) Antje

Hun exacte geboortedata zijn onbekend, want er zijn geen doopregistraties van. Het RK doopboek van Bergen begint op 24-jan-1721 en daar staan ze niet in. Daarom weten we ook niet (zeker) hoe hun moeder heet. We kunnen de Kuijpertelgen pas goed gaan volgen vanaf het moment dat zij zelf trouwen (voor de kerk en voor het gerecht) en kinderen krijgen (die ze laten dopen): daar zijn wél bronnen van. Dat laat onverlet dat de zes kinderen van dit gezin elders gedoopt kunnen zijn. Mogelijk is het gezin later naar Bergen verhuisd?

Adrianus Kuijper (een mogelijk broertje van hen, zie vermelding vader: Jan -- Kuijper) is wél gedoopt in Bergen: op 11-9-1729. Als moeder van Adrianus Kuijper staat vermeld: Antie Dirks --. Of zij ook de moeder is van bovengenoemde zes oudere Kuijpertelgen is niet bewezen. Een vervolgonderzoek daarnaar kan daarover uitsluitsel geven.

Aerjen is trouwens op de leeftijd van bijna drie maanden overleden.
[ Bron: Bergen NH, begraafbelasting 7-12-1729 ]
Jan Kuijper (aangever/vader)
kint Aerjen Jansz (overledene)
[Jan] opt Saenegeest
Onvermogend fl 0

Hoeveel kinderen meer er (uit deze verbintenis) zijn voorgekomen kon aanvankelijk niet worden vastgesteld.

- wordt vervolgd -

~ het gezinsverband ~

Van het kroost van zes zijn dus géén doopregistraties bekend.
Hoe weten we dan dat zij uit één gezin komen?

Daardoor moeten we zicht krijgen op hun sociale netwerken.
Ik ben dat nagegaan door steeds de namen van de getuigen te noteren.
Vervolgens heb ik gekeken bij welke gelegenheden familieleden als getuigen optraden.

Dat zij broers en zussen van elkaar zijn, laat zich aanzien, door:
a) overeenkomstig patroniem Jan + dito achternaam Kuijper: hetzij "Jansz." hetzij "Jans(dr.)" + "Kuijper";
b) dat zij rond dezelfde tijd trouwen en dito kinderen krijgen. Dit is een aanwijzing dat hun leeftijden dichtbij elkaar zullen liggen: dat is met broers en zussen meestal het geval;
c) dat zij hetzelfde geloof hebben en tot dezelfde parochie behoorden (rk parochie Bergen);
Daarnaast vergroten andere registraties de waarschijnlijkheid van het bestaan van familiebanden,
d) hoe zij wederzijds peter en meter (doopgetuige) zijn voor elkaars kinderen is een goede aanwijzing. Broers en zussen worden/werden het meest gekozen voor die schone taak. De precieze uitwerking daarvan staat hieronder, zie daar.
e) aangifte begraafbelasting 1752 "Jan Jansz.Cuijper voor t kint van Pieter Mosch",
genoemde registratie toont bovendien gedeelde woonplaats aan: overlijdensplaats "in de Zuurvensmolen";
Ook zijn er registraties die het gezinsverband tussen de siblings simpelweg aantonen:
f) aangifte ondertrouw 1752 "Jan Cuijper voor zijn dochters Aeltje en Grietje" (die later ook zelfde dag trouwen);
g) rekening van de Zuurvensmolen in het jaar 1762 "Jan en desselfs schoonzoon Pieter Mos".

AD c) Hier volgt de uitwerking van de genoemde peter en meter-verbanden uit het doopboek. De drie dochters van Kuijper staan trouwens vermeld als peettantes onder hun eigen geboortenaam: Kuijper. Daar is dus geen twijfel aan. De jaartallen van de doopjes staan er tussen haakje bij.

1a) Claas Jans Kuijper is vier keer peetoom. Hij is dat voor:
* Joannes Mosch (1752), zoontje van Grietje Jans Kuijper & Pieter;
* Lucia Obdam (1753), tweeling dochtertje van Antje Jans Kuijper &(de ware) Jacob (1e man);
* Anna Obdam (1753) dito;
* Andreas Mosch (1761) zoontje van Grietje Jans Kuijper & Pieter.

1b) Claas' vrouw Anna Claas is waarschijnlijk peettante (er staat alleen 'Antje Claes'), voor:
* Anna Mosch (1756), dochtertje van Grietje Jans Kuijper & Pieter.

2a) Dirk Jans Kuijper is als vijf-voudig peetoom populair. Hij is dat voor:
* Theodorus Claas Kuijper (1749), zoontje van Claas Jans & AnneGroot;
* Joannes Jans Kuijper (1758), zoontje Jan Jans Kuijper jr & TrijntjeCrelis (2e vrouw);
* Joannes Jans Kuijper, bis in (1760);
* Anna Jonker (1768), dochtertje Antje Jans Kuijper & PieterJonker (2e man);
* Theodorus Jonker (1770), dito zoontje;

2b) opmerking: laatste twee keren is Dirk samen met zijn vrouw Maartje Krelis Duin de peter en meter.

3) Aaltje Jans Kuijper is driewerf peettante. Zij is dat voor:
- Anna Claas Kuijper (1746), dochtertje Claas Jans Kuijper & Anne Groot;
- Anna Claas Kuijper, bis in (1751);
- Joannes Obdam (1754), zoontje Antje Jans Kuijper &Jacob

4) Jan Jans Kuijper is op zijn beurt twee maal peetoom. Hij is dat voor:
* Lysbeth Mosch (1754), dochtertje van Grietje Jans Kuijper & Pieter;
* Cornelius Opdam (1760), zoontje van Antje Jans Kuijper & Jacob.

5a) Grietjes Jans Kuijper is niemands peettante.

5b) Grietjes man Pieter Mosch is peetoom voor:
- Anna Jans Kuijper (1755), dochtertje Jan Jans Kuijper jr. & TrijntjeCrelis (2e vrouw).

6) Antje Jans Kuijper is tweevoudig peettante. Zij is dat voor:
- Anna Jans Kuijper (1752), dochtertje Jan Jans Kuijper jr. & TrijntjeCrelis (2e vrouw);
- Jacobus Mosch (1762), zoontje Grietje Jans Kuijper & Pieter.

Totaal 17 á 18 onderlinge doopjes over en weer. Het gezinsverband is duidelijk. Dat zij broers en zussen zijn staat buiten kijf. Geen twijfel aan dat zij broers en zussen van elkaar zijn.

~ schatten ~

Omdat van de zes kinderen van Kuijper geen doopregistraties bekend zijn, moet een schatting worden gemaakt van de geboortejaren van Claas-, Dirk-, Jan-, Aaltje-, Grietje- en Antje Jans Kuijper. Daar hun opeenvolgende huwelijksdata wel bekend zijn, is aanvankelijk ervoor gekozen om hen aan de hand daarvan op volgorde te zetten. Dus qua leeftijd parallel aan hun trouwdata. Zo is "onze" Claes voorlopig aangemerkt als de oudste, simpelweg omdat hij als eerste het huwelijksbootjes instapte (in 1744). Antje wordt gedoodverfd als jongste, omdat zij als laatste trouwde (in 1753). Maar dat zou bij deze datering betekenen dat Antje op 49-jarige leeftijd haar laatste kind kreeg: niet onmogelijk maar ook niet heel waarschijnlijk. Kersverse bewezen 42 á 44-jarige moeders komen vaker voor in deze genealogie: Antje zou dus best een jaar of 5 jonger kunnen zijn dan zij hier geschat wordt? Eigenlijk geldt dat voor alle 6 de kinderen. Het vermoeden rijst dan ook dat (een deel van) het kroost gedoopt zal zijn ná 1721. Waarom ze dan niet in het doopboek staan is een raadsel. Misschien zijn ze elders gedoopt?

Zoeken naar een vader met de naam Jan Jans en een onbekende moeder lijkt op het zoeken naar de bekende 'speld in een hooiberg'. Maar omdat de namen van de zes kinderen bekend zijn is het zeker geen onmogelijke opgaaf. De namen in de kinderreeks zouden toch met enige regelmaat een "hit" moeten geven.

De doop van Adrianus Kuijper d.d. 11-09-1729, gewoon "hier" bij de kerk van Bergen geeft in dit verband enige hoofdbrekens. Het is een geïsoleerde doopregistratie:

~ RK doop 11-9-1729 ~
Adrianus, dopeling
Jan Kuijper, vader
Antie Dirks, moeder
Trijntie Pieters, petemoei

Adrianus is het enige kind van Kuijper waarvan de doopregistratie bekend is. In het Bergense doopboek in de voorgaande negen jaar geen dienovereenkomstige kinderen meer van dit ouderpaar. Misschien is Adrianus een nakomertje? Hij lijkt de jongste telg. De tijdspanne tussen zijn geboorte en de geboorte van de op-een-na-jongste telg lijkt onredelijk groot. De naam Kuijper treffen we pas in 1745 weer aan in het doopboek (de volgende generatie in deze Kuijper-dynastie).

Migratie? Een alternatieve verklaring voor het ontbreken van verdere doopregistraties kan zijn dat het gezin is verhuist. Het zou kunnen dat ze eerst elders woonden (en dat de andere kinderen dáár zijn gedoopt). Ze zouden dan voor 1729 met zijn allen naar Bergen zijn getogen en toen is daar Adrianus geboren, als jongste.

Misschien staat er nog wat bij de omliggende parochies (Oudorp, Alkmaar?, Schoorl?). De jongste zoon, Adrianus, is in elk geval gedoopt: in Bergen in 1729, maar daar als baby overleden. De zes overige kinderen zullen ook gedoopt zijn. Dat kan vóór 1721 te Bergen zijn, of later ook elders. Met zo'n serie kroost lijkt het niet onmogelijk om meer gegevens te achterhalen, zoals geboortedata en de naam van hun moeder. Pas als registratie rond 1712-1728 verloren is gegaan, dan houdt het op. Alvorens die conclusie te trekken, eerst andere mogelijkheden afstrepen. Het onderzoek daarnaar loopt nog.

- wordt vervolgd -

~ Antie Dirks ~

Als moeder van Adrianus Kuijper staat geregistreerd: Antie Dirks. Strikt genomen is het niet zeker dat Antie de moeder is van alle Kuijper-telgen: geen bron. Maar het loont de moeite om naar haar op zoek te gaan.

Verder terug zoeken is in de Rooms-Katholieke doop-, en trouwboeken van Bergen onmogelijk, want deze beginnen in 1721. Er zijn oudere registraties, van gemeentetrouw, maar die zijn lastig te lezen omdat de naam Kuijper daarin niet voorkomt. Er werden vrijwel uitsluitend voornamen en patroniemen genoteerd (als toen te doen gebruikelijk..) Om hierin aanknopingingspunten te vinden is dus verder onderzoek en reconstructie vereist.

Nog maar een keertje goed kijken in het doopboek ná 1721. Dus van begin af aan. Dit zijn de ingevulde variabelen die we zoeken:
een vader 'Jan' en een moeder 'Antie Dirks'.

Dit is wat we in het doopboek onder die combinatie aantreffen: (EEN RAADSEL).
21-11-1721 Alijda van Jan Dirkze & Antie Dirks, meter: Trijn Pieters .... (zou dit AALTJE Jans Kuijper kunnen zijn?)
16-2-1723 Joannes van Jan Dirkzen & Antie Dirks, meter: Trijn Dirkz .... (zou dit JAN Jansz Kuijper junior kunnen zijn?)
10-3-1724 Margareta van Jan Dirkzen & Anna Dirks, meter: Antie Jakobs .... (zou dit GRIETJE Jans Kuijper kunnen zijn?)

6-4-1725 Anna van Jan Dirkzen & Antie Dirks, meter: Aagje Dirk .... (zou dit ANTJE Jans Kuijper kunnen zijn?)
Deze reeks van kinderen volgt elkaar mooi op: ze zijn van hetzelfde ouderpaar.

Maar deze doopreeks gaat nóg verder, met:
11-9-1729 Adrianus van Jan Kuijper & Antie Dirks, meter: Trijntie Pieters .... Dit is AERJEN Jansz Kuijper (!)
De kinderen lijken allemaal tot hetzelfde gezin te behoren waarvan Antie Dirks de moeder is.
Ene Trijn(tie) Pieters wordt twee maal genoemd als doopgetuige. Bij Adrianus en bij Alijda.

Deze doopreeks lijkt een geleidelijke ontwikkeling te zien te geven, met Adrianus Kuijper als "nakomertje" voorzien van familienaam.
Waarom de pastoor bij de andere vier dopelingen geen familienaam noteerde?
Het voeren van voornamen met patroniemen was toen gebruikelijk: zie omliggende registraties.

Ook uit de registraties door het gerecht van Bergen NH blijkt dat officiële familienamen indertijd nog in de minderheid waren.
In dit verband vond er een interessante huwelijkssluiting plaats op 2 november 1710.
Het huwelijk van deze Jan Dircxsz en Antie Dircxs sluit als enige naadloos aansluit bij de gevonden doopreeks:

~ Gemeentetrouw 2-11-1710 ~

Jan Dircxsz Jonghman (bruidegom)
Anna Dircxs Jongedoghter (bruid)
was getekend, door:
Anthonij de Lange (schout)
Dirck Eelisz en Jan Pietersz Goolen (schepenen)
S van der Mij (secretaris)

(Bron: Schepentrouwboek Bergen NH)

Eveneens passend in dit plaatje zijn twee voorafgaande, bekende, primaire bronnen (begraafregistraties) die gewag maken van de naam van vader Kuijper in Bergen. Hoewel de naam van de moeder niet blijkt uit de begraafregistraties, pasen de tijdstippen mooi in de doopreeks van kinderen van Antie Dirks.
1) De ene bron stamt van 1 augustus 1718. Dat bericht luidt als volgt: "Op den 1(ste) augustij 1718 heeft Jan Kuijper aangegeven het lyck van sijn kind genaemt Dirck Janss onder de classis van de onv:mogende dus hier voor Memorij."
2) De andere bron stamt van 10 juni 1719. Dat bericht luidt als volgt: "Op den 10(de) junij 1719 heeft Claes Cornelisz aangegeven het lyck van Dirck Jansz t kind van Jan Kuijper opt Saenegeest onder de classis van de onv:mogende dus hier voor Memorij."

De derde zoon die getooid werd met de naam Dirk groeide wél op, hij is uiteindelijk begraven op 22-aug-1787.
Omdat van deze Dirk en van ziijn broer Claas! de doopregistratie geheel ontbreekt, lijken de broers Dirk en Claas beiden geboren vóór aanvang van het doopboek, dus voor 24-jan-1721.
(Bron: Register van den impost op het begraven Bergen NH 1717-1810)

Eerstgenoemd kind DIRCK Janss Kuijper zal geboren zijn vóór 1-aug-1718 (zijn begraafdatum als kind. zijn leeftijd is onvermeld: hij kan de oudste geweest zijn). Laatstgenoemde derde Dirk Jansz. Kuijper zal ten slotte ter wereld gekomen zijn vóór 24-jan-1721 (aanvang RK-doopboek). Tussen 1-aug-1718 en 24-jan-1721 (aanvang RK-doopboek) zit genoeg tijd, waarin het tweede en ten slotte het derde kind Dirk Jansz. Kuijper ter wereld gekomen zullen zijn. Het leven van het tweede kind DIRCK Jansz. Kuijper, speelde zich waarschijnlijk af tussen 1-aug-1718 (begraafdatum gelijknamige oudere broer) en 10-juni-1719 (zijn eigen begraafdatum als kind. zijn leeftijd is onvermeld: waarschijnlijk als baby). Het leven van de derde en laatste nakomeling Dirk Jansz. Kuijper zal een aanvang hebben genomen tussen 10-juni-1719 (begraafdatum gelijknamige oudere broer) en 24-jan-1721 (aanvang RK-doopboek). Naar schatting is DIRK Jansz Kuijper dus geboren vóór 24-jan-1721 (aanvang RK-doopboek). Zijn broer CLAAS Jansz Kuijper zal ook vóór 24-jan-1721 (aanvang RK-doopboek) geboren zijn. Op deze manier kunnen we zeker negen kinderen toeschrijven aan dit ouderpaar. Maar het kunnen ook meer kinderen zijn geweest, want Jan en Antie lijkten al op 02-nov-1710 te zijn getrouwd. Op 02-11-1710 trouwden namelijk: Jan Dircxsz J:M: (bruidegom) X Anna Dircxs J:D: (bruid) elkaar voor het gerecht te Bergen NH (Bron: Schepentrouw Bergen NH).

TOTAAL 9 of meer kinderen, geboren tussen 02-11-1710 (mogelijke trouwdatum) en 11-09-1729 (geboorte van hun jongste: Aerjan).
Bovendien lijken Jan en Antie en de twee opa's Dircxszen te zijn vernoemd in de voornamen van twee kleinkinderen (ws. samen met voornamen vd schoongrootouders).

De enige die deze "droomreeks" van zeker negen kinderen verstoort is Jan (Jansz.) Kuijper zelf: de vader die we zoeken zou immers, volgens de registratie van zijn eigen begrafenis, "Jan Jansz" moet heten?
De hier gevonden naam "Jan Dirkze" past absoluut niet in dit plaatje. Een teleurstelling.

- DIT WORDT VERWERKT -

***

Onderzocht bronnen:
Bron: aangifte begraafbelasing, vangt aan op 7 april 1717
Bron: RK-trouwboek, vangt aan op 12 januari 1721
Bron: RK-doopboek, vangt aan op 24 januari 1721.
Bron: aangifte trouwbelasting, vangt aan op 5 januari 1737
Kruisverwijzing: Archieven van Zuurvens- Oudburger- Noorder- en Middel- Reekerpolder, jaarrekeningen 1710-1762

Er is een reeks van 4 á 5 (!) doopregistraties in de RK-gemeente Bergen NH door 1 (of 2 dat weten we niet) stel ouders, wat intrigeert vanwege hun kinderschaar ..
De doopnamen van hun kinderen overlappen namelijk precies met de dagelijkse namen van de kinderen van Kuijper (!) Althans na omvorming tot dagelijkse namen (mijn interpretatie).
De datums van die doopjes passen ook mooi in mijn schatting van de leeftijden van de kinderen van Kuijper. Oorspronkelijke datering is van voor 1721 (met het oog op aanvang RK-doopboeken).
Bovendien heet het ouderpaar in deze droomreeks: Jan (!) en Antie (Dirks) (zowel Anna als Dirk (als Jan) zijn bij Kuijper fervent gekopieerde/vernoemde namen!).
Jan&Antie zijn getrouwd op 02-11-1710 voor het gerecht in Bergen: "Jan Dircxsz Jonghman (bruidegom) X Anna Dircxs Jongedoghter (bruid)".
Wat opvalt als we deze redening volgen, is dat we maar liefst vier á vijf duidelijke overeenkomsten zien opduiken met de kinderen van Kuijper, waarvan de doopregistraties vooralsnog ontbreken ..

Hier volgen vier van de doopnamen en de ~doopdata van de kinderen van deze Jan en Antie Dirks.
Mijn eigen interpretatie van wat hoogstwaarschijnlijk hun dagelijkse namen zijn geweest heb erachter erbij gezet.
1) Alijda (Jans) ~21-11-1721 = Aaltje/Aaltie Jans (Kuijper?)
2) Joannes (Jansz) ~16 febr 1723 = Jan Jansz (Kuijper?)
3) Margareta (Jans) ~10 maart 1724 = Grietje Jans (Kuijper?)
4) Anna (Jans) ~26 april 1725 = Antje Jans (Kuijper?)

[ mogelijk vervolg = Adrianus (Jansz) ~11-09-1729/ roepnaam Aerjen Jansz. Zoon van Jan Kuijper (!) en Antie Dirks!. Begraven 07-12-1729, als kint van Jan Kuijper ] Moeder HEET Antie Dirks!
[ mogelijk voorafgaand: Dirk Jansz Begraven 10-06-1719 als kind van Jan Kuijper ] Doopregistratie niet overgeleverd. i.i.g. vóór 10-06-1719 / moeders naam, als te doen gebruikelijk, niet genoemd
[ mogelijk voorafgaand: Dirk Jansz Begraven 01-08-1718 als kind van Jan Kuijper ] Doopregistratie niet overgeleverd. i.i.g. vóór 01-08-1718 / moeders naam, als te doen gebruikelijk, niet genoemd
[ nog eerder trouwt 02-11-1710 Jan Dircxsz Jonghman (bruidegom) met Anna Dircxs Jongedoghter (bruid) ] (Bron Schepentrouwboek Bergen NH) evt. RK-trouw vóór 02-11-1710 niet overgeleverd

Deze Bergense dochter van Jan&Antie is gedoopt "Alijda" Jans. Maar haar dagelijkse naam kan heel goed "Aaltje/Aaltie Jans" zijn geweest (!) (eigen interpretatie).
~ Doop 21-11-1721 ~
Alijda (dopeling)
Jan Dirkze (vader)
Antie Dirks (moeder
Trijn Pieters
(doopgetuige)

Alijda Jans draagt dus een toepasselijke naam, haar vader heet Jan, en haar doopdatum in de RK-kerk is passend.
Wat pleit VOOR deze interpretatie is dat Alijda Jans/Aaltje Jans/Altie Jans in plaatselijke bronnen een unieke naam blijkt.
In de standplaats Bergen NH zijn indertijd geen dubbele registraties op die naam aangetroffen, ook niet láter qua trouwen, begraven etc.
Het heeft er dus alle schijn van dat het hier gaat om een en dezelfde persoon. En dat er maar dus een Alijda Jans/Aaltje Jans moet zijn geweest ..
Bovendien is Trijntie Pieters zowel de peetmoeder van Alijda Jans als van Adrianus Kuijper.
Over mogelijke verwarring met Jans gelijknamige zoon: Jan Jansz Kuijper (alias Jan Cuijper de Jongh)
ook: Jan Cuijper de Jong (=excl. patroniem, dus NIET: Jan Jansz Cuijper de Jongh)
ook: Jan Kuijper de Jongh (=excl. patroniem, dus NIET: Jan Jansz Kuijper de Jongh)
Dit is geen dubbele achternaam: toevoeging 'de Jong(e)' werd bij meer families gebruikt. Dit was bedoeld om een zoon te kunnen onderscheiden van diens gelijknamige vader. Vergelijkbaar met het tegenwoordige gebruik van de toevoeging 'junior'.
Jan Kuijper de Jong staat zo te boek vóór 1762 toen zijn vader nog leefde, red.

Wat BESLIST TEGEN deze opstelling pleit is dat we voor de vaderrol hard op zoek zijn naar een Jan ''Jansz'' Cuijper/Kuijper, iemand dus met patroniem "Jansz".

Er zijn namelijk twee betrouwbare bronnen in Bergen NH, die staven dat het patroniem van vader Kuijper "Jansz" is:
Bron 1: aangifte begraafbelasting april 1762; aangever blanco, te Sanegeest overleden Jan "Jansz" Cuijper, (zijn eigen begrafenis)
Bron 2: aangifte begraafbelasting op 28-10-1752; aangever Jan "Jansz" Cuijper, te Zuurvensmolen (begrafenis kleinzoon Joannes Mosch)
De betrouwbaarheid van deze bronnen blijkt uit de kruisverwijzingen die te vinden zijn in de molenboeken van de Zuurvenspolder.
Uit de rekeningen van de Zuurvenspoldermolen halen we bijvoorbeeld dat de vaste molenaar Jan Kuijper, in 1762 tesamen met zijn schoonzoon Pieter Mos de molen draaiende heeft gehouden.
Na jarenlange trouwe dienst, komt Jans naam echter na 1762 in geen enkel molenboek meer voor, ook niet in die van andere polders. In de jaren daarna wordt Pieter Mos de vaste molenaar op de Zuurvensmolen.
Inderdaad is Jan Kuijper in 1762 (april) begraven (zijn schoonzoon nam het werk over). De kruisverwijzingen geven aan:
a) wat de woonomgeving van Jan Kuijper was. Hij sleet zijn laatste jaren in de Zuurvenspoldermolen, tesamen met zijn dochter Grietje Jans en haar gezin.
b) en ook wijzen ze op wat het sterfjaar van Jan Kuijper was. Hij overleed in 1762, is in april van dat jaar begraven, waarna de berichtgeving over hem stokte.
In de molenboeken wordt Jans patroniem trouwens nergens genoemd. Van 1710 (de oudste bron) tot 1762 (de laatste vermelding) wordt steeds gerept van "Jan Kuijper" of "Jan Cuijper".
Jan Kuijper droeg de naam Kuijper al uit sedert 1710. In het schepentrouwboek van 1710 zijn de achternamen nog in de minderheid.
Typisch dat bij het gerecht de achternaam Kuijper wel steeds vermeldt wordt (begraafbelasing), sinds 01-08-1718.
In het RK-doopboek wordt tot 1729 (doop Adrianus Kuijper) volstaan met alleen voornaam en patroniem.

Dat de kinderen elders gedoopt zullen zijn is niet aannemelijk. Jan Kuijper was voor zijn woon-werk-verkeer constant in de Bergense polder. Daar zullen ze dus ook gekerkt hebben.

Ook staat vast dat Jan zijn achternaam "Kuijper" al droeg in 1710: vroegste bron. (Bron: molenboek Zuurvenspolder, de rekening van 1710)
Jan Kuijper heeft ruim 42 jaar gewerkt in de Bergense polders. In zijn jonge jaren aantoonbaar als transportondernemer (bevragter).
Het laatste, grootste deel van zijn werkzame leven was hij in touw als watermolenaar op diverse watertaatkundige eenheden (poldermolens).
(Bronnen: Archieven van Zuurvens- Oudburger- Noorder- en Middel- Reekerpolder, jaarrekeningen 1710-1762, geraadpleegd 2015)

Jan Kuijper kreeg negen kinderen (het zouden er meer kunnen zijn), waarvan er zeker drie op jonge leeftijd zijn overleden.
Overleden als "kind"/"kint" zijn:
1) een eerste zoon genaamd Dirk. Deze oudste Dirk is begraven 1-8-1718 als kind op leeftijd onbekend en moeder onbekend (want doopregistratie ontbreekt)
(Bron: Register van den impost op het begraven Bergen NH 1717-1810) en
2) een tweede zoon genaamd Dirk. Deze middelste Dirk is begraven 10-06-1719 als kind op leeftijd onbekend en moeder onbekend (want doopregistratie ontbreekt)
(Bron: Register van den impost op het begraven Bergen NH 1717-1810) en
2) het jongste zoontje Adrianus/roepnaam Aerjen, overleed als baby van bijna drie maanden oud. Gedoopt 11-09-1729 en begraven 07-12-1729. Zijn moeder heet: Antie Dirks.
(Bron 1: Rooms Katholiek doopboeken Bergen NH 1721-1802 (3a) en 1802-1811 (4a)) en (Bron 2: Register van den impost op het begraven Bergen NH 1717-1810)

De jongste Kuijper, Adrianus (Aerjen), kreeg Jan Kuijper dus in elk geval met moeder Antie Dirks (Bron: doopregistratie op 11-09-1729).
Of Antie Dirks ook de moeder is van de acht andere Kuijper-telgen blijft echter duister. Dat komt omdat hun doopregistraties ontbreken.
Zes van Jan Kuijpers' kinderen werden "groot". Drie zonen en drie dochters. We kunnen hen gaan volgen vanaf de tijd dat zij in ondertrouw gaan.

Zes kinderen van Jan Kuijper, met name (datum aangifte trouwbelasting):
1) zoon Claas Jansz. Claas ging op 25-1-1744 als 1e in ondertrouw (trouwt 09-02-1744 Anne Groot). Claas lijkt daardoor de oudste.
2) zoon Jan Jansz. Jan ging op 31-1-1749 in ondertrouw. Jan werd toen zijn vader nog in leven was, zoals op 11-11-1758, ook aangeduid als Jan Kuijper de Jongh. (doopnaam Joannes????)
3) zoon Dirk Janz. Dirk ging op 2-1-1751 in ondertrouw. Dirk was de tweede zoon van die naam. Ws. dus geboren na de begraafdatum van zijn gelijknamige broer. Geboren na 01-08-1718?
4) dochter Aaltje Jans. Aaltje ging op 29-1-1752 in ondertrouw, aangever Jan Cuijper. (doopnaam Alijda????)
5) dochter Grietje Jans. Grietje deed 29-1-1752 precies hetzelfde, aangever wederom Jan Cuijper (de deselve Jan Cuijper voor zijn dogter) (doopnaam Margareta????)
6) dochter Antje Jans. Antje ging op 17-2-1753 (een jaar later) als laatste in ondertrouw. Op 24-02-1770 is de doop van haar jongste zoon Dirk Jonker. Ziij zou dan een 44 tot 48 jarig moeder zijn .. lijkt eerder geboren rond 26-april-1725: 44 jaar. (doopnaam Anna????)

Helaas blijkt het patroniem van Alijda's vader hier, dus totaal niet te passen in ons zoekplaatje: ''Dircxz''.
Jammer, maar de bewezen onderbouwing van Jans patroniem als "Jansz" (zie twee betrouwbare belasingaangiften in 1752 en 1762) maakt dat we de toepassing van deze ontdekkingsreeks van vier doopregistraties op naam van Jan "Dirkze" in deze genealogie, moet worden verworpen.

(Bronnen: Rooms Katholiek doopboeken Bergen NH 1721-1802 (3a) en 1802-1811 (4a))

***
Jammer dat we haar naam niet (zeker) weten.
Beredeneerde gok: Anna

21-11-1721 Alijda van Jan Dirkze & Antie Dirks, Trijn Pieters ....Aaltje
16-2-1723 Joannes van Jan Dirkzen & Antie Dirks, Trijn Dirkz .....Jan
10-3-1724 Margareta van Jan Dirkzen & Anna Dirks, Antie Jakobs ...Grietje

6-4-1725 Anna van Jan Dirkzen & Antie Dirks, Aagje Dirk .... Antje
5-9-1726 Margareta van Jan Dirkzen & Anne Jans (??), Jannetie Dirks -------
11-9-1729 Adrianus van Jan Kuijper & Antie Dirks, Trijntie Pieters ..... Adriaan

11-1-1722 Jacobus van Jan Janszen & Antie Jakobs Grietie Teunisze

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

~ Karel de Grote ~ Kan het zijn dat de familie Kuijper afstamt van Karel de Grote?

Als genealoog heb je er menig zweetdruppeltje (lees: jarenlang archiefonderzoek) voor over om de link te kunnen leggen van jezelf naar de grote keizer van het Westen! Karel de Grote, alias Karl der Grosse/Charlemagne spreekt namelijk nogal tot de verbeelding. Hij was een illustere figuur, die leefde in de vroege middeleeuwen. Karels historische nalatenschap is groot. De man had een fikse reputatie. Hij trouwde niet minder dan vijf keer en hield er serieus minstens zeven minnaressen op na. Dientengevolge kreeg hij ook talrijke nakomelingen, waarmee hij zijn latere predikaat 'Vader van Europa' mijns inziens dan ook dik verdiend heeft...
Zonder dollen: Charlemagne was beslist een man van méér prestaties dan dat. Maar hij had ook zijn eigen biograaf. Karels geschiedschrijver was zijn toegewijde dienaar en tijdgenoot, de lekenabt en bouwheer: Einhard (ca. 770-840). De familie Kuijper had tot voor kort geen kroniekschrijver, tenminste niet eentje van dit kaliber. Dit genealogisch onderzoek zal zich dus moeten richten op andere historische bronnen. Welke bronnen dat precies zijn en uit welke tijd die stammen staat hieronder, zie daar: bronnen.

Dat het bronnenmateriaal voor de Genealogie van Kuijper niet verder teruggaat dan de zeventiende eeuw, lijkt alle hoop om daarin ooit te kunnen slagen bij voorbaat de grond in te boren. Echter dat ons genealogisch bronmateriaal niet terug blijkt te gaan tot de vroege middeleeuwen, hoeft het streven naar het aantonen van enige verwantschap met Charlemage helemaal niet in de weg te staan. Dat is namelijk geen onoverkomelijk bezwaar. Het aantonen van bloedverwantschap van een of andere Kuijper met een of andere nakomeling van Karel de Grote kan namelijk gebeuren doordat twee aparte bewezen afstammingsreeksen op elkaar aan blijken te sluiten. Het aantonen van de verwantschap geldt dan verder vanaf dat punt.

Ook het feit dat de bewijsvoering van enige affiliatie (verbondenheid) met Karel de Grote niet alleen linksom, maar ook rechtsom kan plaatsvinden, stemt ons hoopvol. Mogelijke afstamming verloopt namelijk niet alleen langs mannelijke lijn. Ook langs de vrouwelijke lijnen, dus eigenlijk langs alle lijnen kan er sprake zijn van afstamming van Charlemage. Het aantonen van enige verwantschap met Charlemage. wat eerst een heidens karwei leek, kan dus alles meevallen. Tenminste als het voorwerk goed gedaan is. Om de bewijsvoering daarvan sluitend te krijgen lijkt een heidens karwei, maar wie het eens proberen wil? Die mag!

Wat daarbij helpt is dat alle mogelijke affiliaties die toe nu toe gevonden zijn, overzichtelijk gerubriceerd staan op een website. De naam van die website kareldegrote.nl kan ingetypt worden in kleine letters (het is niet hooflettergevoelig). Recente afstammingsreeksen daarop gaan van 'Kwakkelstein' tot en met 'Mulder' en daar voorbij. Ieder kan zijn eigen Karel de Grote-lijn via de website aanleveren. Indien de Karel de Grote-lijn blijkt te voldoen aan de eisen (bewijslast) dan wordt die geplaatst. Wie dat leuk vindt hake zichzelf dus aan bij de genealogie van Karel de Grote. Enfin, precies daarom hoeft deze beschrijving van de stamboom van Kuijper dus niet terug te gaan tot Karel de Grote of zijn tijd. Voor het aantonen van enige verwantschap met Karel de Grote is dat namelijk helemaal niet nodig ;)

Daarom gaan we van start met te bewijzen dat ook wij afstammen van Karel de Grote, althans wij gaan dat proberen. Waarschijnlijk zal het allemaal net zo vermoeiend zijn als het klinkt. Toch lijkt mij het ontbreken van informatie over Kuijper in de middeleeuwen in dit verband frappant. Hoe dat zo is gekomen, is dan de vraag. Waarom zijn er over de oudste Kuijpers geen biografieën geschreven? Waarom heeft geen enkel museum een portret van een van hen in de collectie? Waarom is niets bekend van beroemde, rijke, adellijke of desnoods beruchte Kuijpers? Het antwoord ligt mijns inziens voor de hand en is ontnuchterend. Dat zal komen omdat het voor de Kuijpers, in hun vermeende eeuwige jacht naar macht (roem, bezit, vermogen, aanzien, geld en noem maar op) geen of beperkt nut zal hebben gehad om een beroep te doen op de naam (en faam) van de familie. Opportunisme, vaak een belangrijk motief om een nuttig beroep te kunnen doen op een beroemde geboortenaam, om aldus de bijbehorende faam voor zichzelf te claimen, bleek in deze familie zinloos. De familie liet zich weinig tot niet voorstaan op het gebruik van de familienaam. Het gebruik van de familienaam in die zin was hun vreemd en dat is tekenend. Het andere uiterste, beruchtheid, kwam waarschijnlijk ook niet veel voor bij de Kuijpers: Ssst! Als iemand iets extreem gruwelijks 'op zijn/haar kerfstok heeft' dan pleegt de omgeving er wel voor te zorgen dat dit niet licht vergeten wordt. Beroemde en beruchte feiten, kortom alles wat afwijkt van het normale leven, plegen nou eenmaal overgeleverd te worden, vaak in geëxtrapoleerde vorm (familiemythe). Al die feiten/personen zouden dan zeker in de annalen van de familie zijn bijgeschreven. Het ontbreken van dergelijke 'mond-tot-mondreclame' is een goede voorspeller, dat dergelijke opmerkelijke feiten ontbreken c.q. dat dergelijke beroemde/beruchte historische personen niet in onze familiegeschiedenis voor zullen komen. Dat laat onverlet dat dit in de toekomst toch nog het geval kan blijken te zijn. Een mogelijke afstamming van Karel de Grote kan allicht snel over het hoofd zijn gezien. Ik bied hiervoor bij voorbaat mijn excuses aan.

Vooralsnog geen druppeltje blauw bloed bekend dus, in deze familie Kuijper. Een gezonde dosis wantrouwen van instituties die dergelijke predikaten aan slechts luttelen "vergunnen", om daarmee indirect zichzelf te bevoordelen, doet hier opgeld, samen met de idee dat iedereen met een goede levenswandel een goed genoeg en in die zin adelijk persoon is!

Desalniettemin was de familie Kuijper zo al rijk. Kinderrijk. Volledigheid is logischerwijs een onmogelijk streven. Dat geldt zeker voor het vastleggen van Jans' nazaten: het zijn er simpelweg teveel! Volledigheid is dan ook niet wat met dit onderzoek beoogd- c.q. vervolgd wordt. Wat gaat ons deze genealogie dan wel opleveren?
* Meer kennis over de familiesamenstelling? Dat zeker.
* Inzicht in de familiehistorie? Ook dat.
Door deze genealogie gaat er aanzienlijk meer informatie beschikbaar komen over de familie. Zelfs véél meer dan tot nu toe ooit het geval is geweest! Dat is aardig voor wie die daar belang in stelt of interesse in heeft.
Voor wie met name genoemd wordt in deze genealogie, samen met een beschrijving van dierbare familieleden, geldt dat zeker. Uiteraard maakt ieder mens deel uit van meerdere genealogieën. Maar het aandeel Kuijper zal door deze beschrijving voor hen vast aan waarde en daarmee aan gewicht winnen.
(Bron: gen., kwartaalblad over familiegeschiedenis van het Centraal Bureau voor de Genealogie)
(Bron: Gens Nostra 1968, tijdschrijft van de Nederlandse Genealogische Vereniging)
(Bron: kareldegrote.nl)

~ BRONNEN ~ die informatie geven over het verleden van personen

Primaire historische bronnen: (informatie uit die tijd)
* Doop- Trouw- en Begraafregisters (DTB-registers), uit de 16e á 17e eeuw;
* gemeentelijke Burgerlijke Stand (BS), vanaf 1811;
* andere archieven die indertijd gemaakt zijn (en bewaard gebleven);
* ook objecten, zoals grafstenen, foto's, gesproken bronnen, kranten, watermolens enz.

Secundaire bronnen: (met meer afstand tot de onderzochte gebeurtenis)
* uittreksels, boeken;
* monumenten;
* verhalen, overleveringen, familiemythes.

Tertiaire bronnen: (overzichtswerken, context)
* klappers;
* kwartierstaten;
* genealogieonline.

Kind(eren):

  1. Klaas Jansz (Claas Janse) Kuijper (FAMILIETAK I.)  ± 1717-± 1794 
  2. Dirck Jansz Kuijper  < 1718-± 1718
  3. Dirck Jansz Kuijper  > 1718-± 1719
  4. Dirk Jansz (Dirk Jansz Cuijper) Kuijper (FAMILIETAK II.)  > 1719-± 1787 
  5. Aaltje Jans (Alijda Jans Cuijper) Kuijper  ± 1721-± 1770 
  6. Jan Jansz (Joannes Jansz Alias Jan Cuijper de Jongh) Kuijper (FAMILIETAK III.)  ± 1723-± 1776 
  7. Grietje Jans (Margareta Jans Cuijper) Kuijper  ± 1724-± 1784 
  8. Antje Jans (Anna Jans Cuijper) Kuijper  ± 1725-± 1775 
  9. Aerjen Jansz (Adrianus) Kuijper  ± 1729-± 1729


Notities bij Jan (alias Jan Dirkzen) (alias: Jan Dircxsz) Kuijper (STAMVADER)

naamsvarianten (jaartal) instantie, rol:
Jan Dircxsz (1710) civiel, bruidegom
Jan Kuijper (1710) polderbestuur, (bevragter/bevrachter) <----> (1718); civiel begraven, aangever (vader); (1719) civiel begraven, vermeld als vader door aangever;
-idem dito (1729) rk, vader (1729) civiel begraven, aangever (vader); (1746) civiel begraven, aangever (opa); (1762) polderbestuur, (watermolenaar)
Jan Dirkze (1721) rk, vader
Jan Dirkzen (1723) rk, vader; (1724) rk, vader; (1725) rk, vader
Jan Cuijper (1751) civiel begraven, aangever (opa); (1752) civiel ondertrouw, aangever (vader); (1752) civiel ondertrouw, aangever (vader) (bij dubbelhuwelijk v twee v zijn dochters)
Jan Jansz Cuijper (1762) civiel begraven, overledene

familienaam: Kuijper <---->
ook: Cuijper, Kuiper

mogelijke doopnaam: Johannes?
patroniem: Jans(z)/(s)(e)(n)

roepnaam: Jan

alias: Jan Dircxsz/Dirkze(n)

De naam Kuijper suggereert dat hij kuiper was, maar zekerheid is hierover niet.

Van Jan Kuijper (ca.1690-1762) ben ik nergens een handtekening tegengekomen, hij overleed ruim vóór de invoering van de Burgerlijke Stand in 1811.
Wellicht dat in het oud notariële archief (ONA) van Bergen NH, dat in 1612 begint, wat staat. Voor elke rechtshandeling moest je naar de notaris (periode 1612-1925, Transporten en hypotheken, verklaringen).
Wellicht dat in het oud rechterlijk archief (ORA) van Bergen NH, dat in 1580 begint wat staat (periode 1580-1816, aanstelling voogden, weesboek Bergen NH 1750-1816).

~ Naam- en tijdgenoten, niet verwant ~

* Claas Sijwersz Cuyper, trouwt 13aug1713 te Bergen NH met Jannetje Teunis Pette (Bron: Bergen NH huwelijken gereformeerd 1645-1805). Claas is een zoon van onbekende ouders en geboren te Schermerhorn en overleden omstreeks 5 dec 1724 te Bergen NH. Hij en Jannetje krijgen te Bergen NH vijf kinderen: Jacob (1714), Teunis (1717), Sijberdt (1719), Sijvert (1721) en Willem Kuijper (1724). (Bron: H.J. Min, gezinsreconstructies Bergen NH, geraadpleegd 2017)
* Joost Jansze Kuiper, trouwt 19sep1723 te Bergen NH met Barber Theunisz van Ogten (Bron: Bergen NH huwelijken gereformeerd 1645-1805). Joost is een zoon van ene Jan Kuiper en N.N. en geboren in Lierop NB. Barber is geb. in Ravenswaij (GD?).
* Jan Kuiper, wordt begraven omstreeks 26mrt1724 te Bergen NH. Wellicht is dit de vader van eerder genoemde Joost? Belastingaangifte te Bergen NH: "Op den 26 maert 1724 heeft Cornelis Jacobsz aangegeven het lijck van Jan Kuiper opt Saeneg:t onder de classis van de onvermogende." (Bron: Register van den impost op het begraven Bergen NH 1717-1810).
* Maartje Ariens Cuiper, trouwt 13okt1726 te Bergen NH met Dirk Glas (Bron: Bergen NH huwelijken gereformeerd 1645-1805). Maartje is een dochter van ene Arien Cuiper en N.N. en geboren in Schagerbrug.
* Lijsbeth Crelis Kuijper, trouwt 7mei1747 te Bergen NH met Jacob Obdam. Lijsbeth is een dochter van ene Crelis Kuijper en N.N. en geboren te Warmenhuizen (Bron 1: Acte van Trouw: Huwelyck bevestight door Schout en Schepenen der Heerlyckheyt Bergen in Kennemer-landt) en overleden omstreeks 11-07-1752 te Bergen NH (Bron 2: Register van den impost op het begraven Bergen NH 1717-1810).
* De gezusters Aagje Crelis Kuijper en Guurtje Crelis Telleman-Kuijper (ovl. ca.24-06-1772 te Schoorl), duiken in 1750 en in 1768 eveneens op in de DTB-registers van Bergen NH (Bron: Rooms Katholiek doopboeken Bergen NH 1721-1811).

Laastgenoemden zijn geen van allen familie van ons, althans de relatie is niet aangetoond.

~ de naam kuiper ~
Een kuiper was een gespecialiseerd soort timmerman. De kuiper vervaardigde uit hout tonnen, emmers en kuipen. Dit ambacht was vroeger onontbeerlijk. De reden dat de naam kuiper in de Nederlanden wijd verbreid is geraakt, is dat elke zichzelf respecterende plaats een of meerdere mensen telde die dit vak uitoefenden, en dat de beroepsnaam vaak de familienaam werd.
De naam kuiper zal ook in onze familie zeker niet uit de lucht zijn gevallen. Het ligt voor de hand dat men Jan (of diens vader al?) zo noemde omdat zij dit werk deden. De naam 'kuiper' kwam dan in de plaats van het nietszeggende patroniem 'dirkse'. Of het zo is dat Jan Dirkse, naast zijn werk als bevragter en later watermolenaar, ook kuiper was, kon echter niet met schriftelijke bronnen worden onderbouwd.

~ 'Waarom de vader van Jan Kuijper "Dirck" heet' ~
In de impostregistratie van Jans' begrafenis staat inderdaad het patroniem "Jansz", maar dat is de enige keer.
Wat de impostregistratie hier lijkt te suggereren, is dat Jans' vader Jan zou heten. Dat is echter niet te plaatsen.
Bij het dopen van vier van zijn kinderen in Bergen N-H is Jans' patroniem namelijk steevast "Dircxs".
Ook bij Jans' huwelijk voor de schepenbank in Bergen blijkt dat het geval, maar daarover later meer.
Deze vijf registraties impliceren dat de naam van Jans' vader Dirck is.
In alle andere bekende bronnen wordt hij trouwens simpelweg aangeduid als "Jan Kuijper" (dus zonder patroniem).

~ Kerkepaden ~
Voor een goed begrip van de eerste generaties Kuijper is het van groot belang te beseffen dat ze van het katholieke geloof waren en dat de katholieken er alle belang bij hadden een hechte gemeenschap te vormen. Er was weliswaar godsdienstvrijheid, maar katholieken mochten hun godsdienst niet in het openbaar belijden en ze mochten ook geen publieke functies uitoefenen. In overwegend katholieke dorpen werd hieraan minder strak de hand gehouden, alhoewel ook daar natuurlijk recognitiegeld moest worden betaald voor kerkdiensten in de schuilkerken en admissiegeld voor het hebben van een pastoor. Oudorp was zo'n bijna geheel katholiek dorp. Ook in Bergen was men tolerant ten aanzien van het geloof (er was een grote katholijke gemeente). Zo bezien was Bergen en omgeving voor katholieken een redelijk goede plaats om in te wonen. Het is dan ook niet toevallig dat we de familie Kuijper tot in de 18e eeuw voornamelijk in en rond Bergen in katholieke dorpen vinden. Rooms-katholieke staties waren er o.a. in Oudorp, Heiloo, Limmen en Egmond-Binnen (waaronder o.m. Rinnegom en Wimmenum).
Overigens waren er ook rk-staties in o.m. Alkmaar, Assendelft, Krommenie (statie met Krommeniedijk en Marken Binnen), De Rijp (Noordeinde) en in Akersloot (daar waren zelfs katholieke schepenen). (bron: Universiteit van Utrecht)

De kinderen van Jan Dircxs Kuijper gingen ter kerke in de Rooms-Katholieke kerk van Bergen NH. In 1721 is er sprake van een pastoor in de gemeente Bergen NH. Van deze kerk zijn de doop- en trouwboeken overgeleverd vanaf 1721. Eerder, in 1421 (het jaar van de verwoestende Sint Elizabethsvloed), was een oude dorpskerk het decor geweest van het zogenaamde Mirakel van Bergen. Om de toeloop van bedevaartsgangers die dit mirakel met eigen ogen wilden aanschouwen te ontvangen, werd op de plek van die oude kerk een gigantische nieuwe kerk gebouwd. Deze is in 1574 door de Geuzen verwoest. Die gedeeltijk herbouwde ruïnekerk bestaat nog in het centrum van Bergen. Van 1579-1795 werd de Nederduits Gereformeerde Kerk de officiële publiek bevoorrechte kerk. Na de Reformatie zal er in de eerste decennia van de 17e eeuw weinig sprake zijn geweest van georganiseerd rooms-katholiek leven. Welicht werd in de eerste helft van de 17e eeuw een bijeenkomst nog door de schout verstoord. Maar in de jaren die volgden groeide de tolerantie en na de tweede helft van de 17e eeuw werden de katholieken verder met rust gelaten.

Latere generaties gingen te kerke in de Rooms-Katholieke kerken van o.m. Oudorp, Heloo, Limmen en Egmond-Binnen.

Het katholieke Huiswaard was een buurtschap gelegen in het overwegend protestantse Koedijk. Dat men vanuit het katholieke Huiswaard in Oudorp ter kerke ging en niet in het - verder gelegen Bergen -, is mogelijk ingegeven door de afstand tot de kerk.

De parochianen van Egmond-Binnen vormden tezamen met die van Egmond aan Zee de statie van de Egmonden met een kerk te Rinnegom. Tot deze statie behoorden ook de parochianen van Wimmenum. In 1644 werden vergaderplaatsen van Rooms-Katholieken gesloten te Egmond aan Zee, Egmond-Binnen en Egmond aan den Hoef. Vanaf 1694 waren de pastoors van Egmond gedurende een periode van 70 jaar Jansenistisch; de parochianen van Wimmenum gingen toen ter kerke in Bergen. In 1784 werd een nieuwe statie opgericht, die de drie Egmonden omvatte met Rinnegom en Wimmenum en bovendien Bakkum. Statie van de Egmonden was gewijd aan St. Adelbertus.

~ Pad naar het gerecht ~
Omdat kerkelijke katholieke huwelijken niet rechtsgeldig waren, moesten katholieken ook burgerlijk trouwen. De huwelijken werden daarom eveneens voltrokken voor schout en schepenen. De eerste generaties van de familie Kuijper deden dat in het niet meer bestaande oude rechthuis van Bergen NH omdat hun woonplaatsen onder de jurisdictie van Bergen vielen. De huwelijksintekenboeken van Bergen NH gaan terug tot 1641. Vanaf 1696 moest men er ook heen om belasting te betalen bij huwelijken en overlijdens. Latere generaties trouwden ook in andere woonplaatsen zoals in Koedijk, Heiloo.

~ Het impostregister ~
Tussen 1695 en 1806 werd in het gewest Holland een speciale belasting (impost) geheven op het trouwen en op het begraven. De hoogte van de aanslag was afhankelijk van de welstand van degenen die het huwelijk aangingen resp. degene die begraven werd. (bron: Nationaal Archief Den Haag). Impost is een belasting die van 1696 t/m 1805 werd geheven op trouwen en begraven door het "gemene land", in Holland en in West-Vriesland. De gaarder was degene die in een plaats de impost voor het land inde. Hij noteerde dat in een boek. In het geval van Bergen NH zijn deze boeken overgeleverd vanaf 1737 (trouwen) en 1717 (begraven).

Deze registers vermelden niet de trouw- of begraafdatums, maar de belastingklasse waartoe de betrokkene behoorde. Er waren vijf klassen: pro deo, Fl 3,-, Fl 6,-, Fl 12,-, en Fl 30,-, al naar de welstand van de betrokkene. Voor ongehuwden werd dubbel tarief betaald. Een overlijdensdatum staat vaak niet vermeld, meestal wel een datum van begraven, of van het aangeven van het lijk - dan werd er impost betaald, dat staat dus in de gaarderboeken. Die datums hoeven niet hetzelfde te zijn. Alleen als er expliciet bij staat of het de datum van overlijden of begraven is, geeft de bron daarover uitsluitsel.

Over deze bron zelf wil ik bij voorbaat opmerken dat zo'n impostregister natuurlijk geen betrouwbare bron is om je op vast te kunnen pinnen.
Het doopboek en trouwboek werd er niet bijgehaald, om nauwkeurig de leeftijd, de naam en de namen van ouders en die van de echtgenoot te vermelden.
Bij Jan Kuijper viel niets te halen, dus degene die belast was met dit klusje zal dit gemakshalve allemaal zo hebben genoteerd.

Deze Begraafregistratie.
In dit afwijkende geval is zelfs de naam van de aangever niet vermeld door de schrijver. Mogelijk wist de schrijver/zijn collega dat niet meer.
Mogelijk ook heeft de schrijver de registratie op eigen initiatief zo vermeld, waarschijnlijk op een later tijdstip
De omliggende registraties geven in elk geval de indruk dat hier het een en ander achteraf zo is genoteerd.

Overlijdensregistraties in het algemeen.
Het is mijn ervaring dat aangevers van overlijden lang niet altijd de juiste informatie weten omtrent de overledene.
De plaats van afkomst en leeftijd berusten veelal op vermoedens.
In dit geval speelt ook mee dat Jans' vader ten tijde van deze impostregistratiezeer waarschijnlijk al geruime tijd overleden zal zijn geweest.
Het ligt daarom in de lijn der verwachtingen dat ook de aangever niet persé goed op de hoogte hoefde te zijn geweest van de voornaam van Jans' vader.

Dircxsz vs. Jansz.
Wanneer je een redeljike afweging wilt maken tussen enerzijds de vier registratie van kinderdoop op naam van Dircxsz (in respectievelijk 1721; 1723; 1724 en 1725) en anderzijds deze ene "pro forma" registratie van de belastingaanslag voor Jans' eigen begrafenis op naam van Jansz. (in 1762) die "nihil" is, dan vallen er zeker twee, misschien drie, zaken op die van belang zijn.
(1.) Vroeg vs. laat (2.) Kerk vs. staat (oftewel Vier kostbare zielen vs. afschrijving pro deo) en (3.) het Vernoemingsgedrag.
Toelichting:
(Ad 1.) De kerk vermeldde oorspronkelijk "Dircxsz" als patroniem tot 4 keer aan toe, terwijl de heerlijkheid zo'n 40 jaar later (!) opeens komt met de eenmalige melding "Jansz". Ik acht het zeer aannemelijk dat de vroege kerkelijke bronnen beter geïnformeerd zullen zijn geweest over de eigenlijke naam van Jans' vader dan deze ene zeer late civiele bron.
(Ad 2.) Ook als ik kijk naar het belang wat gemoeid zal zijn geweest met de registraties, dan acht ik het belang van de kerk bij de correcte registratie van de oorsprong van de vier dopelingen groter dan het financiële belang van de heerlijkheid Bergen. Wat in dit verband sterk opvalt is dat de begrafenis van de overleden Jan Kuijper summier is genoteerd: zonder dagaanduiding, zonder vermelding van de naam van de aangever. Dit houdt waarschijnlijk verband met dat de vermelding om niet is gedaan, pro deo betekent immers dat er geen geld afgedragen/verantwoord hoefde te te worden. In dat licht kan de schrijver bij de vermelding van het patroniem "Jansz" allicht even lichtvaardig te werk zijn gegaan als bij de rest van deze registratie. De belastingaanslag is nihil, waardoor er dus verder waarschijnlijk niemand meer om maalt (behalve ik, zei de vrolijke molenaar). Terwijl de kerk vier keer eerder melding maakte van Jan "Dircxsz" als vader, komt Bergen met deze beknopte registratie van deze allerlaatste belastingaanslag opeens met "Jansz."

In weerwil van deze laatste "losse flodder", wijzen de vier doopjes toch echt uit dat Jan Kuijpers vader - conform het vermelde patroniem - "Dirck" heet.

(Ad 3.) Vernoemingsgedrag.
Wat ook spreekt voor de juistheid van mijn stelling is dat Jan Kuijper en zijn vrouw Anna Dicrxs hun oudste zonen steevast Dirck bleven noemen.
Zij hebben minstens 3 zoons de naam Dirck gegeven, misschien meer.
Uiteraard pleit dit laatste gegeven niet 100% voor de juistheid van de stelling, want Anna's vader heette immers ook Dirck en kan ook vernoemd zijn geworden.
Ook weten we natuurlijk niet hoe strikt de vernoemingregel is toegepast.
Echter de hardnekkigheid van het benoemgedrag van de ouders bevestigt een sterke voorkeur voor de naam Dirck.

Maar dan .. Op 2-nov-1710 trouwt Jan Dircxsz voor de Schout en Schepenen van de Heerlijkheid Bergen met Anna Dircxs.
Een logische plek voor het jonge stel om te trouwen.
Plaatselijke polderbesturen vermelden immers hoe Jan Kuijper sinds 1710 voor hen werkzaam is in het buitengebied van Bergen.
Vanaf 1710 lopen alle bronnen parallel over Jan Kuijper, alias Jan Dircxsz/Dirkzen.
Zonder tegenbericht ga ik er dus vanuit dat de vader van Jan Kuijper gewoon "Dirck" heet! (en niet Jan).
Of Dirck ook al de familienaam Kuijper droeg is onbekend.
Van Dirck heb ik geen eigen bron. Bij hem stokt deze genealogie.

***
Let wel, hoe verder je terug gaat in de tijd, hoe schaarser de bronnen!
Informatie uit vroege bronnen is vaak beknopt.
In Bergen N-H ontbreken genealogische bronnen. Zo is er een enorm hiaat in civiel trouwbijlagen.
Wél aanwezige bronnen, beginnen wat betreft Jan Kuijper, alias Dircxsz, vaak aan de late kant:
civiel begraven vanaf 7-april-1717
rk trouwen vanaf 24-jan-1721,
rk dopen vanaf 12-jan-1721
civiel ondertrouw vanaf 5-jan-1737
- wordt vervolgd -

****
~ Het weerbericht van 1690-1717 ~
Jan Kuijper is geboren in Bergen rond 1690. Dat was eigenlijk in de Kleine IJstijd.
Zijn jeugdjaren lagen zelfs in het dieptepunt van de Kleine IJstijd!
Vooral de winters waren in Jans' tijd niet alleen streng maar ook heel erg lang.
De winter begon vaak al in november en ging soms door tot april maar zeker tot maart.

In 1703 is er een legendarische zuidwesterstorm.
Die is in de boeken genoteerd als 'verpletterende' storm.
Dat was omdat ie niet alleen veel schade had aangericht op zee,
maar er waren ook talloze dijkdoorbraken.
Dat had tot gevolg dat schepen in nood raakten, er huizen en torens instorten,
daken van huizen werden afgeblazen en heel veel bomen die sneuvelden.
Het heeft tot meer dan 10.000 slachtoffers geleid, vooral op zee. Een ramp.

In 1709, toen Jan waarschijnlijk al verloofd was met Anna,
kwam er een enorme koudegolf in het noordwesten van Europa.
Temperaturen van rond de -22 kwamen toen in Nederland voor en
grote rivieren als de Rijn, de Maas en de Schelde die waren gewoon bevroren.
De mensen vroren zelfs dood in hun huizen.

In 1717, toen Jan en Anna alweer 7 jaar getrouwd waren,
kwamen er met Kerst grote overstromingen in het Noorden van Nederland,
vooral in Groningen en in Friesland. Dat betekende duizenden slachtoffers.
En niet alleen aan mensen, maar ook aan vee, aan huizen en aan gebouwen.
(Bron: We weten dit uit scheepvaart- en landbouwberichten en uit kronieken van die tijd,
waarvan sommige teruggaan tot het jaar 1000. Door deze overlevering is het bekend dat
het klimaat in Nederland tussen 1430 en 1850 heel erg koud was (Kleine IJstijd)
en dat er heel veel strenge winters waren maar ook lange winters).

***
Bronvermelding 2016.
* naam: Jan Kuijper, Jan Cuijper
Bron 1: Archieven van Zuurvens- Oudburger- Noorder- en Middel- Reekerpolder, jaarrekeningen periode 1710-1762
Bron 2a: Register van den impost op het begraven Bergen NH, 1718-1729, 1746-1751, 5 begrafenissen, waarvan 4 als aangever.
Bron 3: Register van den impost op het trouwen Bergen NH, 29-jan-1752, aangifte dubbelhuwelijk van 2 van zijn dochters
Bron 5: RK-Doopboek Bergen NH 1729, 1 nakomeling

* alias: Jan Dircxsz
Bron 4: Schepentrouwboek Bergen NH, 1710, 1 civiel huwelijk
Bron 5: RK-Doopboek Bergen NH, 1721-1725, 4 nakomelingen

* ook: Jan "Jansz" Cuijper
Bron 2b: Bergen NH aangifte begraafbelasting april 1762, eigen begrafenis

Mogelijk is hij de "Jan Kuiper" die op 19-03-1754 doopgetuige is bij de doop van (kleindochter) Lijsbet Mosch.

Jans geboorteregistratie hebben we niet, dus de officiële spelling van Jans familienaam is onduidelijk.
Jans' alias en familienaam komen uit twee bronnen uit 1710: zijn trouwdocument (bron 4) en een vastgestelde jaarrekening (bron 1).
De naam van Jans' vader kunnen we afleiden uit Jans' patroniem Dircxsz, uit bron 4 en uit de aansluitende doopreeks v 4 nakomelingen (bron 5)
Wegens het ontbreken van Jans' doopbewijs, blijft de naam van Jans' moeder onbekend.
(zij zou "Aeltje" geheten kunnen hebben, conform vernoeming gelijk aan Jans (oudste?) dochter, maar dat is natuurlijk niet zeker)

Vast staat dat Jan onder de naam Jan "Kuijper"/"Cuijper" veel gewerkt heeft (bron 1)
Zijn werkzame leven strookt met de genealogische gegevens in de bronnen 2 (a en b) en 3.
Bron 4 en 5 hangen met elkaar samen en passen naadloos in dat geheel (daarover later meer).
Alleen het in bron 2b, eigen begrafenis 1762, 1-malig gemelde patroniem "Jans" is lastig te plaatsen.
Uit die bron 2b, aangifte begraafbelasting in april 1762, maken wij op dat Jans vader eveneens "Jan" zou heten.
Uit de samenhangende bronnen 4 en 5, uit de periode 1710-1725, valt echter iets totaal anders op te maken. Jans vader zou "Dirck" heten.

~ Patroniem ~ naam van de vader (pater = vader & nomen = naam)
Uit het patroniem "DIRCxsz" (Dircks zoon) is gedistilleerd dat de vader van deze Jan, Dirck heette. Dit gegeven matcht met een kwartet van samenhangende doopjes van kinderen van vader Jan in dezelfde plaats die hierop volgen, allemaal van vader Jan "Dirkze(n)". Genoemde identieke naamdrager kent als vader blijkbaar dezelfde standplaatsgebondenheid: het zijn mijns inziens dus een-en-dezelfde persoon. Dopelingenvan vader Jan Dirkze(n): Alijda alias Aaltje (1721), Joannes alias Jan (1723), Margareta alias Grietje 1724), Anna alias Antje (1725). Adrianus alias Aerjen (1729) sluit deze rij. In de doopregistratie van vader Jans' jongste staat voor het eerst de familienaam genoemd: Kuijper. Bij de vier voorgaande doopjes is de vader, als destijds te doen gebruikelijk, slechts genoemd bij zijn voornaam en zijn patroniem: Jan Dirkze(n). Deze evolutie linkt vaders voornamen Jan Dirkze(n) aan zijn achternaam Kuijper. Jan Dirkze = Jan Kuijper, dus 1 unieke persoon. De naam van moeders is: Anna Dirks.
Ook is vastgelegd dat "Jansz" het patroniem van zijn kinderen is.
De voornaam Jan is oorspronkelijk afgeleid uit het patroniem van zijn kinderen.
Let wel: de toevoeging (de Oude) wordt hier officieus gebruikt. Puur ter onderscheid, vanwege zijn gelijknamige zoon: Jan Jansz alias Jan Kuijper de Jongh (de Jonge/junior), zie daar.

~ Oudste bekende bron uit 1710 ~

De oudste, bekende, primaire bron die gewag maakt van de naam Kuijper in Bergen stamt van 1710.

Dat bericht luidt als volgt:
"Rek:(enig) ende omslag (..) van alle de kosten gevallen aande moolen en (..) in den Jaer 1710. Jan Kuijper_Voor vragt f 1,18"
Jan Kuijper was op dat moment bevrachter, o.m. van de Zuurvens poldermolen in Bergen NH.

De vindplaats van bovenaangehaalde bron is een molenboek.
(Bron: Archief van de Zuurvenspolder, jaarrekening 1710, geraadpleegd 2015)

~ Een nieuwe vragt aan informatie ~ transportondernemer van 1710 tot 1732

Jan Kuijper begon zijn werkzame leven in zijn jonge jaren als bevrachter (o.m. vd Oudburger-, Zuurvens-, Noorder- en Middel- Reekerpolders in Bergen NH). Wat zijn werk ongeveer inhield, valt hier te lezen.
Een greep uit het transportwerk dat Jan jarenlang op locatie heeft verricht:
Zuurvenspolder: in de jaren 1710-1732
Oudburgerpolder: dito van 1713 t/m 1732
Middel Reekerpolder: in de jaren 1712 en 1722
Noorder Reekerpolder: over de jaren 1717, 1719, 1720

Tot Jans opdrachtgevers behoorden diverse polderbesturen. Het doel van die besturen was om het polderland te beschermen tegen opdringend water. Daarvoor hielden zij vaarten en watermolens in stand. Wat Jan precies vervoerde is niet expliet bekend, maar zijn vragt moet met die missie samengehangen hebben. Het vermoeden bestaat dan ook dat Jan door zijn opdrachtgevers op pad werd gestuurd met alle benodigde grondstoffen waarover we in de polderrekeningen kunnen lezen, dus met vragtladingen aan: hout, riet, steen, zeil, touw, teer of vet. Waarschijnlijk zal ook het transport van vragten aan aarde tot het door Jan aangenomen takenpakket hebben behoort. Dat zijn althans de spullen zoals die uit de stukken vallen te herleiden, en het zijn bovendien spullen die niet vanzelf hun plaats van bestemming bereikt zullen hebben! Ook het feit dat niets 'om niet' afgevoerd kan raken, verklaart de noodzaak van het inhuren van Jan als bevragter en maakt de hier geschetste invulling van zijn rol voor ons hoogst aannemelijk. Hoe dat bevragten precies in zijn werk ging, c.q. hoe Jan dat klaarspeelde om al die vragtladingen over al die jaren in al die polders te krijgen, daarover blijven de bronnen opvallend stil. Wellicht is dat omdat het middel van transport voor die tijd en plaats erg voor de hand lag. Tranportmiddelen waren schaars en infrastructuur ook. De wegen in Jans tijd waren slecht c.q. ontbraken op veel plekken nog. Het transport verliep in die dagen daarom bij voorkeur over water. Als we bovendien bedenken dat het in Jans geval ging om de bevoorrading van polders en van diverse watermolens, dan ligt vervoer per boot door bevragter Jan toch het meest voor de hand.

Let wel: dit is wat uit overlevering bekend is. Het gaat hier om vragten genoemd in bestudeerde jaarrekeningen van poldermeesters, waarvoor Jan Kuijper met name de genoemde de prestatie leverde. De opsomming zal niet volledig zijn. Hoeveel ander werk Jan deed voor andere opdrachtgevers kon niet worden vastgesteld.
(Bronnen: Archieven van Zuurvens- Oudburger- Noorder- en Middel- Reekerpolder, jaarrekeningen 1710-1730, geraadpleegd 2015)

~ De strijd tegen het water ~ watermolenaar tot 1763

Ergens tussen 1730 en 1735 moet Jan geleidelijk zijn aandacht verplaatst hebben naar het watermolenaarschap. De laatste 30 jaar van zijn leven legde hij zich toe op het in bedrijf houden van diverse watermolens in Bergen. (Bronnen: Archieven van Zuurvens- Oudburger- Noorder- en Middel- Reekerpolder, jaarrekeningen 1710-1730, geraadpleegd 2015). In dit onderzoek werd duidelijk wat hij verdiende met al dat werk op die waterstaatkundige eenheden. Rond 1700 was in alle polders rust aan het loonfront van de molenaars gekomen. De inkomens van de molenaars bleven vervolgens gedurende meer dan anderhalve eeuw vrijwel ongewijzigd. Het loon verschilde wel per molen, zoals we verderop kunnen gaan zien. Via de Database van Verdwenen Molens kunnen we alle molens waarmee Jan gewerkt heeft naar voren halen. Van alle drie zijn afbeeldingen (dia en foto's) bewaard gebleven (collectie: Vereniging De Hollandsche Molen). Bovendien zijn beschrijvingen van de drie molens in het tweede kwart van de 20e eeuw vastgelegd in het archief van ir. Anton ten Bruggencate. De heer Ten Bruggencate heeft de molens die er toen nog waren geïnventariseerd. Werd hij gegrepen door een "vijf voor twaalf-gevoel"? In elk geval stonden deze drie molens toen nog op hun plaats. Omdat het economisch nut van de molens af begon te nemen, stonden ze op het punt om te gaan verdwijnen. Overtuigd dat er snel maatregelen moesten worden getroffen om "De Nederlandse molen" te behouden voor de toekomst, is toen in 1923 de Vereniging De Hollandsche Molen opgericht. De vereniging bestaat nog en beijvert zich om het molenbestand dat er nog is te bewaren voor de toekomst, nu uit landschappelijke en historische overwegingen.

Waarschijnlijk begon Jan Kuijper zijn carrière als watermolenaar in deeltijd.
Dat was op de Noorder Rekermolen in 1730. zie AFBEELDING.
De Noorder Reeker Molen is gebouwd voor 1598. Ten Bruggencatenummer 00316.
Het fulltime-inkomen voor de bediening van de Noorder Reeker Molen bedroeg gemiddeld 53 gulden per jaar.
De Noorder Reeker Molen stond aan de Veersloot in Bergen. De standplaats van de molen is exact bekend. Dit zijn de (gps)coördinaten: World Geodetic System 1984 WGS84 Coordinaten (degrees) N:52.679696 E:4.735799 (R(ijks)D(riehoeks)coördinaten X:110947 Y:521560). Het was een wipmolen, dat is het oudste type poldermolen. De molen was bedoeld om de Noorder Reeker- en Mangelpolder droog te houden. Hiervoor was de molen voorzien van een scheprad aan de buitenzijde van de ondertoren om het lager gelegen polderwater uit te slaan in een hoger gelegen boezem. Het apparaat was op zijn taak berekend met een scheprad van 4,14 meter en 28 cm breed. De molen had een pyramidevormige ondertoren en een vlucht/rad (=wiekenkruis) van 18,30 meter. Het hele bovenhuis met staart was draaibaar om een koker, met daarin de koningsspil, die in verticale stand werd gehouden door de piramidevormige constructie van de ondertoren. Hoewel de molen door zijn 'smalle taille' klein leek, had hij respectabele afmetingen; waarschijnlijk was er woonruimte in de ondertoren. Het is niet bekend in welke kleur(en) het bovenhuis geschilderd was. In elk geval zat op het bovenhuis een tonvormig dak.

Ir. Anton ten Bruggencate vermeld in zijn beschrijving van de Noorder Reeker Molen in juni 1924, dat het dak tonvormig is en gemaakt van zink. In Jans' tijd, rond 1730, moet de molen er toch anders hebben uitgezien, want zink is als dakbedekking pas sinds de 19e eeuw in gebruik. Misschien was het dak van koper of lood? Alleen al omdat dit dure elementen waren, is dat onwaarschijnlijk. Hout? Ja hout is buigbaar zou een kuiper zeggen, dus dat maakt een skeletbouw met tonvormig dak mogelijk. Tot ca. 1850 was een hellingshoek van het dak noodzakelijk om een goede water- en winddichtheid te garanderen. Dergelijke opgaande daken werden in Jans tijd gedekt door riet of stro als dat kon. Alleen als dat moest met pannen of leien. Wegens voorschriften tegen brandgevaar beantwoordden stadsdaken al rond 1600 aan dit stenen beeld. In het buitengebied daarentegen, zoals bij de molen, lag een goede rieten kap nog steeds erg voor de hand. Riet was goedkoop bouwmateriaal. Ook de verwerking van riet was lang niet zo prijzig als nu. Tegenwoordig zien we nog zelden een rietdekker aan het werk, tenzij bij een huis in het hogere prijssegment. Maar in Jans tijd was rietdekken een algemeen gekend ambacht. Rieten daken kwamen veel voor. Daarbij was tot in de 18e eeuw een onbeschoten kap de norm. Aan de binnenkant van het dak zal dus geen bekleding gezeten hebben door planken of platen.

Twee jaar lang heeft Jan de molen van dichtbij kunnen bekijken. Wij kunnen dat niet, want de molen is in 1931 afgebroken. Gesloopt. Nagenoeg geruisloos verdween het apparaat uit het landschap. Wat rest is de fundering. Daarop staat nu een elektrisch gemaal die een groot poldergebied bedient: de Vier Gecombineerde Polders. Gelukkig hebben we de foto's nog, zodat we kunnen zien hoe de molen er vroeger uit zag. (Bron: Database van Verdwenen Molens, website geraadpleegd 2016) Anno 2016 is de molenplaats nog steeds bezet door dat gemaal. De ronde molenplaats aan de basis is nog waarneembaar als knooppunt tussen de Veersloot (O) en de Molensloot (W). We kunnen dit vanuit de lucht zien, of gewoon met Google Earth. Het adres is: aan de Veersloot, Bergen NH. Je kan er komen bv door de coördinaten in te tikken in je gps. Je zou dan een archeologische opgraving kunnen doen, als de boer je niet wegjaagt.

Daarna draaide Jan zeven jaar lang op de Oudburger watermolen.
De Oudburger is gebouwd in 1565. zie AFBEELDING.
Ten Bruggencate-nr.: 00317. Van 1735 tot 1742 woonde hij daar met zijn gezin.
Het molenaarschap van de Oudburgerpolder werd het best betaald. Jan Kuijper ontving circa 90 gulden per jaar voor zijn werkzaamheden. Maar hij had het hier waarschijnlijk ook het druktste omdat hij met deze ene molen de grootste polder boven water moest houden. Tijdens de grote veepestepidemie van de jaren veertig van de 18e eeuw zou hier het loon worden verlaagd naar 86 gulden. Dat was nog altijd zes gulden meer dan wat een molenaar in de Schermer of de Heerhugowaard (dat zijn andere Noord-Hollandse polders) ontving.
De Oudburger watermolen stond aan de Oude Laan (nu: Schapenlaan) tussen het verlengde van de Zuiderlaan (nu: het verlengde van de Zuidlaan) en de Groenendijk (het verlengde van de Oudtburghweg). De coördinaten zijn: WGS84 coördinaten (degrees) N:52.685832 E:4.720845 (RD coördinaten X:109942 Y:522252). Het was een grote poldermolen van het type grondzeiler, een stoere achtkante bovenkruier. Bedoeld om de Oudburgerpolder droog te houden. Hiervoor was de molen voorzien van een scheprad om het lager gelegen polderwater uit te slaan in de hoger gelegen boezem. Het apparaat was op zijn taak berekend met een scheprad van 4,65 meter en 36 cm breed. De molen had een binnenkruiwerk en een vlucht/rad (=wiekenkruis) van 22,30 meter. Het houten achtkant was met riet gedekt, op lage voet. De onderste circa twee meter gedekt met gepotdekselde geteerde planken. Het geheel stond op een gemetselde basis van baksteen.
Zeven jaar lang liet Jan de molen draaien. De Oudburgermolen is op 6 mei 1955 door spelende kinderen in brand gestoken en is niet meer herbouwd (Bron: Database van Verdwenen Molens, website geraadpleegd 2016).
Anno 2016 is de voormalige molenplaats met de waterlopen nog steeds zichtbaar, als een soort litteken in het landschap. De ronde molenplaats is waarneembaar als een knooppunt tussen de waterlopen. Vlak daaronder kronkelt het verlengde van de Oudtburghweg, oostelijk in de richting van het NH-kanaal(dijk) en de N9. We kunnen de molenplaats goed zien vanuit de lucht, of gewoon met Google Earth. Het ligt aan een onverharde pad, dat loopt in de richting van de Klaassen- en Evendijk (vroeger Klaasse-dijk geheten). De locatie ligt in het verlengde van de Oudtburghweg, voorbij het kruispunt met de Schapenlaan. Het ligt gezien vanaf het zandpad ergens links in het weiland, tussen begroeïng. Je kan er komen bv door de coördinaten in te tikken in je gps. Men zou daar dan een archeologische opgraving kunnen doen in dat weiland. Dat is als het grazende vee het goed vindt en als de boer de archeologen niet wegjaagt.

Jan Kuijper eindigde zijn werkzame leven op de Zuurvenspoldermolen, waar hij ruim 20 jaar werkte.
De Zuurvens Molen is gebouwd in 1630. zie AFBEELDING. Ten Bruggencate-nr.: 00314.
Dit werk bracht een inkomen met zich mee van 75 gulden per jaar. De laatste jaren woonde hij daar met zijn dochter Grietje Jans en zijn schoonzoon Pieter Mosch en hun gezin.
De Zuurvens poldermolen stond aan de Veersloot in Bergen. De coördinaten zijn: WGS84 coördinaten (degrees) N:52.671324 E:4.739856 (RD coördinaten X:111213 Y:520626). Ook dit was een flinke poldermolen van het type grondzeiler, een achtkante bovenkruier. Bedoeld om de Zuurvenspolder droog te houden. Hiervoor was de molen voorzien van een scheprad om het lager gelegen polderwater uit te slaan in de hoger gelegen boezemvaart. Het apparaat was op zijn taak berekend met een scheprad van 4,33 meter en 28 cm breed. De molen had een binnenkruiwerk en een vlucht/rad van 19,45 meter. Het houten achtkant van deze molen was eveneens met riet gedekt, op lage voet. De onderste circa twee meter gedekt met gepotdekselde geteerde planken. Nadere technische specificaties staan verderop, zie notitie ~ Zuurvensmolen ~ technische specificaties.
Jan woonde en werkte in de molen vanaf 1742 tot aan zijn dood in april 1762. De Zuurvensmolen is verdwenen op 15 juli 1949 door blikseminslag, 's middags om vijf uur. De plek in het landschap waar de Zuurvensmolen eeuwenlang stond is nog zonder moeite in het landschap terug te vinden. Wellicht zitten er nog restanten van de fundering in de bodem. (Bron: Database van Verdwenen Molens, website geraadpleegd 2016)

Het molenaarsvak was niet zonder risico. Zo waren de open draaiende raderen in de molen nog niet met hekwerken afgeschermd. Ook raakt het gevlucht (de wieken) bij een grondzeiler zo al bijna de grond. Dat Jan Kuijper de Oude's zoon Jan (Jans zoon) Kuijper de Jonge in 1776 dood viel van de as van de Sluismolen heeft Jan Kuijper de Oude niet meer meegemaakt. Voor zover bekend was dit het enige ongeval met dodelijk afloop uit de Bergense molenhistorie. Het overlijden van de kostwinner vormde voor de achterblijvende gezinsleden natuurlijk een ramp.
(Aanvullende bron: Bergense Kroniek, themanummer 6, 1 april 2006, artikel "Alle winters onder waetter, grepen uit de geschiedenis van de Bergense polders" door Diederik Aten, met name blz. 20 en blz 22 incl. tabel 4, geraadpleegd 2016)

De laatste jaarrekening uit 1762 waarin Jan Kuijper de Oude voorkomt, lichten we hier uit.

~ Jaarrrekening van de molenmeesteren uit 1762 ~

Uit de officiële jaarrekening van de molenmeesters blijkt dat er altijd wel wat te doen was aan de Zuurvenspolder(molen). Naast Jan Kuijper, krijgen de volgende harde werkers betaald voor hun geleverde goederen en diensten.

Op de loonlijst staan:
(- watermolenaar Jan Kuijper, zie boven)
- houtkooper;
- timmerman;
- zeijlemaker;
- steenkooper;
- metzelaar;
- leverancier van olij en reusel; (om de molen gesmeerd te laten lopen)
en niet te vergeten: - de smit.

Bestuurs- en administratiekosten ontbreken ook niet op de rekening. De dijkgraaf Gerrit Sumerij (eveneens schout, zeg maar burgemeester annex rechter, van Bergen; in die hoedanigheid trouwde hij onder meer Jans kinderen) staat er op. Hij krijgt als officier fl 13,40 voor het "beëdigen en schouwen". Voor de bazen van de polder, de molenmeesteren zelf, kan er een bescheiden "ordinair salaris" vanaf (normaal basisloon: fl 5,-- per persoon), plus "extraord:(inair) arbeijtsloon" (de bonusen!). De bonus op het salaris van de molenmeesteren bedraagt dat jaar (1762) respectievelijk 22% en 60%, zo stellen ze zelf vast.

Ook Pieter Mos krijgt er incidenteel een klein bedrag bij, extra: "arbeijtsloon fl 1,10"; de secretaris krijgt zijn normale leges en de bode beurt 12 centen voor zijn diensten. De vergaderfaciliteiten: "Het Vuur en de Kamer", worden keurig afgerekend.

Helemaal onderaan de rekening staat een laatste - maar niet minder interessante - kostenpost. Voldaan aan: "Gerrit van der Maten voor Leverantie van Bier fl 2,13". Tja, bij de molenmeesteren werden vergaderingen en nieuwe contracten immer goed beklonken :-)
(Bron: Reekinge en Omslag bij Pieter Henneman en Gerrit Hendriksz. Kager, molenmeesteren van de Zuurvens polder onder Bergen, van alle der kosten gevallen aan den Molen in 't polder in den jare 1762).

~ Zuurvensmolen ~ technische specificaties

De molen van de Zuurvenspolder (zie afbeelding) was uitgerust met een scheprad, van doorsnede 4,33 meter en 28 cm breed. Daarmee sloeg de molen overtollig water uit op de boezemvaart. Dat water werd, tussen de Zuider- en Midden-Rekerpolder door, afgevoerd naar de Rekere (later, vanaf ca.1824, naar het Noordhollands Kanaal, red.). De Zuurvensmolen is van het type: binnenkruier. Met kruien wordt het op de wind zetten van de kap bedoeld. Dit kruien gebeurt bij deze molen door de molenaar binnen in de kap, die dan ook van forse afmetingen is. De kap loopt op houten rolletjes, en die wordt bediend met een binnenkruirad en een kruireep (touw). Je ziet op de afbeelding dan ook geen staart, waarmee vanaf de grond kan worden omgekruid. Markant aan deze molen is de gedrongen bouw, de wieken scheren langs de grond. Dat klopt, het is een zogenoemde grondzeiler: de molenaar kan de molen vanaf de grond opzeilen (de zeilen op de wieken doen). Oppassen dat je hierbij geen klap van de molen krijgt. Dit soort molen kan in een kale polder met weinig windbelemmering. De Zuurvensmolen is een achtkantige, van hout en met riet gedekt, op lage voet. De onderste circa twee meter gedekt met gepotdekselde geteerde planken. Het gevlucht (wiekenrad), heeft een diameter van 19,45 meter.
In de 18e eeuw zijn er in Nederland héél veel molens. Logisch want er bestaat nog geen electriciteit. De wind wordt benut als kracht om allerhande werktuigen aan te drijven. Je had dus molens in alle soorten en maten. Zo had elk dorp een (of meer) korenmolen(s) om het meel te malen. Daarnaast zag je: houtzaagmolens; oliemolens; pelmolens; verfmolens; papiermolens; mosterdmolens en ambtelijke molens. En ja je zag ook polder- en andere watermolens. Om een vergelijking te maken: rond 1900 waren er in Nederland 10.000 conventionele molens. Anno 2015 zijn dat er: 1.200. Dit aantal komt redelijk overeen met het aantal windturbines: 1975 (stand december 2013). De laatste staan meest in de kunstprovincies.
(Bron: database van Verdwenen Molens, bekeken in 2015)
(Bron: Nederlandse Wind Energie Associatie, bekeken in 2015)

~ A blast from the past (een kleine terugblik in de tijd) ~

We zien hoe Pieter Mosch (ca. 1728-1783), na het overlijden van zijn schoonvader Jan Kuijper, de wieken van de Zuurvensmolen verder laat draaien. Pieter is de man van Jans dochter: Grietje (ca. 1721-1784). Tien jaar tevoren zijn ze met elkaar getrouwd. De Zuurvensmolen zou nog heel wat omwentelingen maken. Het apparaat bracht vele 'tonnen' ('om maar in kuipertermen te blijven') water op een hoger plan. De idee achter een watermolen is om door omzetting van windkracht, overtollig water te verzetten. Hopelijk hield Pieter van een verzetje.
(Bron: archief van de Zuurvenspolder / archiefbewaarplaats: Regionaal Archief Alkmaar, bezocht in 2015)

Voor de watermolenaar is het praktisch om dichbij zijn werk te wonen. Liefst woont hij met zijn gezin dichtbij de molen. Vaak hoort daar een molenaarswoning bij. Da's fijn, want dan woon je lekker dicht bij je werk en als het ware 'gratis'. Bovendien kan je dan rondom de molen buiten nog wat bijklussen. Dat is ook hard nodig. Het karige molenaarsloon dient aangevuld te worden. Misschien valt er vis te vangen in de waterloop? Of kan je een eendenkooi beginnen? Je eigen eten maken lijkt het snelst verdiend (eigenlijk: bespaard). Volgens historische bronnen zijn veel watermolenaars ook landman (boer). Een moestuintje en wat dieren om te weiden zal een watermolenaar er meestal wel op nagehouden hebben. De mensen in die tijd waren graag zelfvoorzienend.
Maar o jee als de plicht riep. Het malen ging altijd vóór, zelfs (of misschien wel juist!) bij nacht en ontij. Een watermolenaar heeft te maken met vele nukken, met die van: het weer, met de nukken van de molenmeesters want dat zijn zn bazen, en met alle eigen aardigheden van de poldermolen zelf. Precies wat u zegt: "eigen aardigheden". Naast die eigen aardigheden zijn er ook vervelende klusjes te doen aan de molen, maar die horen erbij: zomers het kroos weghalen en 's winters het ijs weghakken.
Méér weten over het molenaarsbestaan in loondienst? In zijn boek H2Olland, op zoek naar de bronnen van Nederland, doet schrijver Maarten Asscher een manhaftige poging om een beschrijving te geven van het onbeschrijfelijke bestaan van de watermolenaar en zijn gezin in vroeger tijden. Ik kreeg het verhaal onder ogen in epub formaat ~met digitaal watermerk~ en ik hield het niet droog toen ik het las (ik stootte een glas drinken omver, maar het liep goed af). Het boek gaat over Nederland als waterland en het is er ook in paperback- uitvoering. Behalve over poldermolens staan er meer historische wetenswaterigheden in. Amsterdam, oktober 2008 (geen wetenschappelijk werk).
(ISBN13 9789045702483, aanrader als je weten wilt waarom alle Nederlandse poldermolens linksom draaien)

De familie Kuijper, later aangevuld met Mosch, woont trouwens met het hele gezin IN de molen. Daar delen zij ongetwijfeld lief, maar soms ook leed. (Watermolens zijn de enige molens waarin gewoond kan worden, volgens de Molenstichting) Het gezin heeft in de molen niet veel ruimte tot hun beschikking. Zij wonen als het ware in een stuk gereedschap. Je vraagt je dan ook af of de kinders 's van Kuijper nachts bij slecht weer wel goed konden slapen in die molen door al dat geluid heen. Want wat als de molen draait? Zo'n molen van hout kan, zeker als de wind eromheen waait, onheilspellend piepen en kraken. Een bliksemafleider zit er trouwens niet op. Misschien gingen de kleine 'Kuipertjes' piepen door muizenissen? Of hadden ze last van de veldmuizen? Zo niet, dan was "de kat van Kuiper" zeker thuis!
Ach het zal met de familie Kuijper-Mosch ook vaak genoeg knus, zo niet gezellig geweest zijn, daar bij die molen. In de herfst van 1752 komt daar Grietjes en Pieters eerstgebore ter wereld. De naam van de baby wordt op 16 oktober door de pastoor in Bergen opgeschreven in het grote doopboek. Zijn ouders noemen hem: Joannes (Mosch). Hij is vast vernoemd naar een voorvader. Naar schoonvader Jan Mosch óf naar Jan Kuijper, dunkt me. Grietjes broer, Klaas, is eervolle getuige: peter/doopheffer. Er heerst volop vreugde in het molenaarsgezin. De wind komt die dag overheersend uit de noord-westelijke hoek. Het weer is dan trouwens zacht voor de tijd van het jaar en er valt hooguit een klein spatje regen. Het gevlucht van de Zuurvensmolen wordt stopgezet, juist voordat een van de wieken van de buitenroede door de verticale stand heen zou gaan; deze wiek staat nu "komend". De watermolenaar plaatst de wieken van zijn molen in de vreugdestand. Hij zet de wieken "komend". Voor de omgeving is nu duidelijk dat dit een feestdag is: de Zuurvensmolen straalt dat gewoon uit. De bovenste wiek vóór het hoogste punt staat voor 'komen' en vreugde (dit kan dus zowel geboorte als huwelijk zijn). Het is niet bekend of de familie Kuijper ook vlaggetjes had. Als ze een vlag hadden, dan zullen ze die, ter vergroting van de feestvreugde, rechtopstaand in de bovenste wiek hebben willen steken. Laat dat duidelijk zijn!
Later komt de molenaar weer in actie. Voor de beste energie-overdracht, plaatst hij de molenwieken loodrecht op de wind en hij zet alle zeilen bij. Maar na ongeveer twaalf dagen komt de molen alweer uit de werkstand te staan. Juist nadat een van de wieken van de buitenroede door de verticale stand heen is gegaan, heeft de molenaar ze stopgezet. De buren zien de Zuurvensmolen in de verte stil staan en ze weten wat er aan de hand is: de onderste wiek voorbij het laagste punt staat voor over/voorbij (dit is dus vaak overlijden). De molen staat op de vang (rem). De kleine, adspirant oomzegger, is komen te overlijden.
Op 28 oktober 1752 compareert Jan Jansz Cuijper (een andere oom) bij de gemeente. Typering van het weer: betrokken. De wind is gedraaid en komt die dag overheersend uit het zuid-oosten. Ook de temperatuur is gedaald, met zes graden, tot rond de 4 Celsius. Jan meldt de klerk "dat is overleden in de Zuurvensmolen t kint van Pieter Jansz Mosch". 'Onvermogend. Akte te ligten Pro Deo' (gratis en voor niets). De belasting-inner, noteert het in sierlijk handschrift. Zo staat het er tot op de dag van vandaag nog. Het staat er gewoon. Het overlijden van Joannes moet een hard gelag geweest zijn voor de familie.
Bij terugkomst valt Jans oog direct op het wiekenkruis van de Zuurvensmolen. De molen staat nog in de rouwstand. De onderste wiek op "gaand", tenzij er natuurlijk gemaald moest worden van de molenmeesteren. Als op dat moment de Zuurvenspolder door regen met veel water zat, dan diende de molenaar voor de polder te malen.
In deze jaren wordt er veel gemalen. Er is volop gelegenheid om de wieken van de molen(s) weer op "mooi te zetten" (en vaak genoeg weer op lelijk ook!). Er komen nieuwe kinderen. Een heuse babyboom voltrekt zich binnen de familie Kuijper. Alle broers en zussen geven een geboortegolf te zien rond deze tijd.
(Bron: Doop Boek der katholijke Gemeente van Bergen, Namen der gedoopten van het jaar 1752)
(Bron: Bergen NH registratie van de impost op het begraven)
(Bron: het weer die dag volgens KNMI weerstation Zwanenburg, bekeken via Genealogieonline)
(Bron: A. Bicker-Kaarten over molentaal 'De Molen in ons volksleven' 1958, A.W. Sijthoff, Leiden, blz.121)

~ Flash forward (een vooruitblik)

Hoe dikwijls gaat het molenaarsberoep over van vader op zoon? Wat Jan (Jansz) Kuijper (ca. 1690-1762) betreft: vaak. Vele nazaten volgden zijn voorbeeld. Dat komt omdat de opleiding voor het beroep vaak gebeurde in familierelatie.
* Jan Jansz Kuijper de Jong (ca. 1718-1776) gaat eveneens het watermolenaarsvak in. Hoe het hem vergaat op de Sluismolen bij Koedijk is uitgezocht: het gaat hem daar niet steeds voor de wind, zie daar. Jan Janse woont trouwens niet bij de molen, maar aan de andere kant van het water, in Oostdorp (voorm. buurtschap van Bergen NH). Hij trouwt drie keer en krijgt een hele stoet met kinderen, zie daar.
* Dirk Jansz Kuijper (ca. 1719-1787), molenaar op de Middelreker watermolen, trouwt een meisje van Duijn. Hun zoon Cornelius wordt medio september 1752 geboren in Saenegeest (voorm. buurtschap van Bergen NH). Ook hij gaat watermolenaar worden. Cor neemt de bedrijfsvoering op de Middelreker watermolen over van zijn vader. Dirks kindskinderen idem dito, zij komen onder meer terecht in de Rekerpolder en in Spanbroek, zie daar.
* Wat Claas Jansz Kuijper (ca. 1717-1794) beroepsmatig uitvoerde weten we niet. Van Claas is bekend dat hij en zijn vrouw Anne Groot (ca. 1717-????), een dochter van Claes Groot, verkassen met hun gezin. Ze verhuizen rond 1750 van Zanegeest naar Huiswaard. T/m 30-9-1972 viel het noordelijk deel van deze polder onder de gemeente Koedijk, het zuidelijk deel onder de gemeente Alkmaar. Het is nieuwe woonomgeving, ook voor hun bijna 7-jarige zoon Klaas Klaaszn (1744-1809). Zijn zusje en broertje, Antje (1746-1746) en Dirk (1747-1750), bleken "komend" en al op jonge leeftijd weer (heen)"gaand". In Huiswaard worden van Claas en Anne nog drie kinderen geboren: Antje (bis 1751-1751), Pieter (1753-1827) en Dirk (bis 1755-1755). - wordt vervolgd -
Wat hun opa, Jan Kuiper (ca. 1660-1724) betreft. Wat hij voor de kost deed, weten we ook niet. Was hij wellicht al watermolenaar?
(Bron: archief van de Sluispolder / archiefbewaarplaats: Regionaal Archief Alkmaar)
(Bron: Doopboeken 1674-1811 RK Statie Oudorp St. Laurens / archiefbewaarplaats: RAA)
(Bron: doop- en trouwboeken 1721-1802, RK Statie Bergen: St. Petrus en Paulus / archiefbewaarplaats: Noord-Hollands Archief/Haarlem, bezocht in 2015)

~ Huiswaard ~

Als Claas Jansz & Anne met kleine Klaas (Klaasz.) en kleine Antje, rond 1750, in Huiswaard arriveren, is het een landelijk gebied. Het Noorden van deze polder hoort bij Koedijk. De buurtschap ligt bij Oudorp, een plek met veel molens (toen). Onder meer de strijkmolens van de Zes Wielen staan daar nog allemaal op hun molenplaats aan de Molenkade. De vijf strijkmolens aan de Molenkade heten A t/m E (de meest oostelijke van de groep was al in 1688 verbrand en niet herbouwd). De Alkmaarse molengang ziet eruit als een ingekorte versie van de molens bij Kinderdijk ZH: om maar een bekende dwarsstraat (molengang) te noemen.
(Bron: een oud filmfragment van de strijkmolens A t/m E in bedrijf, unieke opname van vóór 1941)

~ strijkmolenaar? ~

Een strijkmolen heeft dezelfde constructie als een poldermolen, maar is het niet. Het is welliswaar een watermolen, maar dan een met een zeer geringe opvoerhoogte: het apparaat strijkt het water als het ware weg van de ene naar de andere boezem. Om misverstanden te voorkomen: met een boezem wordt hier bedoeld: oppervlaktewater dat geen vast peil (waterhoogte) heeft. Dat boezemwater zit in een stelsel van kanalen die met elkaar in verbinding staan. Het begrip 'strijkmolen' wordt alleen in Noord-Holland gebruikt.

In 1753 zijn er veertien voor de Schermerboezem:
- A t/m E aan de Molenkade in Oudorp;
- 4 stuks achter Oudorp, o.m. de Ambachtsmolen en
- H t/m L bij Rustenburg.

In 1941 werden ze overbodig. Anno 2015 zijn er nog acht van de strijkmolens over. Ze verloren hun functie bij de gelijkstelling van het Schermerboezempeil met dat van de Raaksmaatboezem. Stichting De Schermer Molens is nu eigenaar van de strijkmolens I, K en L bij Rustenburg. De overgebleven strijkmolens in Alkmaar, B t/m E en de Ambachtsmolen, zijn in beheer bij de Alkmaarse molenstichting. Die houdt ze "aan de praat". want het spreekwoordelijke 'rust roest', geldt zeker voor houten molens. Het malen is vrijwilligerswerk: wel eerst diploma's halen!
(Bron: Molenstichting Alkmaar e.o.)
(Bron: Wikipedia)

Helaas is van het archief van de Ouddorperpolder bar weinig over (!) De archieven van de Oudburgerpolder, alsmede van de Zuider- en Midden-Rekerpolder, staan er beter voor. Misschien dat er in het Waterlands Archief nog wat te vinden is over het personeel van de molen bij Huiswaard, bij Hhrs vd US in K'land en W-Fr. De Polder Westerveer in Spanbroek, komt later aan bod. De stukken daarvan berusten bij Het Westfries archief (Geestmerambacht).

- wordt vervolgd -

***

~ Ter aarde bestelling van Jan Kuijper, alias Jan Dircxsz, in 1762 ~

Jan Kuijper is begraven tussen 1 en 22 april 1762 in Bergen NH.
Citaat uit het register van de impost (gemeentebelasting) op het begraven (gaarder): April 1762
aangever: blanco ~ overledene: Jan Jansz Cuijper ~ plaats: Sanegeest ~ Pro Deo (gratis en voor niets).

De registraties in dit impostregister hadden tot doel om de begraafbelasting te innnen. In die zin laten de notities in het impostregister zich slecht vergelijken met de overlijdensaktes in onze huidige burgerlijke stand/bevolkingsboekhouding. Want er ontbreekt nogal wat aan: de datum van het overlijden; de leeftijd van de overledene, de geboorteplaats; bij volwassenen de namen van de ouders; bij kinderen de naam van de moeder; de geboorteplaats. Ook werd de relatie aangever en overledene niet in alle gevallen aangeduid en bij vrouwen werd de familienaam soms weggelaten.

In dit impostregister staan in april totaal drie begrafenisaangiften genoteerd. De bovenste twee zonder specifieke dagaanduiding, waarvan Jans' begrafenis de eerstgenoemde is. De derde begrafenis is gedateerd op 22 april. Waarschijnlijk is Jan dus ergens tussen 1 en 22 april 1762 begraven.

Het handschrift in dit belastingregister is duidelijk afkomstig van dezelfde klerk. Genoemde notities laten zien hoe het handschrift van de klerk op verschillende momenten is beïnvloed door diens lichamelijke gesteldheid en door de tijd/schrijfruimte. Wat op de bladzijde opvalt aan de drie begrafenisaangiften van april is, dat ze zijn genoteerd op een super gelijkmatige wijze. Dat verraadt dat de klerk ze in één sessie, dus vlak achter elkaar, heeft genoteerd. Uit de datering maken we op dat de schrijver de begraafregistraties, in ieder geval de eerste twee, moet hebben gekopieerd. Dat kan met terugwerkende kracht zijn gedaan vanaf los(se) briefje(s) of dergelijke. Dat de klerk Jans' begrafenis niet meteen noteerde in het grote boek komt omdat hij zich niet hoefde te verantwoorden voor het afdragen van belastinggeld. De eerste twee begrafenissen van april waren "Pro Deo" (gratis), de aangevers hoefden geen belasting af te dragen. De danvolgende twee begrafenissen zijn gedateerd op 12 mei. De eerste begraafnotitie van mei staat vlak boven de tweede notitie van 12 mei gekriebeld. Dat gekriebel verraadt dat de eerste belastingregistratie er later tussen is gezet. Met een verbindende acolade heeft de klerk beide begrafenissen gedateerd op 12 mei.

Terug naar de begraafnotitie van Jans begrafenis. De aangever van Jans' begrafenis is hier blanco gelaten, omdat de schrijver diens naam onvoldoende heeft doorgekregen. De vraag in hoeverre dezelfde schrijver anno 1762 dan wel goed geïnformeerd kon zijn over Jans' patroniem is een lastige. Vastgesteld is dat er vanaf zeker 1726 zo al geen eenduidige bron meer overgeleverd is waarin Jans' patroniem genoemd wordt. Hoogstwaarschijnlijk werd Jan dus later in de wandeling jarenlang "Jan" of "Jan Kuijper" genoemd en bleef het patroniem achter in zijn jeugd (daar zijn geen bronnen van). De familie Kuijper was trouwens vrij vroeg met het uitdragen van de familienaam in Bergen (1710). De reden mag duidelijk zijn, met een voornaam plus achternaam kan je je beter onderscheiden van anderen dan met een veel voorkomende voornaam plus patroniem.

De indruk die je krijgt uit Jans' begraafnotitie is dat de schrijver zich niet erg beijverd heeft bij het noteren van diens gegevens. Ten eerste had de klerk blijkbaar geen idee wie Jans' begrafenis aangaf. Ten tweede blijft hij zeer vaag over het tijdstip van Jans' gratis teraardebestelling, die was "ergens" tussen 1 en 22 april geweest. Desondanks wist de schrijver nog wel te melden dat de naam van Jans' vader ook Jan zou zijn geweest, hoe dan? Hoogstwaarschijnlijk heeft de schrijver Jans' vader (geboren omstreeks 1660) niet persoonlijk gekend ..

Het sterfjaar van Jan Kuijper is inmiddels met zekerheid vastgesteld op 1762. Deze vaststelling volgt uit twee verschillende bronnen, die hetzelfde beweren (kruisverwijzing). De ene bron is de bovengenoemde impostregistratie van Jans' eigen begrafenis in april 1762. De andere bron, die als toetssteen dient, is de vastgestelde jaarrekening uit 1762 van de Zuurvens poldermolen, waarin Jan voor het laatst genoemd wordt. Dankzij die toetssteen kunnen we gevoeglijk aannemen dat Jans teraardebestelling inderdaad plaats vond tussen 1 en 22 april 1762. Daaruit volgt dat Jan al gauw een jaar of 72 á 77 jaar werd, wat lang niet gek is voor die tijd.

***
Terugblik 2015
Voorlopige onderzoeksresultaten uit 2015 gaven aanvankelijk een compleet ander beeld te zien:
~ Patroniem ~ naam van de vader (pater= vader, nomen= naam)
Uit bovengenoemd patroniem JANsz. (Jans zoon) is gedistilleerd dat de vader van deze Jan eveneens Jan heette. Dit gegeven matcht met een oudere belastingaangifte in dezelfde woonplaats: "Op den 26 maert 1724 heeft Cornelis Jacobsz aangegeven het lijck van Jan Kuiper opt Saeneg:t onder de classis van de onvermogende.": genoemde identieke naamdrager is 38 jaren eerder overleden en kende blijkbaar dezelfde standplaatsgebondenheid: het zijn mijns inziens dus vader en zoon.
Deze aanvankelijke hypothese is in 2016 verlaten.

Voorlopige onderzoeksresultaten uit 2015 gaven aanvankelijk een compleet ander beeld te zien:
Het geboortejaar van "onze" Jan Kuijper (ook: Jan Jansz Cuijper*) is ingeschat. Dit is gebeurd via de levensloop van zijn kinderen, waar al meer over bekend is, en door archiefstukken, die ons herinneren aan zijn noeste, arbeidzame leven. De vader van deze Jan (Jansz) Cuijper heet: Jan Kuiper (..)
Deze aanvankelijke hypothese is in 2016 verlaten.

***
vervolgonderzoek 2016
Op het punt van de voornaam van Jans' vader spreken de bronnen elkaar tegen. Zij doen dat op grond van Jans' patroniem ..
Volgens de vroegste bronnen, trouwregistratie uit 1710 met aansluitend een kwartet (viertal) van doopjes uit 1721-1725, is Jans' patroniem: "Dircxsz".
Volgens een latere bron, Jans' eigen begrafenis/begraafregistratie uit april 1762, zou Jans' patroniem zijn: "Jansz".
Het onderzoek naar Jans' vader Dirck loopt. Vader Dirck zal geboren zijn rond 1660. - wordt vervolgd -

Jans' geboortedatum, omstreeks 1690, lijkt een prima schatting. De schatting is gebaseerd op de oudste bron uit 1710. Volgens de jaarrekening van de Zuurvens poldermolen, was Jan Kuijper daar in dat jaar als bevrachter aan het werk. Geschatte minimumleeftijd bij een dergelijk dienstverband kan een jaar of 20 zijn. Die schatting blijkt nu te matchen met de trouwdatum van zijn alias: Jan Dircxsz. Jan Dircxsz trouwt op 2 november 1710, met Anna Dircxs. De trouwdatum van Jan en Anna valt precies in het jaar waarin de naam van Jan Kuijper actief wordt, c.q. voor het eerst werkgerelateerd opduikt. Door deze overeenkomst in beide bronnen kunnen we een betrouwbare inschatting maken van het geboortejaar van Jan Kuijper, alias Jans Dicxsz. Aan de hand van zowel Jans' werkgerateerde leeftijd (ca. 20 jaar) als zijn huwbare leeftijd (dito, misschien 25 jaar) schatten we in dat Jan inderdaad geboren kan zijn rond 1690. Maar het kan ook best zo zijn dat hij een jaar of vijf ouder was, geboren rond 1685. De leeftijdsinschatting volgt dus uit een kruisverwijzing tussen twee verschillende bronnenverzamelingen, die in dezelfde richting wijzen (toetssteen).

Heeft u aanvullingen, correcties of vragen met betrekking tot Jan (alias Jan Dirkzen) (alias: Jan Dircxsz) Kuijper (STAMVADER)?
De auteur van deze publicatie hoort het graag van u!


Bronnen

  1. Archieven van Zuurvens- Oudburger- Noorder- en Middel- Reekerpolder, jaarrekeningen 1710-1732, geraadpleegd 2015
  2. Jaarrekeningen van de Noorder Reekerpolder, met name 1730 en 1731
  3. Visser en J. Pieterse, Hollandsch molenboek, Uit. N.V. Holdert & Co, Amsterdam, zjt.
  4. Jaarrekeningen van de Oudburgerpolder, met name 1735 t/m 1741
  5. Jaarrekeningen van de Zuurvens polder, met name 1742 t/m 1762
  6. Register van den impost op het begraven Bergen NH
  7. Doop- en Trouwboeken 1721-1802, RK Statie Bergen: St. Petrus en Paulus
  8. Register van den impost op het begraven 1717-1810 Bergen NH
  9. Bergen Quohier der Verpondingen van de buurten en gehugten in de Vrije Heerlijckheijt van Bergen in kennemerlant 1733
  10. Archief van de Oudburgerpolder, jaarrekeningen 1735 t/m 1741
  11. Archief van de Zuurvenspolder, Jaarrekeningen 1742 t/m 1762
  12. Register van den impost op het begraven Bergen NH 1717-1793 (13-16) / 1793-1805 (17a) / 1805-1810 (17b)
  13. Rooms Katholiek doopboeken Bergen NH 1721-1802 (3a) en 1802-1811 (4a)
  14. Acte van Trouw: Huwelyck bevestight door Schout en Schepenen der Heerlyckheyt Bergen in Kennemer-landt

Tijdbalk Jan (alias Jan Dirkzen) (alias: Jan Dircxsz) Kuijper (STAMVADER)

  Deze functionaliteit is alleen beschikbaar voor browsers met Javascript ondersteuning.
Gebruikte symbolen: grootouders grootoudersouders oudersbroers-zussen broers/zussenkinderen kinderen
Sleep de tijdbalk om terug of verder in de tijd te gaan (of gebruik de l en r toetsen). Klik op de namen voor meer informatie.

Over de familienaam Kuijper (STAMVADER)


Historische context (op basis van trouwdag 2 november 1710)


    

De publicatie Genealogie Kuijper is samengesteld door (neem contact op).