genealogieonline

Kwartierstaat van ir. W.F.H. Naudin ten Cate » ENKELE REIS MAASTRICHT-AMSTERDAM

Inspecteur Vervoer mr. Naudin ten Cate werd overgeplaatst.

Mr. C.A.O. Naudin ten Cate, inspecteur van het Vervoer Nederlandse Spoorwegen, gaat op eerste paasdag, 1 april, zijn standplaats Maastricht verlaten. Wegens zijn hooggewaardeerde kundigheid werd hij benoemd tot inspecteur­beheerder van het Vervoer te Amsterdam, de voornaamste inspectie van de N.S. in Nederland. In deze verantwoordelijke functie volgt de heer Naudin ten Cate de heer mr. J. P. A. van Ballgoyen de Jong op.

Ver van Maastricht, in het noorde­lijke Den Helder, werd de heer Naudin ten Cate op 3 mei 1911 geboren als zoon van de vlootcommandant viceadmiraal W. Naudin ten Cate. De zoon, die in plaats van het ruime sop de rechte rail koos, studeerde rechten in Leiden en kwam op 1 mei 1939 bij de Nederlandse Spoorwegen.

De jonge pientere meester in de rechten kreeg zijn opleiding als aspirant adjunct inspecteur, werkte op de Centrale Lijndienst in Utrecht en doorliep de verschillende afdelingen zoals de landelijke stationsdienst, re­geling goederentreinen en treinpersoneel.

Als een allround N.S.-er werd hij 1 mei 1951 overgeplaatst naar Maastricht waar hij vanaf 1 september 1953 het beheer over de inspectie Limburg voerde.

Net een lustrum bleef de inspecteur­beheerder van het Vervoer in de Lim­burgse hoofdstad. Hij deed zijn ver­antwoordelijk werk zó uitstekend, dat de Utrechtse directie mr. Naudin ten Cate naar de hoge Amsterdamse post promoveerde. Maastricht, de bevol­king, en vooral het N.S.-personeel, dat in deze inspecteur van het Vervoer een pracht mens zag, zal mr. Naudin ten Cate met gemengde gevoelens op 1 april de trein zien nemen naar de landelijke hoofdstad. Omgekeerd zal deze uitstekende functionaris veel missen als hij straks in Amsterdam woont. Boven alles zag hij de mens in zijn personeel. De zuidelijke menta­liteit voelde hij met al zijn jovialiteit in de toppen van zijn vingers. Hoe „versierde” hij het niet als prins Carnaval de stad binnenreed per „Boter­trein”, officiële ontvangsten met de Heiligdomsvaart waren tot in de puntjes verzorgd, hij smeedde com­plotten met de Vijf Limburgse Repu­blikeinen en regelde het vertrek van de Lourdes treinen. Dag en nacht was de heer Naudin ten Cate in touw tijdens de afgelopen vorstperiode. Aan hem was het te danken, dat het goederen­verkeer puik bleef functioneren en Nederland niet met een lege kolenkit kwam te zitten. Amsterdam mag zich in de handen wrijven met zo'n inspectiebeheerder van het Vervoer.

(uit: “De Nieuwe Limburger”, febr./maart 1956).


Andere Geschichten


Zurück zur Startseite dieser Publikation