De publicatie Stamboom Kraster uit de Kalkwijk bij Sappemeer in Groningen is samengesteld door Hans Middendorp* (neem contact op). De gegevensverzameling bestaat uit 4.281 personen, vanwege privacy zijn de gegevens van 433 personen niet gepubliceerd. Een lijst met gebruikte bronnen en bewaarplaatsen/archieven is te vinden op de bronnen pagina. Er zijn 289 mogelijke overeenkomsten met andere publicaties op genealogieonline. U vindt meer statistische informatie over de publicatie (zoals aantallen en spreiding van genealogische gebeurtenissen) op de tellingen pagina. Deze publicatie is voor het laatst bijgewerkt op donderdag 29 juli 2010.
De stamvader van de naamdragers Kraster in Nederland is Anthoni Krätzer ca 1543 uit Aeschi bei Spiez in Zwitserland. Krätzer betekent 'baarsje'.
Melchior Krätzer geb. 1668 moest in 1711 vluchten met zijn vrouw Elsbeth Graff, omdat zij doopsgezind was en al in Bern gevangen had gezeten. Joseph Crasser, geboren in 1702 in Zwitserland, was met zijn ouders Melchior en Elsbeth meegekomen. Een deel van die vluchtelingen vestigden zich 'aan het einde van de toenmaals bekende wereld' in de veenkolonieën rondom Sappemeer.
In 1711 kwamen ca. 340 Zwitserse Doperse vluchtelingen (mannen, vrouwen en kinderen) op vier schepen naar Amsterdam. Enkele weken na aankomst vertrok het merendeel naar de provincie Groningen (de stad Groningen plus omgeving, en Sappemeer), naar Kampen en naar Deventer. Op de schepen waren ook leden van de familie Lehner (Peter Lehner, Leraar (voorganger) van de Zwitsers, en zijn vrouw Elsbet Rogener) en van de familie Krätzer (Melchior Krätzer, zijn vrouw Elsbet Graff en hun vier zonen en drie dochters in de leeftijd van 6 maanden tot 14 jaar). Peter Lehner en zijn vrouw vestigden zich in Sappemeer, waar hun twee zonen werden geboren. Melchior Krätzer is vermoedelijk met zijn familie naar Kampen gegaan. De oudste zoon van Melchior was Anthoni Krätzer, die 1719 in Groningen trouwde met Salome Roth (ook een van de opvarenden van de schepen). Vanaf 1740 was hij Leraar van de Nieuwe Zwitsers in Groningen Sappemeer. Bij de groep van 'Zwitsers' sloten zich in de beginjaren ook enkele tientallen Nederlanders aan, die zich aangesproken voelde door de vrome en sobere wijze van leven van de Zwitsers. Tot die Nederlanders behoorden o.a. een aantal leden van de uit Deventer afkomstige familie Van Calker.
Omstreeks 1720 voltrok zich evenwel een scheuring binnen de Zwitserse gemeenschap. Er ontstonden twee groeperingen: de Oude Zwitsers: die onverkort vasthielden aan de strenge Amische voorschriften, het Duits als kanseltaal gebruikten en ook uit een Duits liedboek zongen; en de Nieuwe Zwitsers, die niet de strenge soberheidseisen van de Oude Zwitsers hanteerden (in kleding - geen nieuwerwetse knopen! - en wijze van wonen), en bij wie in het Nederlands werd gepreekt. De toegetreden Nederlanders vinden we terug bij de Nieuwe Zwitsers, maar ook veel van de vluchtelingen van 1711. Zo bijv. de familie Lehner (werd Leenders) en de familie Krätzer (werd Kraster). De families Lehner, Krätzer en Van Calker waren belangrijke families in de gemeenschap van de Nieuwe Zwitsers, want uit deze families kwamen verscheidene leraren voort. Voor het hele verhaal, zie: "Terwijl in de Kalkwijk veele dier doopsgezinden woonen" - Doopsgezinden in een Groninger veenkolonie in de achtiende eeuw. B.E. Dop (1995). In: Doopsgezinde Bijdragen (21). Te bestellen bij Doopsgezinde Historische Kring in Amsterdam.
De genealogische informatie is gebaseerd op internetstudie, met name 'genlias', 'drenlias' en 'alle groningers', en andere stambomen gpubliceerd op internet. Caveat Emptor! Opmerkingen & aanvullingen altijd welkom!
* Hans Middendorp is een achterkleinzoon van Hendrikje Kraster (b. 1861).
Index op familienamen