Beroep: Schrijfster kinderboeken, romans.Anna Hers heeft de volgende boeken geschreven.
het beugeljong, beugeljong getrouwd, moeders voorbeeld, groter worden,
(de) familie welmoed, toop en haar pupil, de oude hoeve, de almenhoeve,
zuster agnes, frouwientjes levenskansen, het buurtje, eindelijk toch thuis,
ko weet uitkomst, hanseltjes advent, teus ziet het spoor, barbara rens,
op de drempel, marjolijntje van de state, toen ging de hemel open,
het heilige leven, jozua brunsveld, martha's grootste levensles, inwijding.
1914-1940 Van boekenplankje tot prijsvraag
De Eerste Wereldoorlog mag dan ongunstig geweest zijn voor de economische en materiële ontwikkeling van Nederland, een aantal maatschappelijke ontwikkelingen raakt juist in een stroomversnelling met als gevolg dat de afstand tussen hoog en laag, boven en onder kleiner wordt. Zo groeien de middengroepen in aantal en autoriteit dankzij de industrialisatie, de verplichte scholing voor iedereen en de voortschrijdende democratisering - vrouwen krijgen in 1919 kiesrecht.
Deze ontwikkeling is niet direct zichtbaar in de leescultuur van die jaren. De beheerders van de Reizende Volksbibliotheek klagen in 1925 tenminste over de teruggang in de leesbelangstellmg op het platteland. De schuld daarvan schuiven zij op de algehele malaise, de noodgedwongen verhoging van het leengeld - een cent per week! - én de opkomst van de radio. Ze is wel zichtbaar in de strategieën van uitgevers en leesbevorderaars die een groter publiek proberen te bereiken.
In navolging van de Amsterdamse Nutskinderleeszaal, beter bekend als De Wijde Steeg, worden op verschillende plaatsen in het land ( Utrecht, Rotterdam, Den Haag) kinderleeszalen of jeugdbibliotheken opgericht. Daarvan getuigt de oproep van een spraaklerares te Emmen in Het Kind: Wij moeten de jongens en meisjes in de gemeente Emmen (Dr.) op winteravonden van de straat houden. Maar dan moeten wij ze er ook iets voor terug geven. Een leeszaaltje, met goed licht en warmte, met tafeltjes en stoelen, en in de eerste plaats goed voorzien van boeken. Alle boeken zijn welkom! - Kijkt U uw boekenkast eens even na, of U niet iets missen kunt; meestal heeft U veel te veel boeken thuis en zoekt alleen naar een gelegenheid een goede bestemming voor ze te vinden. Welnu! stuurt U die oude boeken dan.
Stonden voor de Eerste Wereldoorlog vooral de criteria voor het goede kinderboek in de belangstelling, nu beijveren de drie zuilen zich voor het winnen van lezers, ieder vanuit de eigen levensovertuiging. De neutrale zuil bekleedt in die strijd de sterkste positie. Niet alleen omdat onderlinge verdeeldheid tussen orthodox en vrijzinnig zoals bij de protestanten en de katholieken ontbreekt, maar ook omdat er meer neutrale boeken zijn.
Het verzuild winnen van lezerszielen blijkt uit de oprichting van een Keurraad voor Roomsche Jeugdlektuur op 25 juni 1924, de latere IDIL. De Keurraad bekijkt de boeken voor de jeugd vooral vanuit godsdienstig-zedelik oogpunt. Twee jaar later introduceert een neutrale Commissie voor kinderlectuur en kinderbibliotheken De kleine Vuurtoren, een jaarlijkse gids met adviezen over nieuw verschenen kinder- en jeugdboeken. In feite de voorloper van de huidige Boek- en Jeugdgids van NBLC en CPNB. In 1933 volgt de Stichting Jeugdlectuur te Amsterdam die vanuit een positief christelijk standpunt goede lectuur onder de jeugd wil brengen. Het middel daartoe is opnieuw een lectuurgids met principiële voorlichting over boeken die voor jongeren bestemd zijn alsook over boeken die voor ouders en jeugdleiders van belang zijn.
Van Holkema & Warendorf, die van oorsprong christelijk hervormde wortels heeft, schaart zich onder de neutrale zuil en ontwikkelt met behulp van boekenlijsten en aantrekkelijk uitgegeven brochures een eigen commercieel beleid om het lezen en de verkoop van haar boeken te bevorderen. Ons Boekenplankje, Een Nieuwe goedkoope Bibliotheek voor Jongens en Meisjes (1922), neemt in dat beleid een bijzondere plaats in.
De tijden zijn duur en de tijden zijn slecht is de algemeen gehoorde klacht en men moet zich zoveel mogelijk bezuinigen. En wanneer er dan bezuinigd wordt, dan komen daarvoor allereerst de boeken in aanmerking, want boeken zijn duur. Weet men echter wel wat men zijn kinderen onthoudt, als men ze geen goede boeken meer geeft, men onthoudt ze niet alleen veel genot, maar men staat hun ontwikkeling voor het betere leven in den weg. Een boek is de beste vriend voor jong en oud!
Wij willen nu beginnen met de boeken weer goedkoop te maken en vooral de boeken voor de jeugd. Maar deze goedkoope boeken moeten én wat inhoud betreft én wat de uitvoering aangaat,toch tot de allerbeste behooren.
Wij hebben ons daartoe in verbinding met de beste schrijvers, teekenaars en drukkers gesteld en het resultaat daarvan is de verschijning van Ons Boekenplankje.
De eerste twaalf boeken - in linnen gebonden met elk vier plaatjes en een in vier kleuren gedrukt omslag van Netty Heyligers - kosten 1,25 per deel. Bij intekening op de hele serie kan men voor 5,- het bijpassende eikehouten kastje aanschaffen. Die lage prijs is mogelijk dankzij de hoge oplagen, het laten binden van maar liefst 50.000 exemplaren tegelijk en het uitbrengen van herdrukken van gerenommeerde auteurs. Zo levert C.Joh. Kieviet een bewerking van Gullivers reizen. J.J.A. Goeverneur vertelt over Don Quichot van La Mancha en bekende vrouwelijke schrijfsters als Agatha en Suze Andriessen over mooie meisjes en hun kostschoolperikelen.
Deze vorm van propaganda werkt kennelijk, want al in het voorjaar van 1923 worden de volgende zes delen aangekondigd. Onder andere Een vroolijk Troepje van Rina van der Hout met daarin Loes en Mies, aardige figuurtjes die heel het boek door van eenamusante beweeglijkheid en praatlust zijn en het jongensboek Jack van Wely van Bob Haringsveldt, een sympathieke jongen vol moed en waarheidszin die kattekwaad en ongelooflijke streken uithaalt. De serie omvat uiteindelijk vierentwintig delen.
Zes jaar later (1928) verrast Van Holkema & Warendorf de kinderboekenwereld met een poging niet alleen de kwantiteit maar ook de kwaliteit van het jeugdboek te verbeteren. Het middel daartoe is een prijsvraag ter waarde van 1.000,- voor de auteur van het beste Jongensboek en het beste Meisjesboek.
De winnende manuscripten zullen worden gepubliceerd in de serie Bekroonde Boeken voor jongens en meisjes, voortreffelijk uitgegeven op houtvrij papier met linnen band en duidelijke druk, voor den billijken prijs van 2,90 voor gebonden exemplaren of 2,- voor ingenaaide.
De motieven voor de prijsvraag lopen uiteen: Reeds sedert jaren is geklaagd over het gehalte van de jongens- en meisjesboeken. Verschillende commissies werden samengesteld om deze kinderlectuur te beoordeelen en de goede boeken aan te bevelen. Om te komen tot een serie boeken, waarvan men vooruit weet, dat ze in alle opzichten zouden voldoen, hebben wij onze prijsvragen uitgeschreven. Wij hadden daarbij een tweede doel voor oogen en wel om aankomende auteurs aan te moedigen, sluimerende talenten te doen ontwaken en nieuwe auteurs te ontdekken, die wat aan onze jongens en meisjes te vertellen hebben. In dit opzicht zijn wij zeker ook geslaagd. Maar om onze prijsvragen het vertrouwen van het publiek te geven en verzekerd te zijn, dat het beste gekozen zou worden, hebben wij een jury van hoogstaande vrouwen en mannen uitgenoodigd... Zoo zijn wij verzekerd, dat het allerbeste gekozen werd.
Deze jury van hoogstaande vrouwen en mannen, met onder meer C.Joh. Kieviet, Theo Thijssen, Top Naeff en J.P. Zoomers-Vermeer, krijgt maar liefst 143 manuscripten te beoordelen. Daarvan vallen bij eerste lezing meteen een honderdtal af. Na veel discussie over de resterende veertig wordt besloten een achttal boeken te selecteren voor publikatie in de nieuwe serie. Vier jongensboeken: Averij door Marie C. van Zeggelen, Onder de Duinkerkers door G.C. Hoogewerff, De stem in het Bosch door L.D.A.P. van Son en Keesie Oranje door Kees Valkenstein. En vier meisjesboeken: Wij, met ons vijven, in Rome door Tine Cool, Het Beugeljong door Anna Hers, Ons Honk door Diet Kramer en Didi's avonturen door Chr. Moresco-Brants.
De eerste prijs gaat respectievelijk naar Averij en Wij, met ons vijven, in Rome, al zullen het onsterfelijke Het Beugeljong, Ons Honk en Keesie Oranje populairder blijken te zijn.
De pers reageert laaiend enthousiast. Het Beugeljong is een der allerbeste meisjesboeken welke wij ooit lazen. En niet alleen als specifiek meisjesboek komt het lof toe. Ook ouderen, ook ouders zullen heel veel voldoening in het lezen ervan vinden.Anna Hers geeft een teere fijne beschrijving van wat er leeft en werkt in hoofd en hart van het naar het lichaam ongelukkige Beu-geljong. Zij heeft de sfeer van Beugeltje's omgeving zoo voortreffelijk getroffen en teekent dit milieu met een levende stift. Het verhaal is luchtig gebleven en om dat te bereiken laat ze er tevens als hoofdpersonen Jobs en Dobs, de tweelingen, in optreden. Die beide schooiertjes die zieltjes-zonder-zorg, brengen de heilzame afleiding als Beugeltje's fantasieën in diepe gedachten soms een weemoedige stemming zouden gaan scheppen. Ieder meisje zouden we willen aanraden Het Beugeljong te lezen!!! aldus de Haagsche Courant.
Het Beugeljong (1928) zou in de kommer-en-kwelboeken van een halve eeuw later geen slecht figuur geslagen hebben. Noortje van Hemert kan weinig omdat zij een beugel moet dragen aan haar verminkte been. Zo moet zij heel wat kindergeluk ontberen dat haar vier zusjes wel ten deel valt. De huiselijke situatie is zorgelijk. Haar moeder kan niet aarden in het dorp en vertoeft soms maanden bij grootmoeder in Den Haag. In het dorp wordt druk geroddeld over een op handen zijnde scheiding. Maar het kan altijd erger. Beugeltje heeft een vriendin wier vader is opgepakt wegens speculeren met geld en als zij weer eens in het ziekenhuis wordt opgenomen, ligt in het bed naast haar ene Hansje die door toedoen van haar dronken vader nooit meer zal kunnen lopen.
Gelukkig is Beugeltje gezegend met een rijke fantasie, een helder begrip en een gevoelig hartje. Met haar vader kan ze ernstig spreken en in haar vrije uren schrijft ze sprookjes en verhalen. Als moeder een van die verhaaltjes leest, krijgt zij een andere kijk op haar dochter en nodigt haar uit voor een logeerpartij in Den Haag bij grootmoeder. Daar wordt Beugeltje ernstig ziek. Haar vader wordt geroepen en aan het ziekbed van hun kind vinden de ouders elkaar terug. Een mooi boek met veel droevigs en innerlijks waarin ook de vrolijke noot niet ontbreekt.
Het Beugeljong was niet het eerste boek van Anna Hers (1885-1968), maar wel het enige boek waarmee zij geschiedenis heeft gemaakt. De familie Welmoed (1913) en Martha's grootste levensles (1928), een boek voor oudere meisjes dat in de oorlog van 1914-1918 speelt, verdwenen in de vergetelheid, evenals Grooter worden (1932) en Het Beugeljong getrouwd (1937). Al haar boeken doen een beroep op het nobele in de mens, een levensvisie die zij als directrice van de Openbare Leeszaal in Oud-Beijerlandkon uitdragen.