Stamboom De Klark » Aaltje Hendriks Binken
Persoonlijke gegevens Aaltje Hendriks Binken 
- Zij is gedoopt op 13 april 1766 in Hoogeveen.[ Bron 1 ]Volgens het register van de Maatschappij van Weldadigheid (Drents Archief) was Aaltje geboren op 1-1-1770.
Dit klopt niet met de doopdatum en de opgegeven leeftijd bij overlijden. - Zij is overleden op 31 maart 1825 in Kolonie Willemsoord, Gemeente Steenwijkerwold.[ Bron 2 ]Het overlijden van Aaltje Hendriks Binken werd aangegeven door Cornelis Andries Smit, oud 56 jaar, huisvader in de kolonie Willemsoord en Jan Cupers(??), oud 51 jaar, kolonist te Willemsoord. Volgens aangevers was Aaltje 60 jaar oud.
De tweede aangever verklaarde niet te kunnen schrijven.
Aaltje werd aangegeven als Aaltje Gort, de naam van haar eerste man.
Zij is overleden in huis 37 te Willemsoord.
Zij was de vrouw van Jan Sirps, kolonist te Willemsoord. - Beroep: Arbeidster.[ Bron 3 ]
Voorouders van Aaltje Hendriks Binken
| Hendrik Jans Binken | Elisabeth Roelofs | ||
Aaltje Hendriks Binken 1766-1825 | |||
| x.(1) Hendrik Hendriks Gort 1755-1802 | ||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||
x.(2) 1816
Arent Thomas
± 1767-1818
x.(3) 1819
Jan Harms Hofman Sirps
1750-1828
Gezin van Aaltje Hendriks Binken
Zij is getrouwd met (1) Hendrik Hendriks Gort.
Kind(eren):
- Geesien Gort 1792-????
- Elizabeth Gort 1794-1837
- Hendrikje Hendriks Gort 1796-1868
- Grietje Hendriks Gort 1798-1853
- Jantje Gort 1801-1801
- Hendrik Hendriks Gort 1802-1852
Zij is getrouwd met (2) Arent Thomas op 4 mei 1816 te Hoogeveen[ Bron 4 ].
Zij is getrouwd met (3) Jan Harms Hofman Sirps op 12 juni 1819 te Hoogeveen[ Bron 5 ].
Notities bij Aaltje Hendriks Binken
De eerste kolonisten uit Hoogeveen
De 'Regenten van het armen-Werkhuis te Hoogeveen' slaan snel toe als de Maatschappij van Weldadigheid midden 1819 de mogelijkheid opent om contracten af te sluiten voor plaatsen in de kolonie. Als vierde sluiten ze in de eerste dagen van december een zogenaamd A-contract af, wat dan ook in de boeken als A 4 voorkomt.
Bij de start van Willemsoord zomer 1820 zijn zes van de 100 hoeves gereserveerd voor pupillen van het Armwerkhuis. Hier een summier overzichtje van de belevenissen van die eerste Hoogeveense kolonisten, her en der aangevuld met door Henk Elsinga verstrekte gegevens over hun leven voor en na de kolonie.
Bij een A contract betaalt de contractant 60 gulden per jaar per kind voor zes wees- of armenkinderen, 360 gulden per jaar dus. Voor dat geld mag hij drie hoeves in gebruik nemen en als hij zestien jaar betaald heeft, zijn die drie hoeves eigendom geworden en mag hij er 'voor altoos' mensen op plaatsen. Het Hoogeveense Armwerkhuis contracteert dubbel, dus ze betalen 720 gulden per jaar voor twaalf kinderen en mogen dus zes hoeves opvullen.
De officiële bedoeling is dat die twaalf op twee hoeves komen met bij elke zes een bejaard kinderloos echtpaar als 'huisverzorgers' om op ze te passen en dat er vier gewone arbeidersgezinnen komen. Maar Hoogeveen zendt maar één 'hoeve-vullend' gezinen bij de andere vijf deelt ze wezen in. Ik heb de indruk dat ze stiekem veel meer wezen wegwerkten dan waar ze voor betaalden.
Op het moment dat ze het contract tekenen, weten ze nog niet precies wie ze in juni 1820 willen sturen. Maar dankzij het onlangs gevonden stamboek Willemsoord ± 1822 tot ± 1824 (Drents Archief, toegang 0186, inventarisnummer 1407), zijn bijna alle Hoogeveense namen bekend. Zie ook hun verneldingen op de Willemsoord-pagina.
De hele meute arriveert op maandag 5 juni 1820, een kleine veertig personen, dus dat moet een hele optocht door zuid-Drenthe geweest zijn. Diezelfde dag arriveren er nog tientallen anderen uit het hele land, het moet die dag een gekkenhuis geweest zijn.
Hieronder de zes Hoogeveens hoeves in de begindagen. Achtereenvolgens:
- Hoeve no 1 gezin Zwiers met ingedeelden
- Hoeve no 34 gezin Loggies met ingedeelden
- Hoeve no 36 gezin Lodewijk
- Hoeve no 37 huisverzorgers Sirrep/Benken met ingedeelden
- Hoeve no 38 huisverzorgers Koster/Flap met ingedeelden
- Hoeve no 46 huisverzorgers Hartman/Flap met ingedeelden
Willemsoord hoeve 37, huisverzorgers Sirrep/Benken met ingedeelden
Bij Jan Sirrep, die ook als Sierp voor komt, en Aaltje Benken geeft de kolonie-administratie slechts globale geboortejaren, bij Jan staat 1750 en bij Aaltje 1770. Met zulke leeftijden zullen ze zijn bedoeld als huisverzorgers en er zijn ook geen eigen kinderen, alleen ingedeelden. Ze doen dit werk een aantal jaren, Aaltje Blenken overlijdt 1 april 1825, Jan Sierp/Sirrep 23 september 1828.
Aaltje mag in de kolonie-administratie dan als Blenken of Benken voorkomen, onder de naam Aaltje Hendriks Binken staan haar gegevens in de stamboom De Klark.
Er blijkt dat Aaltje en Jan een jaartje voor hun komst naar de kolonie te Hoogeveen getrouwd zijn, voor beiden hun tweede huwelijk.
Bij hun aankomst dragen ze de zorg voor zeven ingedeelden, vijf uit Hoogeveen en twee uit Dordrecht. Die laatsten laat ik even buiten beschouwing, de andere:
- Jantien Koops is verreweg de oudste, ze zou bij aankomst al 40 jaar zijn. Dat duidt er op dat er geestelijk of lichamelijk iets mis is en de Hoogeveense regenten er geen raad mee wisten. Dat lijkt te worden bevestigd door de vele overplaatsingen van de ene koloniale hoeve naar de andere die ze tijdens haar verblijf zal hebben. Ze is nog steeds ingedeelde als ze in 1844, ongeveer 64 jaar oud, overlijdt.
- Pietertje Hendriks Kattouw is maar een jaartje jonger en daarvoor gaat hetzelfde op, ook qua grote aantal verhuizingen. In 1843 is ze ongeveer 62 jaar en wordt ze overgeplaatst naar Veenhuizen. Of ze daar tussen de bedelaars komt of bij een arbeidershuisgezin wordt ingedeeld weet ik (nog) niet.
- Jan Sterken en Hilbert Sterken, met de geboortejaren 1808 en 1809, zullen ongetwijfeld broers zijn. Ze vertrekken na een kleine vier jaar samen van de kolonie: 17 februari 1824.
- Gerrit Molen is na zijn terugkeer uit de strafkolonie (zie bij hoeve 1) hier ingedeeld.Als zijn geboortejaar is genoteerd 1797 en je zou hem gerust 'vluchtgevaarlijk' kunnen noemen. Want na zijn eerdere desertiepoging in 1821, neemt hij mei 1823 opnieuw de benen. Evenals in augustus 1825 en in de zomer van 1826. Dan besluit men hem maar een tijdje in de strafkolonie te houden, maar.... augustus 1828 deserteert hij daarvandaan!
Ook niet voor lang. Uiteindelijk is hij ongeveer 38 jaar als hij 26 augustus 1833 in de strafkolonie overlijdt.
Bovenstaande gegevens met medeweten van de auteur ontleend aan het boek van Wil Schackmann: De Proefkolonie.
Bevolkingsregister van de Maatschappij van Weldadigheid
Aaltje Benken, geboren op 01-01-1770; plaats van herkomst: Hoogeveen; godsdienst: herv.; aangekomen op 05-06-1820; ingeschreven in Willemsoord als kolonistenmoeder; overleden op 01-04-1825.
Ingeschreven als wonende op hoeve: 54 (inv.nr. 1358); 54 (inv.nr. 1359).
Bron: Drents archief.
De 'Regenten van het armen-Werkhuis te Hoogeveen' slaan snel toe als de Maatschappij van Weldadigheid midden 1819 de mogelijkheid opent om contracten af te sluiten voor plaatsen in de kolonie. Als vierde sluiten ze in de eerste dagen van december een zogenaamd A-contract af, wat dan ook in de boeken als A 4 voorkomt.
Bij de start van Willemsoord zomer 1820 zijn zes van de 100 hoeves gereserveerd voor pupillen van het Armwerkhuis. Hier een summier overzichtje van de belevenissen van die eerste Hoogeveense kolonisten, her en der aangevuld met door Henk Elsinga verstrekte gegevens over hun leven voor en na de kolonie.
Bij een A contract betaalt de contractant 60 gulden per jaar per kind voor zes wees- of armenkinderen, 360 gulden per jaar dus. Voor dat geld mag hij drie hoeves in gebruik nemen en als hij zestien jaar betaald heeft, zijn die drie hoeves eigendom geworden en mag hij er 'voor altoos' mensen op plaatsen. Het Hoogeveense Armwerkhuis contracteert dubbel, dus ze betalen 720 gulden per jaar voor twaalf kinderen en mogen dus zes hoeves opvullen.
De officiële bedoeling is dat die twaalf op twee hoeves komen met bij elke zes een bejaard kinderloos echtpaar als 'huisverzorgers' om op ze te passen en dat er vier gewone arbeidersgezinnen komen. Maar Hoogeveen zendt maar één 'hoeve-vullend' gezinen bij de andere vijf deelt ze wezen in. Ik heb de indruk dat ze stiekem veel meer wezen wegwerkten dan waar ze voor betaalden.
Op het moment dat ze het contract tekenen, weten ze nog niet precies wie ze in juni 1820 willen sturen. Maar dankzij het onlangs gevonden stamboek Willemsoord ± 1822 tot ± 1824 (Drents Archief, toegang 0186, inventarisnummer 1407), zijn bijna alle Hoogeveense namen bekend. Zie ook hun verneldingen op de Willemsoord-pagina.
De hele meute arriveert op maandag 5 juni 1820, een kleine veertig personen, dus dat moet een hele optocht door zuid-Drenthe geweest zijn. Diezelfde dag arriveren er nog tientallen anderen uit het hele land, het moet die dag een gekkenhuis geweest zijn.
Hieronder de zes Hoogeveens hoeves in de begindagen. Achtereenvolgens:
- Hoeve no 1 gezin Zwiers met ingedeelden
- Hoeve no 34 gezin Loggies met ingedeelden
- Hoeve no 36 gezin Lodewijk
- Hoeve no 37 huisverzorgers Sirrep/Benken met ingedeelden
- Hoeve no 38 huisverzorgers Koster/Flap met ingedeelden
- Hoeve no 46 huisverzorgers Hartman/Flap met ingedeelden
Willemsoord hoeve 37, huisverzorgers Sirrep/Benken met ingedeelden
Bij Jan Sirrep, die ook als Sierp voor komt, en Aaltje Benken geeft de kolonie-administratie slechts globale geboortejaren, bij Jan staat 1750 en bij Aaltje 1770. Met zulke leeftijden zullen ze zijn bedoeld als huisverzorgers en er zijn ook geen eigen kinderen, alleen ingedeelden. Ze doen dit werk een aantal jaren, Aaltje Blenken overlijdt 1 april 1825, Jan Sierp/Sirrep 23 september 1828.
Aaltje mag in de kolonie-administratie dan als Blenken of Benken voorkomen, onder de naam Aaltje Hendriks Binken staan haar gegevens in de stamboom De Klark.
Er blijkt dat Aaltje en Jan een jaartje voor hun komst naar de kolonie te Hoogeveen getrouwd zijn, voor beiden hun tweede huwelijk.
Bij hun aankomst dragen ze de zorg voor zeven ingedeelden, vijf uit Hoogeveen en twee uit Dordrecht. Die laatsten laat ik even buiten beschouwing, de andere:
- Jantien Koops is verreweg de oudste, ze zou bij aankomst al 40 jaar zijn. Dat duidt er op dat er geestelijk of lichamelijk iets mis is en de Hoogeveense regenten er geen raad mee wisten. Dat lijkt te worden bevestigd door de vele overplaatsingen van de ene koloniale hoeve naar de andere die ze tijdens haar verblijf zal hebben. Ze is nog steeds ingedeelde als ze in 1844, ongeveer 64 jaar oud, overlijdt.
- Pietertje Hendriks Kattouw is maar een jaartje jonger en daarvoor gaat hetzelfde op, ook qua grote aantal verhuizingen. In 1843 is ze ongeveer 62 jaar en wordt ze overgeplaatst naar Veenhuizen. Of ze daar tussen de bedelaars komt of bij een arbeidershuisgezin wordt ingedeeld weet ik (nog) niet.
- Jan Sterken en Hilbert Sterken, met de geboortejaren 1808 en 1809, zullen ongetwijfeld broers zijn. Ze vertrekken na een kleine vier jaar samen van de kolonie: 17 februari 1824.
- Gerrit Molen is na zijn terugkeer uit de strafkolonie (zie bij hoeve 1) hier ingedeeld.Als zijn geboortejaar is genoteerd 1797 en je zou hem gerust 'vluchtgevaarlijk' kunnen noemen. Want na zijn eerdere desertiepoging in 1821, neemt hij mei 1823 opnieuw de benen. Evenals in augustus 1825 en in de zomer van 1826. Dan besluit men hem maar een tijdje in de strafkolonie te houden, maar.... augustus 1828 deserteert hij daarvandaan!
Ook niet voor lang. Uiteindelijk is hij ongeveer 38 jaar als hij 26 augustus 1833 in de strafkolonie overlijdt.
Bovenstaande gegevens met medeweten van de auteur ontleend aan het boek van Wil Schackmann: De Proefkolonie.
Bevolkingsregister van de Maatschappij van Weldadigheid
Aaltje Benken, geboren op 01-01-1770; plaats van herkomst: Hoogeveen; godsdienst: herv.; aangekomen op 05-06-1820; ingeschreven in Willemsoord als kolonistenmoeder; overleden op 01-04-1825.
Ingeschreven als wonende op hoeve: 54 (inv.nr. 1358); 54 (inv.nr. 1359).
Bron: Drents archief.
Tijdbalk Aaltje Hendriks Binken
Sleep de tijdbalk om terug of verder in de tijd te gaan (of gebruik de l en r toetsen). Klik op de namen voor meer informatie.
Deze functionaliteit is alleen beschikbaar voor browsers met Javascript ondersteuning.
Bronnen
- DTB 64, blz. 173.
- Overlijdensakte gemeente Steenwijkerwold. Ongenummerde akte.
- Huwelijksakte zoon 1822
- Huwelijksakte gemeente Hoogeveeen. Akte nr. 13. HKH
- Huwelijksakte gemeente Hoogeveen. Akte nr. 28. (Drenlias).
Over de familienaam Binken
- Bekijk in het Wie (onder)zoekt wie? register wie de familienaam Binken (onder)zoekt.
- Bekijk de geografische spreiding van de familienaam Binken in België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Zwitserland, Polen of Verenigde Staten.
Historische context (op basis van dag van overlijden 31 maart 1825)
- De temperatuur op 31 maart 1825 lag rond de 4,0 °C. De wind kwam overheersend uit het noord-noord-oosten. Typering van het weer: omtrent betrokken winderig . Bron: KNMI (weerstation Haarlem/Nederland).
- De Republiek der Verenigde Nederlanden werd in 1794-1795 door de Fransen veroverd onder leiding van bevelhebber Charles Pichegru (geholpen door de Nederlander Herman Willem Daendels); de verovering werd vergemakkelijkt door het dichtvriezen van de Waterlinie; Willem V moest op 18 januari 1795 uitwijken naar Engeland (en van daaruit in 1801 naar Duitsland); de patriotten namen de macht over van de aristocratische regenten en proclameerden de Bataafsche Republiek; op 16 mei 1795 werd het Haags Verdrag gesloten, waarmee ons land een vazalstaat werd van Frankrijk; in 3.1796 kwam er een Nationale Vergadering; in 1798 pleegde Daendels een staatsgreep, die de unitarissen aan de macht bracht; er kwam een nieuwe grondwet, die een Vertegenwoordigend Lichaam (met een Eerste en Tweede Kamer) instelde en als regering een Directoire; in 1799 sloeg Daendels bij Castricum een Brits-Russische invasie af; in 1801 kwam er een nieuwe grondwet; bij de Vrede van Amiens (1802) kreeg ons land van Engeland zijn koloniën terug (behalve Ceylon); na de grondwetswijziging van 1805 kwam er een raadpensionaris als eenhoofdig gezag, namelijk Rutger Jan Schimmelpenninck (van 31 oktober 1761 tot 25 maart 1825).
- 1825 » 26 - (Gregoriaanse tijdrekening) In Sint Petersburg breekt de Dekabristenopstand uit, die nog dezelfde dag bloedig wordt neergeslagen.
- 1825 » 6 - Bolivia roept de onafhankelijkheid uit.
- 1825 » 8 - Verdrag te Berlijn tussen het groothertogdom Oldenburg en de graven Bentinck. De heerlijkheid Kniphausen wordt onder voorwaarden onderworpen aan Oldenburg. De rechten die de keizer van het Heilige Roomse Rijk vroeger uitoefende, worden overgenomen door de groothertog van Oldenburg.
Ook overleden op 31 maart
Bron: Wikipedia
- 1837 » John Constable (60), schilder
- 1855 » Charlotte Brontë (38), Brits schrijfster
- 1971 » Michael Browne (83), Iers kardinaal en theoloog
- 1980 » Jesse Owens (66), Amerikaans atleet en olympisch kampioen (1936)
- 2006 » Gerhard Potma (38), Nederlands zeiler
De publicatie Stamboom De Klark is samengesteld door J. de Klark (neem contact op).


