Koek en enkele aanverwante families » Willem Frederik Johannes Pijper
Persoonlijke gegevens Willem Frederik Johannes Pijper 
[ Bron 1 ]- Hij is geboren op 8 september 1894 in Zeist.[ Bron 2 ]
- Hij is overleden op 19 maart 1947 in Leidschendam, hij was toen 52 jaar oud.[ Bron 3 ]
- Beroep: componist.
Aanknopingspunten in andere publicaties
- Deze persoon komt ook voor in de publicatie Stamboom Bremer.
- Deze persoon komt ook voor in de publicatie Genealogie Bodmer, Sluis en Van de Burgt.
Voorouders van Willem Frederik Johannes Pijper
| Willem Pijper 1840-???? | Neeltje van Ee ± 1842-???? | Fredrik Jan Beeftink | Willemke van Herrikhuijzen |
| Johannes Willem Pijper ± 1868-???? | Willemina Andrea Frederika Beeftink ± 1866-???? | ||
Willem Frederik Johannes Pijper 1894-1947 | |||
x.1918
Annetta Wilhelmina Maria Werker
± 1892-????
Gezin van Willem Frederik Johannes Pijper
Hij is getrouwd met Annetta Wilhelmina Maria Werker op 22 augustus 1918 te De Bilt.
Het echtpaar is 17 maart 1926 gescheiden.
Notities bij Willem Frederik Johannes Pijper
Uit Oosthoeks Ge??Å llustreerde Encyclopaedie: Pijper, Willem, Nederl. componist, geb. te Zeist, 8 September 1894, leerling van de Muziekschool te Utrecht en van Johan Wagenaar. P. is de leider der meest geavanceerde richting in de Nederlandsche muziek en heeft een reeks van leerlingen opgeleid, die zijn voetsporen drukken. Hij is ook internationaal de meest gezaghebbende van onze toonzetters. Met een bijna fanatiek vertrouwen in de juistheid van zijn inzichten gaat hij zijn weg, die niet die van het publiek en van de oudere musici is. In zijn leerjaren stond zijn kunst sterk onder laat-romantisch Duitschen invloed, waarbij sedert zijn F?tes Galantes (1916) sterke invloeden van het Franse impressionisme zich deden gelden. Zij eerste Symphonie (1917) werd ondanks de vele Mahler-reminiscensies dadelijk als een geniaal werk begroet. In 1918 werd P. benoemd tot leraar in harmonie aan de Muziekschool der Mij. tot bev. d. Toonk. te Amsterdam en tot muziekcriticus van het Utrechtsch Dagblad, welke betrekking hij na eenige jaren opgaf. Tusschen 1918 en 1925 was P. meestal buitenslands. In 1925 werd hij hoofdleraar voor compositie aan het Consedrvatorium te Amsterdam, 1926 redacteur van het tijdschrift de Muziek, in 1930 directeur van het nieuw opgerichte Conservatorium der Mij. t. bev. d. Toonk. te Rotterdam en spoedig daarop voor korten tijd dirigent van het Toonkunstkoor aldaar. Van zijn werken noemen wij nog behalve een aantal liederen, zijn tweede (1921) en derde (1926) Symphonie, zijn Pianoconcert (1927), Zes symphonische epigrammen (1928), muziek bij Antigone (laatste lezing van 1926), bij de Bacchanten (1924) den Cycloop en The Tempest, 3 pianosonatines, pianosonate (1932), 2 vioolsonates en 2 celsonates, een fluitsonate, vier strijkkwartetten, 2 klaviertrios, een blaastrio, een kwintet, een sextet en een septet, a capella koren (Heer Halewijn, Heer Danielken) en de opera Heer Halewijn (1933, Wagnervereeniging Amsterdam). Bijzonder opvallende eigenschappen van P.s muziek zijn de combinatie van verschillende maatsoorten (polymetriek) en van verschillende toonsoorten (polytonaliteit). P. is ook een uitnemend stylist, die steeds zeer persoonlijke meeningen en waardeeringen in tal van meeterlijk gestelde artikelen heeft geformuleerd. Zijn opstellen verschene gebundeld onder de namen De Quitencirkel en De Stemvork. Litt.: Paul F. Sanders, Moderen Nederlandsche componisten blz. 72 e.v.
Uit MSN Encarta Winkler Prins Online Encyclopedie: Pijper, Willem
Pijper, Willem, voluit: Willem Frederik Johannes (Zeist 8 sept. 1894 Leidschendam 19 maart 1947), Nederlands componist, studeerde korte tijd piano aan de Utrechtse muziekschool en vervolgens theorie bij Johan Wagenaar. Na zijn eindexamen in 1918 werd hij leraar harmonie aan het Conservatorium te Amsterdam. Van 1917 tot 1922 was Pijper tevens muziekcriticus bij het Utrechts Dagblad, in welke functie hij een actieve rol speelde aan de zijde van de N.V. Tivoli in het conflict met het Utrechtsch Stedelijk Orchest en zijn dirigent Jan van Gilse. In 1925 werd hij hoofdleraar compositie aan het Amsterdamse Conservatorium. Als oprichter van de Nederlandse sectie van de ISCM (in 1923) en mederedacteur van het tijdschrift De Muziek (19261933) werd hij spoedig een van de meest gezaghebbende figuren in het Nederlandse muziekleven van zijn tijd. Vanaf 1930 tot zijn dood was hij directeur van het Conservatorium te Rotterdam, waar bij het bombardement van 14 mei 1940 vele van zijn composities verloren gingen.
Als componist was Pijper goeddeels autodidact. Van de drie perioden die men gewoonlijk in zijn oeuvre onderscheidt, wordt de eerste (19121918) gekenmerkt door invloeden van Mahler en van Debussy. In de tweede periode (19191932) is Pijpers eigen karakteristieke stijl volledig tot ontwikkeling gekomen en werd deze in kringen van de internationale avantgarde opgemerkt. In deze jaren streefde hij naar een vrije meerstemmigheid door middel van de gelijktijdigheid van zowel meer tonale centra (pluritonaliteit) als verschillende ritmen (polyritmiek). In zijn septet (1920) introduceert hij zijn kiemceltechniek, waarbij een geheel muziekstuk wordt opgebouwd uit ??n enkel melodisch, harmonisch en/of ritmisch basisgegeven. Op een grotere schaal wordt dit proc?d? toegepast in de 2de symfonie (1921). Naast deze meer cerebrale aspecten vallen de veelvuldige verwijzingen naar populaire muziekgenres op; geen ongebruikelijk verschijnsel in de muziek van die dagen, en zeker niet in het Parijse milieu, waar Pijper als componist dichtbij stond. De werken na 1932 getuigen van een hernieuwde belangstelling voor oude, strengere vormen van contrapunt en een terugkeer naar minder complexe tonale structuren. In zijn laatste orkestwerk, Zes adagio's (1940; geschreven als tempelmuziek voor de Rotterdamse Vrijmetselaarsloge), wordt zelfs de hegemonie van de reine drieklank weer door hem aanvaard.
Als pedagoog leidde Pijper een gehele generatie van Nederlandse componisten op, onder wie Kees van Baaren, Henri??Otte Bosmans, Rudolf Escher, Oscar van Hemel, Hans Henkemans, Guillaume Landr?, Piet Ketting, Bertus van Lier en Karel Mengelberg. In 1976 werd de Willem Pijper Stichting opgericht, die zich ten doel stelt de naam van de componist Willem Pijper te doen voortleven en ertoe bij te dragen dat diens werken onveranderd bekendheid blijven genieten.
WERK: (behalve de genoemde): Instrumentaal: Orkest: 3 symfonie??On (1917; 1921; 1926); 6 symfonische epigrammen (1928); Orkeststuk met piano (1915); pianoconcert (1927); celloconcert (1936; herinstr. 1947); vioolconcert (1939); Divertimento (1916; v. piano en strijkork.). Kamermuziek: 5 strijkkwartetten (1914; 1920; 1923; 1928; 1946; onvolt.); sextet (1923; v. piano en blazers); Trio (1927; v. fluit, klarinet en fagot); blaaskwintet (1929); twee pianotrio's (19131914; 1921); twee vioolsonates (1919; 1922); Sonate voor vioolsolo (1931); twee cellosonates (1919; 1924); fluitsonate (1925). Pianomuziek: o.a. 3 sonatines (1917; 1925; 1925); sonate (1930); sonate (1935; v. twee piano's). Vocaal: Symf. drama's: Halewijn (19321933; Emmy van Lokhorst n. M. Nijhoff); Merlijn (19391945; S. Vestdijk; onvolt.). Koorwerken: Heer Halewijn (1920; v. 8-st. koor a capella); Heer Danielken (1925; idem); Twee ballades van Paul Fort (1934; v. vrouwenkoor en ork.). Toneelmuziek: bij Antigone (1920; 1922; 1926; Sophocles); De bacchanten (1924; Euripides); De cycloop (1925; Euripides); The tempest (1930; Shakespeare); Faeton (1937; Vondel). Voorts: liederen. Geschriften: De quintencirkel (1929, 41964); De stemvork (1930) (beide bundels krit. opstellen).
Uit MSN Encarta Winkler Prins Online Encyclopedie: Pijper, Willem
Pijper, Willem, voluit: Willem Frederik Johannes (Zeist 8 sept. 1894 Leidschendam 19 maart 1947), Nederlands componist, studeerde korte tijd piano aan de Utrechtse muziekschool en vervolgens theorie bij Johan Wagenaar. Na zijn eindexamen in 1918 werd hij leraar harmonie aan het Conservatorium te Amsterdam. Van 1917 tot 1922 was Pijper tevens muziekcriticus bij het Utrechts Dagblad, in welke functie hij een actieve rol speelde aan de zijde van de N.V. Tivoli in het conflict met het Utrechtsch Stedelijk Orchest en zijn dirigent Jan van Gilse. In 1925 werd hij hoofdleraar compositie aan het Amsterdamse Conservatorium. Als oprichter van de Nederlandse sectie van de ISCM (in 1923) en mederedacteur van het tijdschrift De Muziek (19261933) werd hij spoedig een van de meest gezaghebbende figuren in het Nederlandse muziekleven van zijn tijd. Vanaf 1930 tot zijn dood was hij directeur van het Conservatorium te Rotterdam, waar bij het bombardement van 14 mei 1940 vele van zijn composities verloren gingen.
Als componist was Pijper goeddeels autodidact. Van de drie perioden die men gewoonlijk in zijn oeuvre onderscheidt, wordt de eerste (19121918) gekenmerkt door invloeden van Mahler en van Debussy. In de tweede periode (19191932) is Pijpers eigen karakteristieke stijl volledig tot ontwikkeling gekomen en werd deze in kringen van de internationale avantgarde opgemerkt. In deze jaren streefde hij naar een vrije meerstemmigheid door middel van de gelijktijdigheid van zowel meer tonale centra (pluritonaliteit) als verschillende ritmen (polyritmiek). In zijn septet (1920) introduceert hij zijn kiemceltechniek, waarbij een geheel muziekstuk wordt opgebouwd uit ??n enkel melodisch, harmonisch en/of ritmisch basisgegeven. Op een grotere schaal wordt dit proc?d? toegepast in de 2de symfonie (1921). Naast deze meer cerebrale aspecten vallen de veelvuldige verwijzingen naar populaire muziekgenres op; geen ongebruikelijk verschijnsel in de muziek van die dagen, en zeker niet in het Parijse milieu, waar Pijper als componist dichtbij stond. De werken na 1932 getuigen van een hernieuwde belangstelling voor oude, strengere vormen van contrapunt en een terugkeer naar minder complexe tonale structuren. In zijn laatste orkestwerk, Zes adagio's (1940; geschreven als tempelmuziek voor de Rotterdamse Vrijmetselaarsloge), wordt zelfs de hegemonie van de reine drieklank weer door hem aanvaard.
Als pedagoog leidde Pijper een gehele generatie van Nederlandse componisten op, onder wie Kees van Baaren, Henri??Otte Bosmans, Rudolf Escher, Oscar van Hemel, Hans Henkemans, Guillaume Landr?, Piet Ketting, Bertus van Lier en Karel Mengelberg. In 1976 werd de Willem Pijper Stichting opgericht, die zich ten doel stelt de naam van de componist Willem Pijper te doen voortleven en ertoe bij te dragen dat diens werken onveranderd bekendheid blijven genieten.
WERK: (behalve de genoemde): Instrumentaal: Orkest: 3 symfonie??On (1917; 1921; 1926); 6 symfonische epigrammen (1928); Orkeststuk met piano (1915); pianoconcert (1927); celloconcert (1936; herinstr. 1947); vioolconcert (1939); Divertimento (1916; v. piano en strijkork.). Kamermuziek: 5 strijkkwartetten (1914; 1920; 1923; 1928; 1946; onvolt.); sextet (1923; v. piano en blazers); Trio (1927; v. fluit, klarinet en fagot); blaaskwintet (1929); twee pianotrio's (19131914; 1921); twee vioolsonates (1919; 1922); Sonate voor vioolsolo (1931); twee cellosonates (1919; 1924); fluitsonate (1925). Pianomuziek: o.a. 3 sonatines (1917; 1925; 1925); sonate (1930); sonate (1935; v. twee piano's). Vocaal: Symf. drama's: Halewijn (19321933; Emmy van Lokhorst n. M. Nijhoff); Merlijn (19391945; S. Vestdijk; onvolt.). Koorwerken: Heer Halewijn (1920; v. 8-st. koor a capella); Heer Danielken (1925; idem); Twee ballades van Paul Fort (1934; v. vrouwenkoor en ork.). Toneelmuziek: bij Antigone (1920; 1922; 1926; Sophocles); De bacchanten (1924; Euripides); De cycloop (1925; Euripides); The tempest (1930; Shakespeare); Faeton (1937; Vondel). Voorts: liederen. Geschriften: De quintencirkel (1929, 41964); De stemvork (1930) (beide bundels krit. opstellen).
Tijdbalk Willem Frederik Johannes Pijper
Sleep de tijdbalk om terug of verder in de tijd te gaan (of gebruik de l en r toetsen). Klik op de namen voor meer informatie.
Deze functionaliteit is alleen beschikbaar voor browsers met Javascript ondersteuning.
Verwantschap
Bronnen
- Web Site, Rijksarchiefdienst Genealogie
- Book
- MSN Encarta Winkler Prins Online Encyclopedie (Web Site)
Over de familienaam Pijper
- Bekijk in het Wie (onder)zoekt wie? register wie de familienaam Pijper (onder)zoekt.
- Bekijk de geografische spreiding van de familienaam Pijper in België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Zwitserland, Polen of Verenigde Staten.
Historische context (op basis van geboortedag 8 september 1894)
- De temperatuur op 8 september 1894 lag rond de 10,2 °C. Er was 7 mm neerslag. De luchtdruk bedroeg 76 cm kwik. De relatieve luchtvochtigheid was 100%. Bron: KNMI (weerstation Utrecht/Nederland).
Koningin Wilhelmina (Huis van Oranje-Nassau) was van 1890 tot 1948 vorst van Nederland (ook wel Koninkrijk der Nederlanden genoemd)
Regentes Emma (Huis van Oranje-Nassau) was van 1890 tot 1898 vorst van Nederland (ook wel Koninkrijk der Nederlanden genoemd)- Van 21 augustus 1891 tot 9 mei 1894 was er in Nederland het kabinet Van Tienhoven met als eerste minister Mr. G. van Tienhoven (unie-liberaal).
- Van 9 mei 1894 tot 27 juli 1897 was er in Nederland het kabinet Roëll met als eerste minister Jonkheer mr. J. Roëll (oud-liberaal).
- 1894 » Nederland had zo'n 5 miljoen inwoners.
- 1894 » 1894-1895: Eerste Chinees-Japanse oorlog. Korea en Formosa komen onder Japanse controle.
- 1894 » 29 - De gematigde Rooms-Katholiek Chlodwig zu Hohenlohe-Schillingsfürst wordt Rijkskanselier van Duitsland.
- 1894 » Wilhelm Dörpfeld beëindigt zijn opgravingen in Troje.
Ook geboren op 8 september
Bron: Wikipedia
- 1882 » Frans Ghijsels, Nederlands architect en stedenbouwkundige († 1947)
- 1901 » Hendrik Verwoerd, Zuid-Afrikaans premier († 1966)
- 1925 » Peter Sellers, Engels acteur († 1980)
- 1971 » David Arquette, Amerikaans acteur
- 1979 » P!nk, Amerikaans zangeres
De publicatie Koek en enkele aanverwante families is samengesteld door Kees Koek (neem contact op).




