Stamboom Hobers » Jan Hendrik Hobers

Données personnelles Jan Hendrik Hobers Masculin

  • Il a été baptisé le 6 mars 1715 dans Coevorden.[ Source 1 ]
    "Den 6 Dito een kind gedoopt van N: Hobers, genaamt Jan Hendriks"
  • Il est décédé le 2 octobre 1746 dans Batavia.[ Source 2 ]
    "tot 2 octob 1746 ..... dat sonder testament etc. is overleden"

    Jan Hendrik werd 31 jaar oud.
  • La profession: de 1745 à 1746 Soldaat bij de VOC.[ Source 2 ]
  • Résidant le 18 novembre 1742 à Amsterdam.[ Source 3 ]
    Op deze dag is hij getuige bij de doop van een zoontje van zijn zus Hillegonda Hobers

L'auteur de cette publication a obtenu le consentement de la personne concernée (s'il s'agit d'une personne vivante) pour faire état des données.

Image(s) Illustration(s) Jan Hendrik Hobers

Ancêtres de Jan Hendrik Hobers


Arbre d'ascendance
Egbert Jans (Hobers)
????-± 1676
Jannetje Hermense Hobers
± 1636-> 1698
Dirk Harmelingh
 
Arbre généalogiqueArbre généalogique
Arbre généalogique
Jan Hendrik Hobers
1715-1746

Notes par Jan Hendrik Hobers

JAN HENDRIK HOBERS, ALS VOC-SOLDAAT NAAR BATAVIA

Coevorden

Jan Hendrik Hobers wordt gedoopt op 6 maart 1715 in de Nederduitsch Gereformeerde kerk van Coevorden.
"Den 6 Dito een kind gedoopt van N: Hobers, genaamt Jan Hendriks"

Het voltallige gezin van "den hoedemaecker" Frederick Egberts Hobers zal aanwezig geweest zijn. De 16-jarige Johanna Hobers is de oudste dochter. Ze is geboren in Amsterdam op de Egelantiersgracht, maar toen ze vijf jaar was, vertrokken haar ouders weer naar het oosten van het land: Coevorden. 'Weer', omdat Jan Hendriks vader uit het in de buurt gelegen Aene afkomstig is. Hij is geboren op 't erve Hobers. Ook de 12-jarige Margrietje is in Amsterdam geboren. Een jaar na Margrietjes geboorte heeft het gezin zich op "2 julij 1704 met attestatie uit Amsteldam" in Coevorden laten inschrijven. Hier zijn Jan Hendriks broers Egbert en Dirk geboren. Ze zijn vandaag allemaal bij de doop van hun jongste broertje.
Het is goed mogelijk dat ook neef Hindrik van Almelo bij de doop aanwezig is. Hindrik is boer en tapper in "den middenste herberge" op de Loo, een buurtschapje vlak boven Coevorden aan het Loodiep. De boeren van de Loo kerken ook allemaal in deze kerk in Coevorden, dus de families komen elkaar elke zondag tegen. Hindrik van Almelo is de oudste zoon van Jannigjen Hobers en Jan van Almelo van 't Anerveen. (stamouders van de Nieuw-Amsterdamse Hobers tak) Jannigjen is de zus van Jan Hendriks vader Frederick Hobers. Het is zelfs mogelijk dat Jan Hendrik vernoemd is naar deze twee familieleden.

Coevorden is een vestingstad gelegen in de Drentse moerassen (afbeelding). Als de zoon van de hoedenmaker opgroeit, komt hij dus dagelijks in aanraking met soldaten: op de wallen, bij het arsenaal. De militairen zijn beeldbepalend in het kleine vestingstadje. Wanneer de troepen in het veld liggen of ten strijde trekken, lijkt het alsof de stad is leeggelopen. Het garnizoen vormt een vast onderdeel van de bevolking. De Coevorder burgers doen er hun voordeel mee door woonruimte te verhuren aan soldaten. Neringdoenden en ambachtslieden zijn sterk vertegenwoordigd: herbergiers, bierbrouwers, molenaars, maar ook kuipers, schoenmakers, jeneverstokers en kleer- en hoedenmakers vinden in Coevorden hun emplooi. Zo ook vader Frederick Hobers. Door de aanwezigheid van het garnizoen zijn ze van hun afzet verzekerd. In deze omgeving groeien de kinderen Hobers op.

Weer naar Amsterdam

Wat is er precies gebeurd waardoor het gezin besluit terug te keren naar Amsterdam. De oudste dochter Johanna heeft kennis gekregen aan de Coevorder Dirk Sluijter. Ook Margrietje en Egbert hebben de huwbare leeftijd. Is het het overlijden van hunman en vader Frederick Hobers? In ieder geval, in 1729 duikt het gezin weer in Amsterdam op. Allemaal? Nee: vader Frederick Hobers vindt zijn laatste rustplaats in de kerk van Coevorden en zoon Jan Hendrik Hobers blijft achter in zijn geboorteplaats. Hij wordt soldaat.

Soldaat bij de VOC

De eerste stroomrafelingen worden zichtbaar; het teken dat de kentering er aan komt. Op dit moment heeft schipper Kornelis Salomonsz gewacht. Vanmorgen zat de wind in het oosten en nu zet de ebstroom in. Dan gaat alles razendsnel: matrozen en hooplopers klimmen het want in. Eén voor een ontrollen de razeilen zich en op het moment dat de "Lis" zich om haar anker draait, geeft Salomonsz het bevel het anker te lichten. Hoe meer zeil wordt bijgezet, hoe meer de Lis in haar element is. De stuurman geeft de koers door aan de roerganger: zuidzuidwest.
Het is hartje zomer, 1 augustus 1745. Cornelis Salomonsz is een Deen afkomstig uit "Coppenhagen". Cornelis voert het commando over een relatief klein schip. De Lis heeft een tonnage van slechts 600 ton. Er zijn dan ook veel minder VOC-dienaren aan boord dan op de grote schepen; in totaal 129, waarvan 91 zeevarenden en 38 soldaten. De zeevarenden, scheepsofficieren en matrozen, zijn verantwoordelijk voor de vooruitgang, het onderhoud en het schoonhouden van het schip. Voor de soldaten is het schip een troepenschip. Zij hebben slechts wachttaken aan boord. Bij het watervat, de munitie- en wapenkamer en bij de hut van de schipper. In zware weersomstandigheden ontkomen de soldaten echter niet aan matrozentaken. Onder de 38 soldaten bevindt zich 30-jarige Jan Hendrik Hobers uit Coevorden. Hij heeft zich aangemeld als soldaat bij de VOC-kamer van Hoorn, waar de Lis hem is toegewezen. De bestemming is Batavia.

Op dag dat een VOC-schip vertrekt, begint de administratie van de dienaar. Van alle 129 opvarenden worden, ongeacht de rang, alle schulden en verdiensten genoteerd. Ook van Jan Hendrik Hobers wordt het scheepssoldijboek ingevuld; aan de debetzijde vermeldt de administrateur: (afbeelding)

"In 't schip Lis, Ao 1745/46 voor Hoorn"

Jan Hendrik Hobers, van Coeverden; .. Soldaat
niet vermaakt
(geen maandbrief gemaakt)

1745 aug. primo à de Comp. over 2/m. gag. op hand ..... f18: --: --
1745 aug. primo à de Comp. ...Schuld aan N.N ........... f150:-- :--
1745 aug. primo à de Comp. ......1 ps. kist ....................... f4:15: --

In totaal begint Jan Hendrik met een schuld van ....................... f172:15: --

Hoe komt hij aan deze schuld? Op het moment dat Jan Hendrik zich in Hoorn meldt bij de 'equipagecommissie' krijgt hij twee maanden soldij vooruit betaald. "Twee maanden gage op de hand", is gebruikelijk om de dienaar in staat te stellen de inhoud van zijn scheepskist te kopen. Tijdens zijn verblijf in Hoorn heeft hij onderdak nodig. De weken die een zeeman vooraf aan zijn reis in een stad doorbrengt, verblijft hij meestal in een pension of slaaphuis. Stereotiep smijt de zeeman dan zijn geld over de balk aan drank en de dames van lichte zeden, en waarom zou een Hobers anders zijn.

Als sij komen te lande sijn
Soo is haer eerste werck
te drincken toback en brandewijn
Gaen weynigh naer de kerck

Het gevolg is dan ook vaak dat ze gedwongen worden een schuldbekentenis te tekenen bij de huisbaas. Je mag bij mij blijven slapen en eten als ik van jou een schuldbrief krijg. Jan Hendrik Hobers tekent een schuldbrief aan NN, vermoedelijk zijn'slaapbaas' in Hoorn. Zo'n slaapbaas heeft een enorme ervaring met het vooral niet uitkeren van de schuldbrief; de zeeman was vaak al gestorven voordat hij de schuld bij elkaar verdiend had. Hij verkoopt de brief (tranportcedeel, ceel, "ziel") dan ook vaak snel door voor veel minder geld. Zo krijgt hij zijn geld en legt hij als "zielverkoper" het risico bij de koper. Jan Hendrik Hobers tekent een schuldbrief voor 150 gulden. Hij moet ook nog zijn officiële VOC-scheepskist aanschaffen; hij betaalt daarvoor 4 gulden en 15 stuivers.

Op weg naar Kaap de Goede Hoop doet de Lis de Kaapverdische Eilanden aan; van de 19e tot de 29e september ligt zij voor anker op de rede van Porto Prayo op het hoofdeiland Santiago. Het feit dat er relatief vroeg op de reis vers water, vlees, groenten en fruit aan boord komt, heeft tot gevolg dat er weinig zeevarenden sterven op het eerste stuk naar de Tafelbaai. 'Slechts' 8 overlijden en krijgen een zeemansgraf; het zijn allen zeelieden. De soldaten blijven allemaal in leven. Als schipper Salomonsz. op 29 september het anker weer laat ophalen, zijn er 6 mensen minder aan boord. Tijdens het oponthoud in Porto Prayo zijn 3 soldaten gedeserteerd en ook 3 zeevarenden zijn niet aan boord teruggekeerd.
Over het stuk van de Kaapverdische Eilanden naar de Kaap doet de Lis nog 3 maanden. Ze hebben dus met windstiltes te kampen gehad, wat logisch is gezien hun vertrek in augustus. Op 29 december doet de schipper eerst Robben Eiland aan. Op oudejaarsdag 1745 zeilt de Lis de Tafelbaai binnen, waar de schipper het bevel geeft de zeilen te strijken en en het anker te laten vallen. Er zijn er in totaal 14 VOC-dienaren minder aan boord dan bij vertrek uit de Republiek. Soldaat Jan Hendrik Hobers komt gezond van lijf en leden aan in Kaap de Goede Hoop. (19 jaar later komt zijn achterneef Willem Hobers ook aan in Kaap de Goede Hoop, maar die wordt opgenomen in het hospitaal en overlijdt daar op 16-jarige leeftijd)

Batavia

De Lis ligt korter dan gebruikelijk op de rede bij de Kaap. Er zijn wat bemanningsleden van boord gegaan om in Zuid-Afrika te blijven en een paar nieuwe zijn aan boord gekomen. Op 16 januari 1746 al wordt de reis voortgezet. Op dit stuk verliest nog een bemanningslid het leven, maar soldaat Jan Hendrik Hobers uit Coevorden komt gezond in Batavia aan; het is 15 mei 1746. Op het moment dat de "Lis" voor anker gaat, sluit de administrateur het scheepssoldijboek aan de creditzijde (afbeelding)en berekent wat Jan Hendrik verdiend heeft:
1746 meij 15 Voor D E Comp. f85:10:-- over 9 1/2 maand gage á f9 per maand
van primo augustus dat zijn uijtgesijlt
tot heeden dat ter Rheede Batavia de boeken sluiten en aan land gaat ........ f85:10:--

over te quaad (Wat Jan Hendrik nog aan schuld heeft).... f 87: 5:--

.....................................................................................f172:15:--


Jan Hendrik heeft dit bedrag nooit meer kunnen verdienen. Het scheepssoldijboek vermeldt:
"Tot 2 October 1746 dat sonder testament etc. is overleden"

Jan Hendrik Hobers is op 31-jarige leeftijd begraven ergens in of in de buurt van Batavia.

In het verre Nederland mag de man die de schuldbrief gekocht heeft het door Jan Hendrik verdiende geld innen. Op 6 october 1747 onvangt ene Claes Jager 62 gulden. Dit bedrag is door de VOC heel nauwkeurig berekend: de gage van 85 gulden en 10 stuivers minus de 18 gulden vooraf verstrekte "gage op de hand" en de 4 gulden en 15 stuivers voor de scheepskist. Twee jaar later ontvangt Claes nog eens 6 gulden 7 stuivers en 2 duiten; vermoedelijk het geld dat Jan Hendrik nog in Batavia verdiend heeft.

Moeder Elisabeth Harmeling is in 1747 overleden, een krap jaar na het overlijden van haar zoon in Batavia. Het is de vraag of dit bericht haar nog bereikt heeft.

Verantwoording

De doopinschrijving van Jan Hendrik Hobers noemt niet zijn ouders; er staat slechts "kind van N: Hobers". Ik koppel Jan Hendrik aan Frederick Egberts Hobers en Elisabeth Harmelingh. Dit is nl. in die periode het enige gezin Hobers dat in Coevorden woont. Bovendien past de doopdatum keurig in de volgorde van hun kinderen.

Barre chronologique Jan Hendrik Hobers

Faites glisser le calendrier pour reculer ou avancer dans le temps (ou utilisez les touches l et r). Cliquez sur le nom pour plus d'information.

  Cette fonctionnalité n'est disponible que pour les navigateurs qui supportent Javascript.

Symboles utilisés: grootouders grand-parentsouders parentsbroers-zussen frères/soeurskinderen enfants

Parenté

Les sources

  1. Doopboek Coevorden
  2. Nationaal Archief, Den Haag, Verenigde Oost-Indische Compagnie, nummer toegang 1.04.02
  3. Doopregister Amsterdam


La publication Stamboom Hobers est composée par (contactez).

Recherche rapide     ?

Onderkant