Publicatie van voorouderlijk onderzoek gedaan door John H.D. van Hemert » Herman (Mans) Dorré

Persoonlijke gegevens Herman (Mans) Dorré Mannelijk

  • Roepnaam Mans.
  • Hij is geboren op 23 juli 1904 in Lochem.
  • Hij is overleden op 31 oktober 1973 in 's-Gravenhage.[ Bron 1 ]
    Oorzaak: Kanker
  • Hij is gecremeerd op 5 november 1973 in 's-Gravenhage (Ockenburg).[ Bron 2 ]
  • Beroepen:
    • 1e stuurman (2e waarnemer) op de Tjitjalengka van de KJCPL.
      De kapitein is de 1e waarnemer
    • Procuratiehouder Java-China-Japanlijn.[ Bron 3 ]
    • Agent scheepvaartmij..[ Bron 3 ]
    • 1942 Commandant GVT 18 Nederlands Indië (Tandjong Priok).
  • Woonachtig:
    • in Landréstraat, Loosduinen.
      Woning in de zogenaamde 'Chinese Muur'. (Laan van Meerdervoort)
    • van 13 oktober 1925 tot 18 juli 1946 in Soembawaweg 27 (Jalan Sumbawa gelegen ten zuiden van het Waterlooplein), Batavia (Nederlands-Indië).[ Bron 3 ]
    • van 18 juli 1946 tot 7 januari 1947 in Koningslaan 18, Bussum.[ Bron 3 ]
    • van 7 januari 1947 tot 22 juni 1948 in Batavia (Nederlands-Indië).[ Bron 3 ]
    • van 22 juni 1948 tot 28 januari 1949 in Willemslaan 19, Bussum.[ Bron 3 ]
    • van 28 januari 1949 tot 1 juni 1959 in Van Lenneplaan 25, Soest.[ Bron 3 ]
    • van 1 juni 1959 tot 3 oktober 1973 in Gemüllenhoekenweg 145, Oisterwijk.[ Bron 3 ]
    • vanaf 3 oktober 1973 in Landréstraat 591, 's-Gravenhage.[ Bron 3 ]

Afbeelding(en) Herman (Mans) Dorré

  • Het schip waarop Mans Dorré probeerde Nederland Indië te verlaten. De
    Het schip waarop Mans Dorré probeerde Nederland Indië te verlaten. De "s.s. Poelau Bras" van de NV Stoomvaart Maatschappij Nederland (foto http://www.wivonet.nl/smn4045-25.htm)
  • (Bron: Prudent Staal) Catalina Consolidated PBY-5 'Y-45'  SLOOP-ROSEBAY Australi<br/>é 1946
    (Bron: Prudent Staal) Catalina Consolidated PBY-5 'Y-45' SLOOP-ROSEBAY Australi
    é 1946
  • (Bron: Prudent Staal) De Y-45 Catalina PBY-5 komt aan in Rosebay Australië om gesloopt te worden(1946)
    (Bron: Prudent Staal) De Y-45 Catalina PBY-5 komt aan in Rosebay Australië om gesloopt te worden(1946)
  • (Bron: Prudent Staal) Dit toestel en deze mensen dienden als voorbeeld hoeveel mensen er tijdens gedenkwaardige vlucht aan boord waren. Inclusief de bemanning zaten er dus 87  mensen aan boord.Tesamen met de 27, eerder die dag opgehaalde drenkelingen
    (Bron: Prudent Staal) Dit toestel en deze mensen dienden als voorbeeld hoeveel mensen er tijdens gedenkwaardige vlucht aan boord waren. Inclusief de bemanning zaten er dus 87 mensen aan boord.Tesamen met de 27, eerder die dag opgehaalde drenkelingen
  • Mans Dorré was, voor 1942,  stuurman op de m.s. Tjitjalengka. Na de oorlog in Indië is zijn gezin met dit schip naar Holland gevaren.
    Mans Dorré was, voor 1942, stuurman op de m.s. Tjitjalengka. Na de oorlog in Indië is zijn gezin met dit schip naar Holland gevaren.
  • De Y-45 na de laatse landing alwaar hij gesloopt gaat worden(Rosebay Australie)
    De Y-45 na de laatse landing alwaar hij gesloopt gaat worden(Rosebay Australie)
  • Morokrembangan near Soerabaja 1947. Start of the decoration of the PBY Y-45 crew members<br/>Morokrembangan bij Soerabaja 1947. Aanvang van de ceremonie t.b.v. de onderscheidingen van de Catalina PBY Y-45 bemanningsleden n.a.v.
    Morokrembangan near Soerabaja 1947. Start of the decoration of the PBY Y-45 crew members
    Morokrembangan bij Soerabaja 1947. Aanvang van de ceremonie t.b.v. de onderscheidingen van de Catalina PBY Y-45 bemanningsleden n.a.v.
  • Morokrembangan: (Ltz-1) H. Dorré, C. van Aart, (Sergt. vlieger) J. Verkaaik, (Korporaal vltgm.) A.W.F. Smith, (vltgm. I) J.J. de Haas,(Ltz II KMR) W.A. Mooy, (Sergt. Vltg. tel.) M.B. de Wind, Van der Burg
    Morokrembangan: (Ltz-1) H. Dorré, C. van Aart, (Sergt. vlieger) J. Verkaaik, (Korporaal vltgm.) A.W.F. Smith, (vltgm. I) J.J. de Haas,(Ltz II KMR) W.A. Mooy, (Sergt. Vltg. tel.) M.B. de Wind, Van der Burg
  • Morokrembangan near Soerabaja 1947. Start of the decoration of the PBY Y-45 crew members<br/>Morokrembangan bij Soerabaja 1947. Aanvang van de ceremonie t.b.v. de onderscheidingen van de Catalina PBY Y-45 bemanningsleden n.a.v.
    Morokrembangan near Soerabaja 1947. Start of the decoration of the PBY Y-45 crew members
    Morokrembangan bij Soerabaja 1947. Aanvang van de ceremonie t.b.v. de onderscheidingen van de Catalina PBY Y-45 bemanningsleden n.a.v.
  • Wapenbroeders 1947
    Wapenbroeders 1947

Voorouders van Herman (Mans) Dorré

Gezin van Herman (Mans) Dorré

Hij is getrouwd met Maria Helena Huberdina (Mies) van Vliet op 17 september 1929 te 's-Gravenhage[ Bron 4 ].

Notities bij Herman (Mans) Dorré

1) Commandant aan boord van Vliegboot Y-45, die op 21 februari 1942 in één vlucht 79 overlevenden van de 'Van Nes' naar Batavia terug vloog.
2) Commandant aan boord van vliegboot Y-45 die, tijdens patrouille, op 28 februari 1942 de Japanse invasievloot ontdekte en de positie doorgaf. Vervolgens is de 'Slag in de Java Zee' begonnen!
3) Eén van de overlevenden van de scheepsramp met de 'Poelau Bras'.
4) Overlevende van de Pakan-Baru Moeara 'dodenspoorlijn op Sumatra
Zijn vader was Luitenant-kolonel der infanterie en overleed toen Mans 16-jaar oud was. Voor zijn huwelijk met mijn opa’s nicht, woonde en werkte hij reeds in Nederlands-Indië. Mans en Mies ontmoette elkaar op een officiersbal in Den Haag. Ze trouwenlater met de ‘handschoen’. Net als zijn broer Guus Dorré, getrouwd met een zus van zijn vrouw en dus ook een nicht van mijn opa, zwagers Otto von Möller en Baron Ferdinand Creutz (majoor der Huzaren en administrateur bij onderneming Deli te Medan) ging ook Mans naar Nederlands-Indië. Mans was voor de mobilisatie 1e stuurman op de m.s. Tjitjalengka (na gevorderd te zijn door de Engelse werd het een hospitaalschip) van de Koninklijke Java China Pakketvaart Lijn (KJCPL). In deze functie heeft hij zich de Japanse taal eigen gemaakt. (Dit kwam hem laterin het kamp zeer van pas)
Ik was 5-jaar oud toen hij kwam te overlijden. In mijn jeugd gingen we regelmatig wandelen langs de vennen van Oisterwijk. "Hier heeft ome Mans gewoond", zeiden mijn vader en moeder in koor als we langs de Gemühlenhoekeweg 145 kwamen. Binnen mijn familie kwam 'ome Mans' gedurende mijn jeugd nogal eens ter sprake. Het was mij niet ontgaan dat het een bijzondere man geweest moet zijn geweest. Hij heeft mijn oom en vader de zet gegeven om met een eigen zaak te beginnen. Dit respectvolle gevoel datik kreeg over de manier waarop er bij mijn familie over hem gesproken werd sprak, en mijn interesse voor geschiedenis en genealogie, was de aanleiding voor mijn speurtocht.
In 2007, ik werkte in het bedrijf van mijn familie in Gorinchem, kwam ik in gesprek met Admiraal b.d.Van Duyvendijk. Tijdens ons gesprek stelde ik hem de vraag hoe ik meer informatie zou kunnen verkrijgen over 'ome Mans' zijn marine verleden. Na eene-mail te hebben gestuurd over wat ik wist, kwam hij na enige tijd met een pakket aan informatie.
De dochter van Mans, Mieke Schaecken-Dorré met wie ik al in contact stond, heb ik direct een afschrift van de copieën bezorgd. Dit leverde zelfs voor haar verrassingen op. Van haar vernam ik dat haar vader één van de overlevenden was van de ramp metde 'm.s. Poelau Bras'. Mieke Dorré heeft mij het boek 'Vaarwel tot betere tijden' van J.C. Bijkerk gestuurd. Dit boek bevat de dagboeken van verschillende overlevenden.
In 2010 ben ik in het bezit gekomen van een copie van de dagboeken vanzowel Mans als Mies Dorré-van Vliet.
Uit de documenten, verkregen via het 'Ministerie van Defensie', vernam ik voor het eerst dat hij gevlogen had bij de Koninklijke Marine! Dit was bij mijn oma en vader niet bekend. Mijn oma was er stellig in geweest dat hij had gevaren bij de marine.Uit dezelfde documenten: Als reserve Luitenant ter Zee 2e klas werd hij 23 december 1941 commandant bij de Groep vliegtuigen (GVT) 18 tezamen met commandanten A.W. Witholt (leider) en P.D.M.A. v.d. Bylaardt. Groep vliegtuigen 18 beschikte over vliegboten van het type Consolidated PBY-5, ook wel ‘Catalina’ genoemd. De PBY-5 kon, in tegenstelling tot de latere PBY-5a, alleen op het water landen door het ontbreken van een landingsgestel. Ze werden gestationeerd in de haven van Batavia (Tanjong Priok) en moesten o.a. 'Straat Soenda' bewaken. Op 21 februari 1942 werd hij betrokken bij de speurtocht naar drenkelingen van de, enige dagen daarvoor gebombardeerde en gezonken, torpedobootjager 'Hr. Ms. Van Nes'. Deze werd aangevallen tijdens het escorteren van de KPM-er ‘s.s. Sloet van de Beele’. Laatstgenoemde kwam van Billiton met hoofdzakelijk terugtrekkende K.N.I.L. soldaten en sabototage eenheden.
Uit persoonlijk verkregen aantekeningen, met toestemming voor gebruik, van Prudent Staal volgen onderstaande gegevens:
(Het verhaal gaat over de bemanning van vliegboot Y-45: Mans Dorré was de commandant op die 21e februari 1942)
Voor de bemanning zou die dag een periode van één etmaal 'vrij van dienst' beginnen. Niettemin stelden zij zich beschikbaar voor een poging om nog meer drenkelingen te redden. Ruim 100 mijl ten noorden van Indramajoe werd een sloep gevonden met 27 personen afkomstig van de ‘s.s. Sloet van de Beele’. Deze werden overgenomen en naar Tandjoeng Priok gevlogen. Uit wat zij vertelden bleek dat zij enige tijd in kontact hadden gestaan met een andere sloep van dat schip: waarin rond de 80 mensen aan boord waren. Om deze sloep te gaan zoeken startte de Y-45 's middags opnieuw tijdens luchtalarm. Aanvankelijk was het de bedoeling geweest dat de vlucht gemaakt zou worden samen met de X-18. Deze moest echter nog benzine laden: wat niet tijdens luchtalarm kon gebeuren. Daarom steeg de Y-45 alleen op. Urenlang zocht zij zonder resultaat. De commandant, Mans Dorré, wilde terugvliegen naar Tandjoeng Priok, omdat het al spoedig donker zou worden, toen men een nieuwe stip tegen het wateroppervlak ontdekte. Besloten werd om deze toch nog van dichtbij te gaan bekijken: het bleek inderdaad de gezochte sloep te zijn. Nadat de Y-45 bij de sloep geland was, sprongen vele schipbreukeling overboord en bereikte uitgeput de vliegboot: waar het niet makkelijk was om hen aan boord te krijgen. De sloepcommandant, de heer Römelingh, meldde dat zich in totaal 79 personen in de sloep bevonden en dat sinds de ramp nog niemand eten of drinken had gehad, daar hij slechts over enkele blikjes zoete gecondenseerde melk beschikte. Om ongelukken te voorkomen werd er geroepen dat de drenkelingen rustig moesten blijven en dat, indien er niet gehoorzaamd werd, de reddingspogingen zouden moeten worden opgegeven. De Catalina zou uiteindelijk ruim
2.000 kg boven het maximum afvlieggewicht beladen worden. (Uit notitie's van Mans Dorré blijkt dat de volledige bemanning zich bewust was van het risico dat men ging lopen. Pas nadat alle bemanningsleden ingestemd hadden werd deze redding in gang gezet) Men kon een eventueel wegblijven van de Dornier X-18 niet riskeren. Nadat de sloep langszij was gebracht, namen ze allen over en propte de vliegboot van voor tot achter helemaal vol. Na nog ernstige tegenslag met een motor te hebben, waardoor nog bijna tegen de lege sloep was gevaren, kon men vertrekken. Tijdens de start kwam de X-18 over. In de overvolle haven van Batavia wist officier vlieger C.L. van Kooy, die later met een Constillation van de K.L.M. verongelukte in India, de vliegbootmet grote deskundigheid behouden te landen. In totaal werden van de twee schepen 320 mensen gered. Helaas verkeerde verscheidene onder hen in een zo slechte fysieke toestand, dat zij korte tijd later alsnog overleden. (Bij de uitvaartdienst van Man Dorré op Ockenburg waren enige overlevenden aanwezig. Daar hoorde dochter Madeleine van der Kamp-Dorré tijdens een toespraak dit verhaal voor het eerst!)
Zeven dagen later was de Y-45, met als commandant Mans Dorré, wederom onderwerp van gesprek: (Onderstaande gegevens verkregen, met toestemming tot gebruik, van dhr. P.C. de Boer)
Op 28 februari 1942 werd door de 'Consolidated PBY vliegboot Y-45', met als commandant Ltz-2 reserve Herman Dorré, een bericht doorgegeven omtrent de positie van de Japanse vloot via de CZM-golf:
Commandant LTZ-2 H. Dorré startte in de ochtend om ongeveer 09.30 uur voor een verkenning ten behoeve van de Combined Striking Force van Marinevliegkamp Tandjong Priok (Batavia). Te Soerabaja waren geen inzetbare vliegboten meer beschikbaar, behalvede Y-67. De bemanning van deze vliegboot stond echter stand-by op Marinevliegkamp Morokrembangan (Soerabaja) voor eventualiteiten zoals benodigde Air-Sea-Rescue. De Y-45 vloog langs de kust van Java naar het oosten en nam rond 11.00 uur ter hoogte van Toeban op een oostelijke koers het geallieerde eskader waar. Bij Bawean werd conform de verkenningsopdracht gezocht naar onderzeeboten, maar er werd niets gevonden. Het weer was intussen sterk verslechterd en de vliegboot vloog op lage hoogte door regenbuien. Toen het toestel net uit de buien was, werd op 20 mijl ten westen van Bawean door de bemanning een vijandelijke vloot ontdekt. Dit voer een zuidelijke koers en bestond (voor zover men kon waarnemen) uit 25 transportschepen, twee kruisers, zes torpedobootjagers en waarschijnlijk nog enkele kleinere oorlogsschepen. Terwijl de bemanning de vloot inventariseerde en de positie bepaalde, lanceerde een Japanse kruiser een katapultvliegtuig dat naar de Catalina uitklom voor het doen van een aanval. De commandant ( Mans Dorré dus) van de Y-45 liet uitklimmen naar een wolkenbank die op ongeveer 3.000 meter boven Bawean hing en gaf vandaar, gelet op het spoedeisende karakter en om vertragingen in het doorgeven van het bericht te voorkomen, om 13.50 uur in 'open schrift' een verkenningsbericht door over de zogenaamde CZM-golf voor vliegtuigen. Die frequentie werd ook door oorlogsschepen uitgeluisterd en bovendien werden berichten op de golf die te Soerabaja werden ontvangen, opnieuw(en bij herhaling) uitgezonden over de CZM-golf voor schepen. RecGroup beschikte alleen over een radiostation (afkomstig uit een Amerikaanse Catalina) dat met de vliegboten van de U.S.
Navy (op een eigen frequentie) verbinding onderhield. Verkenningsrapporten van MLD-vliegboten kreeg men van een verbindingsbureau van de KM. Bij de verwerking van telegrammen (decodering en prioritering) traden echter door overbelasting bij de verbindingsdienst van de KM veelvuldig en soms grote vertragingen op. Er kwamen stapels telegrammen binnen en iedere afzender gaf zijn telegram bijvoorkeur een (vaak te hoge) prioriteit. RecGroup distribueerde ontvangen verkenningsberichten onmiddellijk bij ontvangst, te Bandoeng (alle hoofdkwartieren en het COIC) per koerier en buiten Bandoeng via de verbindingsdienst van de KM. Doorman ontving contactrapporten van de MLD, behoudens bij storingen in de verbindingen, dus meestal tweemaal. Eenmaal informeel en eenmaal formeel van ABDA-FLOAT. Het geallieerde eskader was inmiddels op de terugweg naar Soerabaja en werd intussen al
een tijdje geschaduwd door een Japanse kruiserverkenner. Kort na 10.20 uur was de Combined Striking Force ontdekt door een drijververkenner van een van de kruisers van het dekkingseskader van de Japanse invasievloot. Het officiële bericht over de ontdekking van de Japanse invasievloot, afgezien van het escorte in totaal rond 45 transportschepen
die in twee groepen op een noord-zuid-lijn ten westen van Bawean voeren, bereikte schout-bij-nacht Doorman via ABDAFLOAT om 14.27 uur, toen zijn eskader al in het Westervaarwater noord van Soerabaja voer. Hij liet direct de steven wenden. De waarschijnlijk al op 25 februari naar een schuilplaats in de omgeving van Soerabaja weggezonden kruiserverkenners werden niet opnieuw aan boord genomen. Alleen de op 26 februari uit Batavia gekomen Exeter had nog een verkenner aan boord. Om ongeveer 15.00 uur had het eskader het mijnenveld benoorden de toegang tot het Westervaarwater al verlaten. Doorman had een opdracht van ABDA FLOAT om uit te varen voor een aanval niet afgewacht. Deze order kwam om 15.00 uur.(P.C. Boer, "De val van Java, een kwestievan Airpower", Bataafsche Leeuw, Amsterdam, 2006).
Op zijn stafkaart, verkregen van het Ministerie van Defensie, zag ik dat Mans Dorré in Palembang geïnterneerd heeft gezeten en dus niet ontkomen was net zoals zijn mede groepscommandant. Op het internet kwam ik tegen dat de Y-45 , waarmee Mans Dorré en z'n bemanning de drenkelingen gered hadden, door A.W. Witholt was gebruikt om naar Australië te ontkomen. Mans Dorré zat niet in dat toestel. (Volgens het verhaal van Fred Pels zou deze in Pameungpeuk aan boord van de Y-45 mogen komen, als dankomdat hij op 7 maart de radeloze Witholt had geholpen met opstijgen op het meer van Tjileuntja. Witholt kon niet landen in Pameungpeuk waardoor Pels en c.s. een vliegtuig hebben geprepareerd om, via Medan, naar Colombo te vliegen). Volgens een verslag van Mans Dorré moest de Y-45 gereed zijn om Hubertus van Mook c.s. te evacueren. Nadat laatstgenoemde hiervoor een lijnvliegtuig kon gebruiken
Na de vondst van zijn dagboek heb ik meer inzicht gekregen: Mans is op 3 maart 1942 vanuit Batavia, via Bogor, bergpas 'Poentjak' naar het meer van Tjileuntje (onder Bandung) gereden. Daar aangekomen hebben ze de Y-45, Kees Witholt was enige tijd daarvoor geland, verstopt onder de bamboe. Op 5 maart krijgt hij van het commando opdracht om opvang te realiseren in de school aan de Riouwstraat te Bandung t.b.v. 'loslopend' Marine medewerkers.
Op 6 maart worden alle officieren opgetrommeld om naar het buitenland te vertrekken. Diezelfde avond hoort hij van Kees Witholt dat hij met de Y-45 weer terug is op Tjileuntje. Tjilatjap, zijn tussenstop op zijn vlucht naar Australië, stond in brandt en kon daar dus niet landen.De Y-45 moest, tot frustratie van Mans Dorré, ter beschikking blijven van de 'ordenant'.
Op 7 maart '42 vertrekt het militair transport vanuit Bandung naar Wijnkoopsbaai. Daar liggen de 'Siberg' en 'm.s. Poelau Bras' voor anker. Dit schip was vertrokken uit Tjilatjap op 27 februari. Later heeft dit schip op volle zee terug moeten keren naar Wijnkoopsbaai (onder Batavia aan de zuidkant van Java) om diverse hoge functionarissen op te pikken van o.a.: het K.N.I.L., Koninklijke Marine, Shell, N.V. Bataafse Petroleum Maatschappij (B.P.M.) , N.V. Stoomvaart Maatschappij Nederland (SMN), etc. Volgens het dagboek van Mans was hij niet zo gecharmeerd van het feit dat ze na inscheping nog twee uur moetsen wachten op de aankomst van de huisraad van schout bij nacht Van Staveren. Hierdoor zouden ze 30 zeemijl verder geweest zijn richting Christmaseiland.
Mans Dorré mocht gebruik maken van de hut van 1e stuurman Kruijt uit Katwijk. Tesamen met de 2e machinist maken ze 's avonds nog 16 mitrailleuropstellingen. Na de komst van een Japanse verkenner kreeg hij van Nederhorst een stalen helm en trok zijn zwemvest aan en wachtte op de verwachtte versterking van de Jap. Tesamen met S.M.N. matroos Hagen bemande hij het AM mitrailleur in de koepel op de 'Flying Bridge'. Tijdens de Japanse aanval gaf Critée ,kapitein van de Poelau Bras, Mans de order om mensen te zeggen het schip te verlaten. Hij verliet zijn koepel, gaf een hand aan stuurman Kruijt en kapitein Critée en ging aan stuurboordzijde de trap af. Op dit moment sloeg een bom in de geschutskoepel waar Mans Dorré zojuist gestaan had. Hij zag Critée zwaargewond liggen tussen het hout van zijn stuurhut. Na het zinken van de Poelau Bras hebben de Japanners zelfs nog enige tijd op de weerloze drenkelingen geschoten. Man heeft hier een schampschot aan zijn linker arm aan over gehouden. De getuigenverslagen in het boek 'Vaarwel, tot betere tijden!' ,van J.C. Bijkerk, doet je de rillingen over het lijf lopen. Mans Dorré heeft later, tesamen met o.a. mevrouw Van den Hout-Bennink (haar dagboek is door familielid J.C. Bijkerk gebruikt voor zijn boek) en matroos Koelewijn, als laatste een plaats gekregen aan boord van een reddingsloep. Twee van zijn handdoeken gaf hij aan de familie van overste Muller t.b.v. de twee weken oude zoon. Zijn helm werd gepromoveerd als sloepstoilet. Mede dankzij de aanwezigheid van: een overzeiler (beperkte zeekaart), kompas, mast met gespleten emmerzeil, water, melk, cake en een uit het water opgeviste peroscoop. De heer Seidel werd sloepscommandant. Om beurten bedienden 4 man het roer waaronder Mans. 10 maart zagen ze land en gebruikte de Keizerspiek in een bepaalde peiling om Kroë (Krui) aan te lopen. 11 maart 1942 kwamen 58 personen met deze sloep ca 4 km voor Kroë aan wal. (Van de sloep op de landingsplaats bestaat een foto) De 1e nacht bracht hij tesamen met overtse Rinkhuyzen en 4e machinist Ham (met een gebroken arm) door in een ossenkar. Tesamen met de familie Muller, Seidel en een paar matrozen waren zij bij de sloep gebleven. De anderen waren reeds naar Kroë vertroken. Na middernacht kregen ze een bericht van de assistent resident Mollema dat ze naar Kroë moesten komen. Met een ossenwagen vertokeen ze langs de kustlijn naar Kroë. De heer Ham, met een gebroken arm, moet aan deze tocht over kinderkopjes geen plezier beleefd hebben.
Dochter Madeleine Dorré vertelde dat hij een fotomapje met foto's van zijn vrouw en kinderen tussen zijn lippen had zitten alvorens hij aan boord werd gehesen van de sloep: zijn dagboek bevestigd dit. In Kroé wilde hij met de sloep verder varen naarPadang. Dit plan werd door zijn superieuren afgewezen en dus ging hij uiteindelijk ook naar Palambang.
Hij is vervolgens 19 maart 1942, stamkaart als bron, krijgsgevangen genomen.
Hij heeft gedurende de oorlog krijgsgevangen gezeten in de M.U.L.O. school aan de Oranjelaan in Palembang. Hier vertrok hij op 11 november 1943 om mee te moeten werken aan de Pakan-baroe 'dodenspoorlijn' op Sumatra. Hier heeft hij op verschillende locatie's, en onder erbarmelijke omstandigheden, gewerkt Op zijn stafkaart heb ik genoemde data van gevangenneming en locatie gevonden. Oktober 1945 werd hij bevrijd om vervolgens naar Batavia te gaan. Op zijn stafkaart staat vervolgens:
- CZMO/t.b. AOZ Tg. Priok 28-02-1946
- Haven Super-Intend. te Tg. Priok 15-04-1946 (Havenmeester van Tandjong Priok)
- Met vliegtuig naar Nederland 22-06-1946 (24-06-1946 aangekomen op vliegveld Valkenburg)
Zijn vrouw en kinderen waren reeds met het schip ‘Tjitjalengka’ naar Nederland gevaren. Dit schip was door de Engelsen gevorderd geweest en als hospitaalschip diverse gevangenen uit Japan verscheept. Voor het uitbreken van de oorlog was Mans Dorré 1e stuurman op dit schip.
Op 28 november 1947 heeft een deel van de bemanning van de Y-45 op Morokrembangan een onderscheiding ontvangen. (Helaas bemanningslid J.H.A. Gommers postuum) In zijn functie als Luitenant ter Zee der 1e klasse Koninklijke Marine Reserve, ontving Mans Dorré een 'Bronzen Leeuw' vooro.a. zijn bijdrage aan het redden van zijn landgenoten.
Hieronder een gedeelte van het citaat uit het Koninklijk Besluit:
In het bijzonder door, in het tijdvak van 21-23 februari 1942 behulpzaam te zijn bij het, met groot risico, redden van vele overlevenden van Onze torpedobootjager 'Van Nes' en het 's.s. Sloet van de Beele' in de Java Zee. (Voordracht Minister van Marine a.i. 28 November 1947 nr. 11592/4681)
Hieronder de bemanning van de Y-45 en de onderscheiding die zij hebben gekregen:
1) Herman Dorré (LTZ reserve) Bronzen Leeuw Commandant tussen dec 1941-feb. 1942
2) C.L. van Kooy (Sergeant vlieger reserve) Bronzen Leeuw (later omgekomen op terugreis vanuit Indië met een Constellation, genaamd "De Franeker", van de KLM in het Midden-Oosten. Bron: http://www.aviacrash.nl/paginas/franeker.htm)
Onderstaande bemanningsleden hebben het ‘Vliegerkruis’ ontvangen:
3) C.Ch van Doorn (korporaal vliegtuigtelegrafist)
4) J.J. de Haas (vliegtuigmaker)
5) L.A. Bosman (sergeant vliegtuigmaker)
6) J.W. Hendrikse (sergeant vlieger)
7) J.H.A. Gommers (korporaal vliegtuigmaker) postuum (omgekomen in Kamaichi Japan: Verbrandt in tunnel bij beschieting door geallieerde oorlogsschepen.)
Citaat begeleidend schrijven Ministerie van Marine:
"Bovendien werden de vliegtuiggroep 8 onder Commando van de toenmalige Officier vlieger 2e klasse W.O.P.R Aernout en de Y 45 met als commandant de toenmalige Luitenant ter Zee 2e klasse Koninklijke Marine reserve H. Dorré aangewezen, om de volgende morgen zo vroeg mogelijk naar de opgegeven plaats te vertrekken, om eveneens reddingspogingen in het werk te stellen. Het resultaat van de bovenvermelde maatregelen was, dat in de loop van enige dagen door de vliegtuiggroep 8, door de Y 45 en door Uwer Majesteits 'Ceram' in totaal meer dan 220 drenkelingen van de 'Sloet van de Beele' en van Uwer Majesteits 'Van Nes' konden worden gered".
Mieke Dorré werd geïnterneerd in het vrouwenkamp van Tjimahi. Ze was in Batavia in de verkeerde auto gestapt waardoor ze gescheiden werd van haar moeder en zus. Ze zat in hetzelfde kamp als Corry Vonk. (Later heeft Barend Voortman, tandarts te Soesten familielid van de Van Hemert’s, de aangerichte gebitschade, door de Japanse kampbewakers, weer hersteld) Haar moeder en zus hebben in drie verschillende kampen gezeten in Batavia.
Na een jaar als gezin doorgebracht te hebben in Soest zijn Mans en Mies in Januari 1947 weer terug naar Batavia gegaan. Ze hebben1,5 jaar in Batavia gewoond. Gedurende de bezetting van Japan was hun huis bewoond geweest door een Japanse arts. Deze heeft het huis plus inboedel nagenoeg intact gehouden. Man en Mies hebben hun spullen vergaard en ingescheept. Ook de verstopte spullen in de grond achter het huis, voornamelijk smokkelwaar, zijn opgegraven en meegenomen. Alvorens definitief naar Holland terug te keren.Hij vestigde zich nabij zijn familie in Soest. Dochter Mieke heeft op dezelfde school gezeten als de prinsessen: n.l. Kees Boeke school 'De Werkplaats' in Bilthoven. Als klas hadden ze vliegdekschip 'Karel Doorman' geadopteerd. (Brieven schrijven naar de bemanning dus)
Na enige tijd besloot een functie bij de N.A.V.O. aan te nemen. Hij werd gestationeerd in Marseille bij de duikbootgroep. Na zijn definitieve afscheidt van de Koninklijke Marine verhuisde hij in 1973 naar Oisterwijk. Tot 3 maanden voor zijn overlijden in 1973 heeft hij daar gewoond in een Indisch aandoende woning in de bossen tussen een hotel en ven.
Uiteindelijk is hij tegenover voormalig vliegveld Ockenburg overleden.

Tijdbalk Herman (Mans) Dorré

Sleep de tijdbalk om terug of verder in de tijd te gaan (of gebruik de l en r toetsen). Klik op de namen voor meer informatie.

  Deze functionaliteit is alleen beschikbaar voor browsers met Javascript ondersteuning.

Bronnen

Over de familienaam Dorré

Historische context (op basis van 5 november 1973)

  • De temperatuur op 5 november 1973 lag tussen 3,5 °C en 13,6 °C en was gemiddeld 8,7 °C. Er was 6.7 mm neerslag gedurende 30 uur. Er was 0.9 uur zonneschijn (10%). Het was half bewolkt. De gemiddelde windsnelheid was 3 Bft (matige wind) en kwam overheersend uit het zuid-westen. Bron: KNMI (weerstation De Bilt/Nederland).
  • Koningin JulianaKoningin Juliana (Huis van Oranje-Nassau) was van 1948 tot 1980 vorst van Nederland (ook wel Koninkrijk der Nederlanden genoemd)
  • Van donderdag 20 juli 1972 tot vrijdag 11 mei 1973 was er in Nederland het kabinet Biesheuvel II met als eerste minister Mr. B.W. Biesheuvel (ARP).
  • Van vrijdag 11 mei 1973 tot maandag 19 december 1977 was er in Nederland het kabinet Den Uyl met als eerste minister Drs. J.M. den Uyl (PvdA).
  • 1973 » Nederland had zo'n 13 miljoen inwoners.
  • 1973 » 4 - In Nederland vindt de eerste autoloze zondag plaats, veroorzaakt door de oliecrisis. De snelwegen zijn uitgestorven en worden enkel nog gebruikt door fietsers en rolschaatsers.
  • 1973 » 18 - Bij een busongeluk in de Franse Alpen komen 43 Belgen om het leven.
  • 1973 » 20 - De Spaanse wielrenner Luis Ocaña wint de Ronde van Frankrijk.

Ook geboren op 23 juli

Bron: Wikipedia

Today in History / Associated Press / Youtube


De publicatie Publicatie van voorouderlijk onderzoek gedaan door John H.D. van Hemert is samengesteld door John H.D. van Hemert (neem contact op).

Snelzoeken     ?